Omgevingsanalyse
H9 Consumenten
Paragraaf 9.1 Consumptieve bestedingen
Consumptieve bestedingen of consumptie de bestedingen van consumenten.
De Nederlandse economie is voor het grootste deel afhankelijk van de export,
daarna komt de consumptie, dan de overheidsbestedingen en met 10% de
investeringen.
Als de consumptieve bestedingen toenemen geeft dit een impuls aan de
productie van bedrijven en daarmee aan de economische groei.
Paragraaf 9.2 Ontwikkeling van de consumptie
Belangrijke factoren die de consumptie bepalen:
- Inkomen = ontwikkeling van het besteedbaar inkomen
- Vermogen = ontwikkeling van het vermogen
Besteedbaar inkomen = het inkomen dat na verwerving en herverdelende
maatregelen door de overheid overblijft voor besteding.
Het inkomen zoals dat verworven wordt, kan bestaan uit de volgende delen: loon,
winst, vermogensinkomsten, uitkeringen en overige inkomensbestanddelen.
Primair inkomen = inkomen dat verworven wordt door een prestatie te verrichten
loon, huur, interest en winst zijn de basisvormen.
Primair inkomen + overdrachtsinkomens (AOW, WIA, bijstand etc.) = bruto-
inkomen – belasting en sociale premies = besteedbaar inkomen.
Arbeidsinkomen is voornamelijk loon, maar ook de winst van zelfstandige
ondernemers.
De arbeidsinkomensquote meet het aandeel van de vergoeding voor arbeid in het
BBP van de economie.
De winstquote wordt gebruikt als indicator van de winstgevendheid.
Koopkracht is wat je kunt kopen van je geld.
De overheid beïnvloedt op verschillende manieren de koopkracht en het
besteedbaar inkomen.
Vermogensontwikkeling speelt belangrijke rol bij de groei van de consumptieve
bestedingen.
Het vermogen kan toenemen door bijvoorbeeld stijgende huizenprijzen en
stijgende aandelenkoersen.
Koerswinst of koersverlies.
Consumenten zijn gevoeliger voor koersverlies dan voor koerswinst.
Als reactie op koersdalingen gaan consumenten veel meer sparen. Hier zijn twee
verklaringen voor:
- Consumenten zijn risicomijdend Loss aversion of endowment effect =
iemand waardeert goederen en vermogen meer indien hij deze in bezit
heeft.
- Aan het extra vermogen wordt steeds minder waarde gehecht
Afnemend grensnut
ragraaf 9.3 Samenstelling van het consumptiepakket
H9 Consumenten
Paragraaf 9.1 Consumptieve bestedingen
Consumptieve bestedingen of consumptie de bestedingen van consumenten.
De Nederlandse economie is voor het grootste deel afhankelijk van de export,
daarna komt de consumptie, dan de overheidsbestedingen en met 10% de
investeringen.
Als de consumptieve bestedingen toenemen geeft dit een impuls aan de
productie van bedrijven en daarmee aan de economische groei.
Paragraaf 9.2 Ontwikkeling van de consumptie
Belangrijke factoren die de consumptie bepalen:
- Inkomen = ontwikkeling van het besteedbaar inkomen
- Vermogen = ontwikkeling van het vermogen
Besteedbaar inkomen = het inkomen dat na verwerving en herverdelende
maatregelen door de overheid overblijft voor besteding.
Het inkomen zoals dat verworven wordt, kan bestaan uit de volgende delen: loon,
winst, vermogensinkomsten, uitkeringen en overige inkomensbestanddelen.
Primair inkomen = inkomen dat verworven wordt door een prestatie te verrichten
loon, huur, interest en winst zijn de basisvormen.
Primair inkomen + overdrachtsinkomens (AOW, WIA, bijstand etc.) = bruto-
inkomen – belasting en sociale premies = besteedbaar inkomen.
Arbeidsinkomen is voornamelijk loon, maar ook de winst van zelfstandige
ondernemers.
De arbeidsinkomensquote meet het aandeel van de vergoeding voor arbeid in het
BBP van de economie.
De winstquote wordt gebruikt als indicator van de winstgevendheid.
Koopkracht is wat je kunt kopen van je geld.
De overheid beïnvloedt op verschillende manieren de koopkracht en het
besteedbaar inkomen.
Vermogensontwikkeling speelt belangrijke rol bij de groei van de consumptieve
bestedingen.
Het vermogen kan toenemen door bijvoorbeeld stijgende huizenprijzen en
stijgende aandelenkoersen.
Koerswinst of koersverlies.
Consumenten zijn gevoeliger voor koersverlies dan voor koerswinst.
Als reactie op koersdalingen gaan consumenten veel meer sparen. Hier zijn twee
verklaringen voor:
- Consumenten zijn risicomijdend Loss aversion of endowment effect =
iemand waardeert goederen en vermogen meer indien hij deze in bezit
heeft.
- Aan het extra vermogen wordt steeds minder waarde gehecht
Afnemend grensnut
ragraaf 9.3 Samenstelling van het consumptiepakket