Week 6
HC.1,2,3 Hoe denkt de arts
Wat doet een arts?
De arts probeert vanuit bevindingen een diagnose te stellen om van daaruit de prognose van de
patient te kunnen beïnvloeden/voorspellen/verbeteren.
Diagnose
De diagnose is datgene wat de arts denkt dat de patiënt
Niet datgene wat de patiënt daadwerkelijk heeft
Ziekte
Geen harde objectieve waarheid
Slechts indirect waarneembaar
Ziekteverschijnselen
Geen stofjes
Te hard rijden als ziekte
Geneeskunde:
Bepaling grenswaarde
- Hoe hardt rijdt iedereen
- Bekeuring voor 2.5% hardrijders en 2.5% langzaamrijders
Of met veel variabelen
Geschiedenis
Hippocrates (500 voor christus)
Reason based upon observation
Disbalans van de 4 lichaamsvloeistoffen (bloed, slijm, gele en zwarte gal)
Sydenham (17e eeuw)
Determinisme, classificeren
Ziekte als entiteit
Ziekte
Naam van iets (een aandoening)
Toekenning geschiedt op basis van de aan of afwezigheid van een of meerdere definiërende
kenmerken
Veelheid aan definiërende kenmerken
Soms: definiërend kenmerk = naam van de ziekte
Diagnose
Uitgangspunt van handelen en denken
Sleutel tot medische kennis
- Basis voor handelen
- Uitspraak prognose mogelijk
- Uitgangspunt communicatie
- Toegang gezondheidszorg/erkenning
- Basis wetenschappelijk onderzoek
Waarschijnlijk
Onzeker
, Week 6
Gebaseerd op de waarnemingen
- Pathofysiologische processen: obductie
Diagnostisch proces
Stellen diagnose:
Weten dat de beslissing om te handelen alsof de patiënt de ziekte heeft, niet zal veranderen
door de informatie
Uitsluiten diagnose
Weten dat de beslissing om te handelen alsof de patiënt de ziekte niet heeft, niet zal
veranderen door meer informatie
Kennis nodig
Voor elke stap kennis nodig
Essentiele stap is diagnose stellen
Vergelijken bevindingen bij patiënt met kennis
Gegevens, informatie en kennis
Gegevens en kennis zijn nodig voor stellen diagnose
Gegevens waarmee we werken in de geneeskunde zijn onzeker
De kennis die de arts gebruikt is slechts een klein gedeelte van de kennis die de arts zou kunnen
gebruiken
Gegevens
Kwantitatief (maat en getal)
Discreet (slagen per minuut)
Continu (temp, bloeddruk)
Kwalitatief (of- en in welke vorm aanwezig)
Hoesten +/-
Geen/lichte/matige/ernstige moeheidsklachten
Meetfouten
De uitkomst komt niet overeen met de werkelijke waarde
Door meetinstrumenten en/of waarnemer
Systematische meetfout
Steeds ongeveer hetzelfde
Hoe kleiner hoe accurater
Toevallige meetfout
Steeds anders
Hoe kleiner, hoe preciezer
Herhalingsnauwkeurigheid (reproduceerbaarheid)
Kennis
Geneeskundige beslissingen op basis van kennis
Een arts gebruikt ongeveer 2 miljoen stukjes kennis/informatie
Kennis is georganiseerd
Ervaren arts: script van patiënt prototypes
Onervaren arts: hypothetico-deductieve aanpak
Kennisbronnen
Boeken (zelfgemaakte compendia)
HC.1,2,3 Hoe denkt de arts
Wat doet een arts?
De arts probeert vanuit bevindingen een diagnose te stellen om van daaruit de prognose van de
patient te kunnen beïnvloeden/voorspellen/verbeteren.
Diagnose
De diagnose is datgene wat de arts denkt dat de patiënt
Niet datgene wat de patiënt daadwerkelijk heeft
Ziekte
Geen harde objectieve waarheid
Slechts indirect waarneembaar
Ziekteverschijnselen
Geen stofjes
Te hard rijden als ziekte
Geneeskunde:
Bepaling grenswaarde
- Hoe hardt rijdt iedereen
- Bekeuring voor 2.5% hardrijders en 2.5% langzaamrijders
Of met veel variabelen
Geschiedenis
Hippocrates (500 voor christus)
Reason based upon observation
Disbalans van de 4 lichaamsvloeistoffen (bloed, slijm, gele en zwarte gal)
Sydenham (17e eeuw)
Determinisme, classificeren
Ziekte als entiteit
Ziekte
Naam van iets (een aandoening)
Toekenning geschiedt op basis van de aan of afwezigheid van een of meerdere definiërende
kenmerken
Veelheid aan definiërende kenmerken
Soms: definiërend kenmerk = naam van de ziekte
Diagnose
Uitgangspunt van handelen en denken
Sleutel tot medische kennis
- Basis voor handelen
- Uitspraak prognose mogelijk
- Uitgangspunt communicatie
- Toegang gezondheidszorg/erkenning
- Basis wetenschappelijk onderzoek
Waarschijnlijk
Onzeker
, Week 6
Gebaseerd op de waarnemingen
- Pathofysiologische processen: obductie
Diagnostisch proces
Stellen diagnose:
Weten dat de beslissing om te handelen alsof de patiënt de ziekte heeft, niet zal veranderen
door de informatie
Uitsluiten diagnose
Weten dat de beslissing om te handelen alsof de patiënt de ziekte niet heeft, niet zal
veranderen door meer informatie
Kennis nodig
Voor elke stap kennis nodig
Essentiele stap is diagnose stellen
Vergelijken bevindingen bij patiënt met kennis
Gegevens, informatie en kennis
Gegevens en kennis zijn nodig voor stellen diagnose
Gegevens waarmee we werken in de geneeskunde zijn onzeker
De kennis die de arts gebruikt is slechts een klein gedeelte van de kennis die de arts zou kunnen
gebruiken
Gegevens
Kwantitatief (maat en getal)
Discreet (slagen per minuut)
Continu (temp, bloeddruk)
Kwalitatief (of- en in welke vorm aanwezig)
Hoesten +/-
Geen/lichte/matige/ernstige moeheidsklachten
Meetfouten
De uitkomst komt niet overeen met de werkelijke waarde
Door meetinstrumenten en/of waarnemer
Systematische meetfout
Steeds ongeveer hetzelfde
Hoe kleiner hoe accurater
Toevallige meetfout
Steeds anders
Hoe kleiner, hoe preciezer
Herhalingsnauwkeurigheid (reproduceerbaarheid)
Kennis
Geneeskundige beslissingen op basis van kennis
Een arts gebruikt ongeveer 2 miljoen stukjes kennis/informatie
Kennis is georganiseerd
Ervaren arts: script van patiënt prototypes
Onervaren arts: hypothetico-deductieve aanpak
Kennisbronnen
Boeken (zelfgemaakte compendia)