ontwikkeling hbo-verpleegkunde
leerjaar 3 en 4
2023-2024
,Inhoudsopgave
Introductie ............................................................................................................................... 4
Inleiding ................................................................................................................................ 4
Curriculum Vitae ................................................................................................................... 4
Kernbegrip | Professionele reflectie ..................................................................................... 5
1. De student toont een kritische houding t.a.v. eigen gedrag in relatie tot de patiënt. In
diezelfde bewustwording laat de verpleegkundige in opleiding zien inzicht te hebben in het
effect dat het gedrag heeft op de patiënt.............................................................................. 5
2. De student is in staat aan elke praktijksituatie betekenis te verlenen en daar een
leermoment van te maken. ................................................................................................... 6
3. De student benoemt de eigen kwaliteiten die hij/zij belangrijk vindt in het uitoefenen van
het vak en heeft besef van dat waar hij/zij nog in moet groeien........................................... 7
Kernbegrip | Onderzoekende houding ................................................................................. 8
4. De student toont aan continu zichzelf te verdiepen in en op de hoogte te stellen van de
relevante ontwikkelingen binnen het vak.............................................................................. 8
5. De student laat zien in elke praktijksituatie relevante vragen te kunnen stellen en op
basis daarvan een objectieve analyse te kunnen maken. .................................................... 8
6. De student laat zien beargumenteerd van een protocol / richtlijn af te kunnen en durven
wijken. .................................................................................................................................. 9
7. De student consulteert collega’s en andere zorgverleners bij fundamentele keuzes en
beslissingen en beargumenteert daarbij wat in zijn/haar optiek fundamentele
beslismomenten zijn. .......................................................................................................... 10
Kernbegrip | Morele sensitiviteit ......................................................................................... 12
8. De student geeft blijk van nieuwgierigheid naar de (onderliggende) behoeften van de
zorgvrager. Daarin laat de verpleegkundige in opleiding zien in elke situatie weer de best
passende wijze van zorg te verlenen. ................................................................................ 12
9. De student herkent een moreel of ethisch vraagstuk in de praktijk en maakt deze
bespreekbaar met collega’s en/of zorgvrager. Binnen elk moreel of ethisch vraagstuk heeft
de student besef van eigen waarden en normen ten aanzien van dit vraagstuk. .............. 12
Kernbegrip | Professioneel gedrag..................................................................................... 14
10. Op basis van de beroepscode én de eigen normen & waarden toont de student aan
hoe hij/zij invulling geeft aan haar (toekomstige) functie als professional. ......................... 14
11. De student weet de professionele en persoonlijke grenzen te benoemen en daar
concrete situaties uit de praktijk als voorbeeld bij aan te halen. ........................................ 15
12. De student geeft structureel constructieve feedback aan collega’s en medestudenten.
........................................................................................................................................... 15
13. De student weet feedback die hij/zij krijgt op zo’n manier te interpreteren dat deze
bijdraagt aan zijn/haar ontwikkeling als professional. En laat dit zien in praktijksituaties. . 16
14. De student laat zien de verantwoordelijkheden te nemen die passen bij zijn/haar
functie en positie. Hij/zij weet deze te benoemen, mede aan de hand van
praktijkvoorbeelden. ........................................................................................................... 16
15. De student geeft in eigen bewoordingen de intrinsieke beroepstrots weer. ................. 18
Kernbegrip | Verpleegkundig leiderschap ......................................................................... 19
2
, 16. De student heeft inzicht in de betekenis en het belang van verpleegkundig leiderschap,
op individueel en organisatieniveau. .................................................................................. 19
17. De student kent de aspecten die het functioneren van een ‘verpleegkundig leider’
kenmerken en kan deze koppelen aan de eigen startpositie als verpleegkundig leider. ... 21
18. De student komt ten allen tijde daar waar nodig op voor de zorgvrager en dienst
informele netwerk. .............................................................................................................. 22
19. De student voelt zich verantwoordelijk om de standaard van het verpleegkundig
beroep hoog te houden. ..................................................................................................... 23
20. De student is een assertieve en zelfbewuste beroepsbeoefenaar en een ambassadeur
voor het vak (is een rolmodel). ........................................................................................... 24
360 gradenfeedback ............................................................................................................. 27
3