Thema 7 Ecologie
§2.1 Soorten
Voedsel produceren
Ecologische en biologische akkerbouwers kiezen ervoor hun gewassen te
verbouwen zonder kunstmest en met zo weinig mogelijk gebruik van
chemische bestrijdingsmiddelen. Ze wille, onbespoten gezond voedsel
verbouwen.
chemische bestrijding kan de oogst redden. Veel soorten organismen gaan
onbedoeld dood, het is duur en consumenten willen geen producten met
restanten van bestrijdingsmiddelen.
andere oplossing pyrethrum, ecologisch landbouw toegestaan middel van
een Afrikaanse margrietensoort. Nadeel herhaalde bespuitingen nodig.
Omgevingsfactoren
Ecologische akkerbouwers proberen ziekten en plagen zoveel mogelijk te
voorkomen door gebruik te maken van:
biotische factoren andere organismen die het gewas beïnvloeden.
Bijvoorbeeld via gezonde bodemorganismen zoals verschillende soorten
wormpjes, insecten, schimmels en bacteriën.
Abiotische factoren temperatuur, hoeveelheid regen en wind en de
grondsoort.
tolerantiegebied de reeks waarden van een abiotische factor waarbij
individuen van een soort kunnen leven.
Naamgeving
wetenschappelijke naam naam van het ras in het latijn.
de wetenschappelijke naam bestaat uit twee delen:
- geslacht
- soort
Ordening
organismen soorten geslachten families orden
Familie een aantal geslachten vormt samen een familie.
orde de familie van de hazen vormt samen met een aantal andere families
de orde van de haasachtige.
, §2.2 Populaties
monoculturen
monocultuur een grote akker met één soort gewas. Daardoor zijn alle
planten tegelijk te zaaien en te oogsten. Dat maakt efficiënt gebruik van grote
machines mogelijk.
Monoculturen lijken een goede oplossing om veel voedsel te produceren tegen
de laagst mogelijke prijs.
Plaag schadelijke organismen die ongehinderd van plant naar plant
bewegen en in de hele akker schade aanrichten. Door het vele voedsel
planten ze zich snel voort : er ontstaan een plaag.
exoten soorten die door toedoen van de mens nieuwe binnenkomen.
Identieke planten
Planten van één kloon als je 1 aardappel in de grond stopt groeien er daar
weer 20 aardappelen uit. Dit kan je blijven doen. Dan ontstaat er uit één
aardappel een kloon van miljoenen aardappelen.
de aardappelen zijn door ongeslachtelijke voortplanting ontstaan.
weefselkweek in laboratoria vermeerderen onderzoekers planten
kunstmatig.
Bij weefselkweek gebruiken onderzoekers een paar cellen uit bijvoorbeeld een
knop van een plant om nieuwe planten op te kweken.
Aantallen van één soort
populatie bestaat uit alle organismen van dezelfde soort in een bepaald
gebied.
populatiegrootte het aantal individuen van de populatie.
populatiedichtheid is het aantal individuen per oppervlakte- of volume-
eenheid.
Te veel van een soort
in een aantal gebieden zorgen de beheerders ervoor dat de populatiegrootte
van de diverse grote grazers net onder de draagkracht van het natuurgebied
blijft.
draagkracht de maximale grootte van een populatie waarbij in zo’n gebied
voldoende voedsel en schuilplaatsen zijn om die populatie, jaar in jaar uit, in
stand te houden.
§2.1 Soorten
Voedsel produceren
Ecologische en biologische akkerbouwers kiezen ervoor hun gewassen te
verbouwen zonder kunstmest en met zo weinig mogelijk gebruik van
chemische bestrijdingsmiddelen. Ze wille, onbespoten gezond voedsel
verbouwen.
chemische bestrijding kan de oogst redden. Veel soorten organismen gaan
onbedoeld dood, het is duur en consumenten willen geen producten met
restanten van bestrijdingsmiddelen.
andere oplossing pyrethrum, ecologisch landbouw toegestaan middel van
een Afrikaanse margrietensoort. Nadeel herhaalde bespuitingen nodig.
Omgevingsfactoren
Ecologische akkerbouwers proberen ziekten en plagen zoveel mogelijk te
voorkomen door gebruik te maken van:
biotische factoren andere organismen die het gewas beïnvloeden.
Bijvoorbeeld via gezonde bodemorganismen zoals verschillende soorten
wormpjes, insecten, schimmels en bacteriën.
Abiotische factoren temperatuur, hoeveelheid regen en wind en de
grondsoort.
tolerantiegebied de reeks waarden van een abiotische factor waarbij
individuen van een soort kunnen leven.
Naamgeving
wetenschappelijke naam naam van het ras in het latijn.
de wetenschappelijke naam bestaat uit twee delen:
- geslacht
- soort
Ordening
organismen soorten geslachten families orden
Familie een aantal geslachten vormt samen een familie.
orde de familie van de hazen vormt samen met een aantal andere families
de orde van de haasachtige.
, §2.2 Populaties
monoculturen
monocultuur een grote akker met één soort gewas. Daardoor zijn alle
planten tegelijk te zaaien en te oogsten. Dat maakt efficiënt gebruik van grote
machines mogelijk.
Monoculturen lijken een goede oplossing om veel voedsel te produceren tegen
de laagst mogelijke prijs.
Plaag schadelijke organismen die ongehinderd van plant naar plant
bewegen en in de hele akker schade aanrichten. Door het vele voedsel
planten ze zich snel voort : er ontstaan een plaag.
exoten soorten die door toedoen van de mens nieuwe binnenkomen.
Identieke planten
Planten van één kloon als je 1 aardappel in de grond stopt groeien er daar
weer 20 aardappelen uit. Dit kan je blijven doen. Dan ontstaat er uit één
aardappel een kloon van miljoenen aardappelen.
de aardappelen zijn door ongeslachtelijke voortplanting ontstaan.
weefselkweek in laboratoria vermeerderen onderzoekers planten
kunstmatig.
Bij weefselkweek gebruiken onderzoekers een paar cellen uit bijvoorbeeld een
knop van een plant om nieuwe planten op te kweken.
Aantallen van één soort
populatie bestaat uit alle organismen van dezelfde soort in een bepaald
gebied.
populatiegrootte het aantal individuen van de populatie.
populatiedichtheid is het aantal individuen per oppervlakte- of volume-
eenheid.
Te veel van een soort
in een aantal gebieden zorgen de beheerders ervoor dat de populatiegrootte
van de diverse grote grazers net onder de draagkracht van het natuurgebied
blijft.
draagkracht de maximale grootte van een populatie waarbij in zo’n gebied
voldoende voedsel en schuilplaatsen zijn om die populatie, jaar in jaar uit, in
stand te houden.