DEEL 1: SOCIOLOGISCHE KIJK = oriëntatie vanuit de breedte
DEEL 2: JURIDISCHE KIJK = oriëntatie vanuit de hoogte
DEEL 3: ETHISCHE KIJK = oriëntatie vanuit de diepte
DEEL 1 – SOCIOLOGISCHE KIJK
= kijken en denken in de breedte → doel: een overzicht krijgen
= “wiens belangen, rechten en wensen?”
1.1. WAT IS GOED SOCIAAL WERK?
‣ Er is een verschil tussen je moraal als ‘maatschappelijk assistente’ en je eigen persoonlijk
moraal!!
Als maatschappelijk assistente Persoonlijk moraal
· Beschermde beroepstitel · Altijd subjectief
· Wordt geuit in een beroepsethiek · Hangt samen met de persoon zelf, niet
met het beroep
1.2. VOORWAARDEN VAN EEN ‘BEROEP’
1) Afgebakende expertise terrein (via professionaliseren) → de kennis, de kunde, de technische
kant van het beroep
= technische professionalisering continue
2) Idealen / specifieke beroepswaarden → de morele intuïtiviteit wisselwerking
= normatieve / morele professionalisering
1.3. CASUÏSTIEK
= de vertaling naar een concreet geval
‣ “zelf beslissen” = altijd een overweging doen
‣ Wat is ‘het goede’ om te doen?
‣ Continu wisselwerking tussen technische en normatieve professionalisering
“Het goede doe je nooit 1x voor altijd, maar altijd voor 1 keer.”
‣ Er bestaat niet 1x een oplossing in ethiek; de beslissing die je neemt moet onderbouwd zijn
door een normatieve en technische professionalisering
‣ Als sociaal werker moet je meer gebruiken dan enkel het individuele niveau
→ ook aandacht hebben voor meso- en macroniveau!
(vb. niet enkel armen helpen, maar ook de armoede zelf aanpakken)
‣ Sociaal werk is een semi-autonome professie: je hebt altijd een organisatie nodig met wat je
doet!
1
, Professionalisering en ethische aspecten - samenvatting 2022 - 2023
1.4. MORALITEIT
‣ Moraliteit begint bij morele intuïtie
→ Geeft aan wanneer je je eigen grens
overschrijdt
→ Aanvoelen dat iets niet klopt
→ KNOOP
‣ Ethische knoop = een gevolg van morele spanning (“er wringt iets”)
denken argumenten
KNOOP STOP OVERWEGING BESLISSING
‣ Rationele argumenten focus op RATIO!
‣ Van morele intuïtie maak je beslissingen die je kan beargumenteren
1.5. MORAAL VS. ETHIEK
Moraal Ethiek
< ‘mores’
= expliciet, uitgesproken
= intuïtieve gevoelens (zeden, gewoontes)
· Bewust
· RATIO: erover nadenken
· Onbewust o Sociologisch denken
· Impliciete opvatting over wat ‘goed’ is o Juridisch denken
· Wordt als vanzelfsprekend ervaren o Ethisch denken
· 1e stap = uitspreken over moraal
· Van onbewust naar bewust
3 niveaus:
1) Microniveau: individueel · Professionele ethiek = ethiek van een
2) Mesoniveau: kleine context bepaalde positie (moet dus grotendeels
(organisatie) gelijk zijn voor iedereen die dat beroep
3) Macroniveau: grotere maatschappelijke uitoefent)
context
· Positie geeft ook MACHT
o Relatie tussen cliënt – MA is nooit
gelijkwaardig!
o Macht hoort bij de positie, niet bij
de persoon !!
o Belang van hier bewust ethisch mee
om te gaan en erover na te denken
2