Massamedia
- Middelen om een boodschap over te dragen aan een groot publiek
Kranten, tijdschriften, websites, tv-programma’s
Functies van de media in de politiek
Politiek-informatieve functie - Politiek gebruikt media om burgers te informeren
Spreekbuis functie - Via media kun je alles vertellen/verspreiden
Commentaar functie - Kritiek leveren
Agenda functie - Weten wat wanneer komt (agenda)
Waakhondfunctie - Media kijkt mee met wat er gebeurt in de maatschappij
Socialiserende functie - Mensen worden door het kijken naar televisie en het lezen
van tijdschriften bijv. geconfronteerd met de waarden en dominante culturen en
subculturen. Er vindt hierdoor een overdracht van waarden en normen plaats
Kenmerken media
Actualiteit: iets wat nu gaande is
Periodiciteit: weten welk medium je welke dag kan verwachten
Pluriformiteit (veelzijdigheid): ontvangers van nieuws krijgen verschillende onderwerpen
vanuit verschillende invalshoeken tot zich
Kranten
1618 —> verscheen de eerste krant (in de tijd van de gouden eeuw)
1848 —> kwam de vrijheid van drukpers
ARTIKEL NUMMER 7 UIT DE GRONDWET!
Niemand heeft vooraf verlof nodig om door de drukpers gedachten of
gevoelens te openbaren, behoudens ieder verantwoordelijk voor de wet
2 soorten censuur
Preventief: vooraf bepaald wat niet of wel gepubliceerd mag worden
Repressief: wordt achteraf bepaald
1840 - 1940
Gouden tijden (er waren geen tv’s dus iedereen moest de krant lezen om het nieuws
bij te houden)
Verzuiling (geloof)
1869 —> dagbladzegel werd afgeschaft (de belasting over een krant, hierdoor werd
de krant goedkoper waardoor meer mensen hem konden lezen)
1900 –> leerplichtwet (meer mensen konden lezen en schrijven waardoor de krant
meer gekocht werd)
Meer rubrieken in de krant (sport, keuken, onderwijs, weer)
, Vanaf jaren 60 --> moeilijke tijden
Verlies van abonnees door ontzuiling, verlies van vaste doelgroep
Verlies van abonnees/lezers losse verkoop door ontlezing (veel meer online)
De oplagespiraal: een kleinere oplage (aantal verkochte items) betekent ook minder
advertenties (minder mensen lezen de krant, dus heeft het geen zin om te adverteren) dus
minder inkomsten en een lagere kwaliteit van de krant. Dus: grotere oplage --> meer
advertenties --> betere kwaliteit
Persconcentratie > centrale redacties > redactionele vrijheid
--> het samenvoegen van kranten onder 1 centrale redactie, waardoor de kranten meer op
elkaar gaan lijken, wat gevaarlijk wordt voor de pluriformiteit (veel meer vanuit 1 standpunt)
Krantenaanbod
1. Huis-aan-huis bladen
2. Regionale dagbladen
3. Landelijke bladen
Massakranten vs. Kaderkranten
Voor populariteit Voor kwaliteit
Veel meer plaatjes en minder inhoud Informatiever en minder plaatjes
Kleuren Weinig kleur en serieuzer
Leuker voor de lezer (sensatie)
Inkomsten van kranten
1. Advertenties
2. Abonnees
3. Losse verkoop (in winkels of op straat)
4. Webwinkel
Kranten van links naar rechts
De Volkskrant
In 1919 --> katholieke arbeidersbeweging
1921 --> dagblad
Ochtendkrant
Katholiek, socialistisch, hoogste welstandsklasse (hbo+)
Niet gelovigen
PvdA-stemmers
Veel aandacht voor cultuur, milieu, opinie en achtergronden
Kaderkrant
Het Parool
Landelijke krant die zich richt op Amsterdam
Linkse krant
Kaderkrant
- Middelen om een boodschap over te dragen aan een groot publiek
Kranten, tijdschriften, websites, tv-programma’s
Functies van de media in de politiek
Politiek-informatieve functie - Politiek gebruikt media om burgers te informeren
Spreekbuis functie - Via media kun je alles vertellen/verspreiden
Commentaar functie - Kritiek leveren
Agenda functie - Weten wat wanneer komt (agenda)
Waakhondfunctie - Media kijkt mee met wat er gebeurt in de maatschappij
Socialiserende functie - Mensen worden door het kijken naar televisie en het lezen
van tijdschriften bijv. geconfronteerd met de waarden en dominante culturen en
subculturen. Er vindt hierdoor een overdracht van waarden en normen plaats
Kenmerken media
Actualiteit: iets wat nu gaande is
Periodiciteit: weten welk medium je welke dag kan verwachten
Pluriformiteit (veelzijdigheid): ontvangers van nieuws krijgen verschillende onderwerpen
vanuit verschillende invalshoeken tot zich
Kranten
1618 —> verscheen de eerste krant (in de tijd van de gouden eeuw)
1848 —> kwam de vrijheid van drukpers
ARTIKEL NUMMER 7 UIT DE GRONDWET!
Niemand heeft vooraf verlof nodig om door de drukpers gedachten of
gevoelens te openbaren, behoudens ieder verantwoordelijk voor de wet
2 soorten censuur
Preventief: vooraf bepaald wat niet of wel gepubliceerd mag worden
Repressief: wordt achteraf bepaald
1840 - 1940
Gouden tijden (er waren geen tv’s dus iedereen moest de krant lezen om het nieuws
bij te houden)
Verzuiling (geloof)
1869 —> dagbladzegel werd afgeschaft (de belasting over een krant, hierdoor werd
de krant goedkoper waardoor meer mensen hem konden lezen)
1900 –> leerplichtwet (meer mensen konden lezen en schrijven waardoor de krant
meer gekocht werd)
Meer rubrieken in de krant (sport, keuken, onderwijs, weer)
, Vanaf jaren 60 --> moeilijke tijden
Verlies van abonnees door ontzuiling, verlies van vaste doelgroep
Verlies van abonnees/lezers losse verkoop door ontlezing (veel meer online)
De oplagespiraal: een kleinere oplage (aantal verkochte items) betekent ook minder
advertenties (minder mensen lezen de krant, dus heeft het geen zin om te adverteren) dus
minder inkomsten en een lagere kwaliteit van de krant. Dus: grotere oplage --> meer
advertenties --> betere kwaliteit
Persconcentratie > centrale redacties > redactionele vrijheid
--> het samenvoegen van kranten onder 1 centrale redactie, waardoor de kranten meer op
elkaar gaan lijken, wat gevaarlijk wordt voor de pluriformiteit (veel meer vanuit 1 standpunt)
Krantenaanbod
1. Huis-aan-huis bladen
2. Regionale dagbladen
3. Landelijke bladen
Massakranten vs. Kaderkranten
Voor populariteit Voor kwaliteit
Veel meer plaatjes en minder inhoud Informatiever en minder plaatjes
Kleuren Weinig kleur en serieuzer
Leuker voor de lezer (sensatie)
Inkomsten van kranten
1. Advertenties
2. Abonnees
3. Losse verkoop (in winkels of op straat)
4. Webwinkel
Kranten van links naar rechts
De Volkskrant
In 1919 --> katholieke arbeidersbeweging
1921 --> dagblad
Ochtendkrant
Katholiek, socialistisch, hoogste welstandsklasse (hbo+)
Niet gelovigen
PvdA-stemmers
Veel aandacht voor cultuur, milieu, opinie en achtergronden
Kaderkrant
Het Parool
Landelijke krant die zich richt op Amsterdam
Linkse krant
Kaderkrant