Ethiek artikelen samenvatting
Week 1
Deugdethiek is ontstaan door Socrates.
Utilisme (Bentham): stroming die morele waarden van een handeling afmeet aan de bijdrage die deze
levert aan het algemeen nut. – Bentham focust zich op gevolgen van de handelingen, Kant oordeelt
op grond van de soort handeling.
Deugdethiek: welke karaktereigenschappen zijn goed en wat is dan het goede leven? – is gefocust op
het transformeren van deze dynamiek tot een houding iemand die de deugd beheerst wordt
bewonderd (waarden)
Aristoteles: “er moet één laatste doel zijn, dat is geluk.”
3 uitgangsvormen van geluk leiden tot deugdzaam handelen:
- genot
- nog meer genot als je merkt dat je het vanzelf doet
- als je het denken in het handelen hebt opgenomen
Zorgethiek richt zich vooral op intermenselijke relaties; je bekommert je alleen om mensen waarmee je
evenveel meetelt | afhankelijkheid en kwetsbaarheid staat centraal
5 fasen van zorg: na “receiving” komt “caring with” zaken waar mensen die zorg geven tegenaan
lopen. Dit moet openbaar gemaakt worden.
Week 2
Maximinregel van Rawls: zet alle slechtste mogelijkheden op een rij en kier hier de beste uit. Zo halen
we het beste uit de slechtste mogelijkheden
Eerste principe van Rawls: we hebben allemaal gelijke en maximale vrijheid ook als we
gehandicapt waren, wilden we gelijk behandeld worden
Tweede principe van Rawls: alles moet zo verdeeld worden dat de minste van de samenleving worden
bevoordeeld, behalve wanneer het voor iedereen voordelen heeft en iedereen met dezelfde talenten
en ambities gelijke kansen en mogelijkheden heeft
Eerste en tweede principe samen noemen we “justice as fairness”.
Schadebeginsel (Mill): de grens van de vrijheid ligt daar waar het schade brengt aan andere hun leven
Hans Achterhuis: sociaal werkers zorgen voor afhankelijke burgers en duwen burgers in patiëntenrol
identiteitscrisis sociaal werkers
Marx: alles is productie – alleen nuttige burgers doen ertoe
Ivan Illich: samenleving met veel/ goede gezondheidszorg kent meer patiënten zorgt
professionalisering voor oplossingen of voor meer problemen?
Week 3
Plichtethiek van Kant: de mens is een redelijk wezen, alles wat redelijk is, moet je doen
Categorisch imperatief (Kant): handel zo dat alles wat je doet, daar een wet van kan worden gemaakt
blz. 121
Week 1
Deugdethiek is ontstaan door Socrates.
Utilisme (Bentham): stroming die morele waarden van een handeling afmeet aan de bijdrage die deze
levert aan het algemeen nut. – Bentham focust zich op gevolgen van de handelingen, Kant oordeelt
op grond van de soort handeling.
Deugdethiek: welke karaktereigenschappen zijn goed en wat is dan het goede leven? – is gefocust op
het transformeren van deze dynamiek tot een houding iemand die de deugd beheerst wordt
bewonderd (waarden)
Aristoteles: “er moet één laatste doel zijn, dat is geluk.”
3 uitgangsvormen van geluk leiden tot deugdzaam handelen:
- genot
- nog meer genot als je merkt dat je het vanzelf doet
- als je het denken in het handelen hebt opgenomen
Zorgethiek richt zich vooral op intermenselijke relaties; je bekommert je alleen om mensen waarmee je
evenveel meetelt | afhankelijkheid en kwetsbaarheid staat centraal
5 fasen van zorg: na “receiving” komt “caring with” zaken waar mensen die zorg geven tegenaan
lopen. Dit moet openbaar gemaakt worden.
Week 2
Maximinregel van Rawls: zet alle slechtste mogelijkheden op een rij en kier hier de beste uit. Zo halen
we het beste uit de slechtste mogelijkheden
Eerste principe van Rawls: we hebben allemaal gelijke en maximale vrijheid ook als we
gehandicapt waren, wilden we gelijk behandeld worden
Tweede principe van Rawls: alles moet zo verdeeld worden dat de minste van de samenleving worden
bevoordeeld, behalve wanneer het voor iedereen voordelen heeft en iedereen met dezelfde talenten
en ambities gelijke kansen en mogelijkheden heeft
Eerste en tweede principe samen noemen we “justice as fairness”.
Schadebeginsel (Mill): de grens van de vrijheid ligt daar waar het schade brengt aan andere hun leven
Hans Achterhuis: sociaal werkers zorgen voor afhankelijke burgers en duwen burgers in patiëntenrol
identiteitscrisis sociaal werkers
Marx: alles is productie – alleen nuttige burgers doen ertoe
Ivan Illich: samenleving met veel/ goede gezondheidszorg kent meer patiënten zorgt
professionalisering voor oplossingen of voor meer problemen?
Week 3
Plichtethiek van Kant: de mens is een redelijk wezen, alles wat redelijk is, moet je doen
Categorisch imperatief (Kant): handel zo dat alles wat je doet, daar een wet van kan worden gemaakt
blz. 121