burgers, staatsideologie: “staat belangrijker dan jijzelf”, media beheert door staat
1985-1991 Gorbatsjov met glasnost en perestrojka = Gorbatsjov leider SU — wilde SU
hervormen om slechte economie weer goed te maken — doet hij met: glasnost =
openheid/kritiek toegestaan en perestrojka = vernieuwing, meer een open/vrije economie
protesten voor meer vrijheid en politieke hervormingen in DDR (oosten) 1989
1989: openstelling grenzen in enkele Europese landen
9 november 1990: val vd muur
Oktober 1990 hereniging Duitslanden (Wiedervereinigung: ossies en wessies)
1991 uiteenvallen SU en einde koude oorlog
o Rusland wordt democratie — 1e president: Jeltsin
Context Nederland
Wederopbouw — Marshall hulp, hierdoor verbonden met de VS
- Komt einde aan neutraliteitspolitiek
- NL sluit aan bij EGKS (eu) en NAVO (militair bondgenootschap)
- Babyboom = enorme bevolkingsgroei (vergroening)
Behoefte aan werk, dus inzetten op industrialisatie
Jaren ’50 Rooms (katholieken)-Rode(socialisten) coalitie
Leiders van deze ‘groepen’ kunnen wel samenwerken dus voorbeeld van ontzuiling
- Geleide loonpolitiek = lage lonen, goedkoop produceren waardoor je sterke export hebt —
leidt tot veel werk (overheid en werkgevers mochten hierin meepraten, democratisch)
- 1959 gasbel Slochteren (veel aardgas) — veel inkomsten voor overheid
Jaren ’60 door succes aardgas een loonexplosie!!
- Zorgt voor Consumptiemaatschappij (veel kunnen kopen)
Luxe, tv, koelkast, stofzuiger, auto. File was interessant om naar te kijken (nieuw)
- Loonexplosie zorgt voor veel banen, maar te weinig mensen die hiervoor kunnen werken,
gaan mensen (arbeiders) halen uit Spanje, Italië, Marokko, Griekenland, Turkije
- Zorgt ook voor ontzuiling (ontkerkelijking = secularisatie) en zuilloze TV (TROS, Veronica)
Individualisme
1980 CAU en ARP (protestantse partijen) gaan samen met KVP (katholiek) = CDA (zuil-doorbrekend)
Maakbare samenleving
- (met geld) samenleving zo mooi maken als je wilt
- Overheid zorgt voor iedereen!
- Bijstand en AOW-uitkering (pensioen)
NL volgt Keynesiaanse economie = economie met pieken en dalen
- Problemen voorkomen voor als er een economische crisis komt
Investeren in werk
Sparen (voor mindere periode)
, Jongeren ontzuilen het hardst! Jongerenculturen door luxe:
- Meer geld Brommers, platenspelers, rockmuziek
- Meer vrije tijd uit VS, eigen kleding en haardracht
Nozems (1950-1960)
- School: Laagopgeleid
- Objecten: Brommers, bier sigaretten
- Kleding: leren Jack, spijkerbroek, petticoot voor meiden (lange tutu, rok)
- Haar: vetkuiven
- Doel: beetje rellen uit verveling, afzetten tegen politie – plagerig verzet
Provo’s (1960)
- School: hoogopgeleid
- Objecten: witte fietsen (overal waar je buiten keek) want tegen
consumptiemaatschappij en milieuvervuiling. Ook rookbommen
- Kleding: wit, spijkerbroeken
- Voor anarchisme = tegen gezag — treiterend, afwijzend
Hippies (1960-1970)
- Flowerpower — terug naar natuur
- Communes = in groepen met elkaar leven
- Tegen de oorlog (vooral Vietnamoorlog) “make love, no war” —
dromerig vernieuwend
- Drugs en vrije seks
- Bloot, jezelf zijn moet kunnen
- Kleurrijk, lang haar, bloemen, unisex, Afghaanse jurken
Dolle Mina’s
- Bekend van speelse acties
(korsetten verbanden – symbool voor vrouwonderdrukking)
- Strijden voor abortuswetgeving
- Groep vernoemd naar Wilhelmina Drucker
Man-vrouw maatschappij (MVM)
- Opgericht door feministen (Joke smit)
- Willen gelijkheid voor vrouwen in arbeid en onderwijs
Jeugdculturen 1970-1990
- Punk – reacties op crisis (woningnood, werkloosheid), anarchistisch (streven naar
samenleving zonder hogere macht), leger schoenen, hanenkam, radicaal afwijzend
- Kraakbeweging – reactie kapitalisme, veel geweld tegen politie
- Rap – VS, voor wereld zonder armoede, tegen racisme
- Gabbers – blanke jongeren, weinig interesse in politiek, trainingsjack, kaal
Tweede feministische golf
- 1956 einde handelingsonbekwaam vrouwen = vrouw afhankelijk aan man
Dus nu heeft vrouw eigen rechten
- Anticonceptiepil (geboorte planning) -> keuze wel/geen kind (geeft meer vrijheid)
- Onderwijs wetgeving voor vrouwen: langer naar school, hoger opgeleid