PSYCHOLOGIE: H5 Bewustzijn &emotie
1. Bewustzijn
Bewustzijn= momentaan weet hebben van interne (gedachtes en emoties) of externe
stimuli (objecten uit buitenwereld) = bewustzijn van iets
Relationele eigenschap van bewustzijn = intentionaliteit (volgens Brentano)
2. Gradaties (on)bewustzijn
2.1. Bewust
Interne en externe factoren waarvan we weet hebben
Kan slecht een beperkt aantal dingen bevatten
2.2. Voorbewust
Maken geen deel uit van bewustzijn, maar we kunnen er vrij gemakkelijk toegang
tot krijgen
2.3. Onbewust
Automatisch
Dingen die moeilijk toegang krijgen tot het bewustzijn, maar wel ons gedrag
beïnvloeden
Bv. autorijden
2.4. Niet-bewust
Lichamelijke processen
3. Bewust vs onbewust
Aandacht= proces waarbij we onze waarneming op een voorstelling richten om deze
bewust te doen worden
Sigmund Freud= 1ste die zei dat groot deel psychische processen onbewust verlopen
gebaseerd op psychoanalyse
Blindsight= primaire visuele cortex beschadigd kunnen antwoord geven op wat
ze op computerscherm “zien” terwijl ze niets zien wel nog zien, niet bewust dat
ze iets zien
Impliciet geheugen verliezen capaciteit om nieuwe herinneringen op te slaan
(amnesie) lijst geven om woorden te leren lukt niet laten raden wat op lijst
staat lukt wel <-> expliciet geheugen (bewuste herinneringen)
Split-brain patiënt= linker hemisfeer scheiden van rechterhemisfeer als info
geven aan rechter hemisfeer (bv. beeld) linker hemisfeer kan info op beeld niet
verwerken en de patiënt weet niet dat hij iets ziet wel reactie van patiënt op
beeld dat hij ziet (eenvoudige bewustzijn = het bewust zijn van bepaalde ervaringen)
<-> reflexief bewustzijn (bewust zijn dat je bewust bent)
4. Aandacht
Niet specifiek in hersenen te lokaliseren, wel delen die een rol spelen: hypothalamus,
hippocampus, amygdala, gyrus cinguli en basale ganglia
4.1. Onvrijwillige aandacht
Oriëntatiereactie of arousalreactie
Automatische reactie op een biologisch belangrijke of nieuwe, krachtige prikkel
4.2. Selectieve aandacht
Mogelijkheid om aandacht te richten op specifieke prikkels waarbij andere stimuli
genegeerd worden
1. Bewustzijn
Bewustzijn= momentaan weet hebben van interne (gedachtes en emoties) of externe
stimuli (objecten uit buitenwereld) = bewustzijn van iets
Relationele eigenschap van bewustzijn = intentionaliteit (volgens Brentano)
2. Gradaties (on)bewustzijn
2.1. Bewust
Interne en externe factoren waarvan we weet hebben
Kan slecht een beperkt aantal dingen bevatten
2.2. Voorbewust
Maken geen deel uit van bewustzijn, maar we kunnen er vrij gemakkelijk toegang
tot krijgen
2.3. Onbewust
Automatisch
Dingen die moeilijk toegang krijgen tot het bewustzijn, maar wel ons gedrag
beïnvloeden
Bv. autorijden
2.4. Niet-bewust
Lichamelijke processen
3. Bewust vs onbewust
Aandacht= proces waarbij we onze waarneming op een voorstelling richten om deze
bewust te doen worden
Sigmund Freud= 1ste die zei dat groot deel psychische processen onbewust verlopen
gebaseerd op psychoanalyse
Blindsight= primaire visuele cortex beschadigd kunnen antwoord geven op wat
ze op computerscherm “zien” terwijl ze niets zien wel nog zien, niet bewust dat
ze iets zien
Impliciet geheugen verliezen capaciteit om nieuwe herinneringen op te slaan
(amnesie) lijst geven om woorden te leren lukt niet laten raden wat op lijst
staat lukt wel <-> expliciet geheugen (bewuste herinneringen)
Split-brain patiënt= linker hemisfeer scheiden van rechterhemisfeer als info
geven aan rechter hemisfeer (bv. beeld) linker hemisfeer kan info op beeld niet
verwerken en de patiënt weet niet dat hij iets ziet wel reactie van patiënt op
beeld dat hij ziet (eenvoudige bewustzijn = het bewust zijn van bepaalde ervaringen)
<-> reflexief bewustzijn (bewust zijn dat je bewust bent)
4. Aandacht
Niet specifiek in hersenen te lokaliseren, wel delen die een rol spelen: hypothalamus,
hippocampus, amygdala, gyrus cinguli en basale ganglia
4.1. Onvrijwillige aandacht
Oriëntatiereactie of arousalreactie
Automatische reactie op een biologisch belangrijke of nieuwe, krachtige prikkel
4.2. Selectieve aandacht
Mogelijkheid om aandacht te richten op specifieke prikkels waarbij andere stimuli
genegeerd worden