Een werknemer zijn in de zin van de WW
Art. 3 lid 1 WW benoemen: werknemer is de natuurlijke persoon jonger dan de
pensioengerechtigde leeftijd die in privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking
staat.
Voorwaarden art. 3 lid 1 WW uitwerken:
Natuurlijke persoon jonger dan de pensioengerichte leeftijd
Kenmerken van een privaatrechtelijke dienstbetrekking (art. 7:610 BW):
Gezagsverhouding.
(Dat is aanwezig als er bijvoorbeeld instructies worden gegeven, als er ziekgemeld
moet worden en als er toestemming voor vakantieverlof moet worden gevraagd)
De arbeid moet persoonlijk verricht worden.
En er moet loon zijn als tegenprestatie van de werknemer.
(Deze uitwerking loop je alleen na als er niks staat over dat er sprake van een arbeidsovereenkomst
is. Anders mag je ervan uitgaan dat het een privaatrechtelijke dienstbetrekking is.)
Publiekrechtelijke dienstbetrekking
(Aangeven dat het wel/geen werk bij de gemeente, overheid enz. is.)
Conclusie geven: … is dus wel/niet een werknemer in de zin van de WW volgens art. 3 lid 1
WW
,Verzekerd zijn voor de ZW
1. Art. 20 ZW benoemen: De werknemers in de zin van deze wet zijn verzekerd.
2. Art. 3 lid 1 ZW benoemen: werknemer is de natuurlijke persoon jonger dan de
pensioengerechtigde leeftijd die in privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking
staat.
3. Voorwaarden art. 3 lid 1 ZW uitwerken:
Natuurlijke persoon jonger dan de pensioengerichte leeftijd
Kenmerken van een privaatrechtelijke dienstbetrekking (art. 7:610 BW):
Gezagsverhouding.
(Dat is aanwezig als er bijvoorbeeld instructies worden gegeven, als er ziekgemeld
moet worden en als er toestemming voor vakantieverlof moet worden gevraagd)
De arbeid moet persoonlijk verricht worden.
En er moet loon zijn als tegenprestatie van de werknemer.
(Deze uitwerking loop je alleen na als er niks staat over dat er sprake van een arbeidsovereenkomst
is. Anders mag je ervan uitgaan dat het een privaatrechtelijke dienstbetrekking is.)
Publiekrechtelijke dienstbetrekking
(Aangeven dat het wel/geen werk bij de gemeente, overheid enz. is.)
(Art. 3 lid 1 ZW loop je alleen na als er niks staat over dat er sprake is van een werknemer)
4. Tussenconclusie geven: … is dus wel/niet een werknemer in de zin van de ZW volgens art. 3
lid 1 ZW. … is dus ook verzekerd.
5. Art. 29 lid 4 ZW benoemen: Geen ziekengeld wordt uitgekeerd op en na de eerste dag van de
maand waarin de verzekerde de leeftijd van 65 jaar bereikt.
, Verzekerd zijn voor de WW
Dit weet je als je weet dat iemand een werknemer is in de zin van de WW!
1. Art. 3 lid 1 WW benoemen: werknemer is de natuurlijke persoon jonger dan de
pensioengerechtigde leeftijd die in privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking
staat.
2. Voorwaarden art. 3 lid 1 WW uitwerken:
Natuurlijke persoon jonger dan de pensioengerichte leeftijd
Kenmerken van een privaatrechtelijke dienstbetrekking (art. 7:610 BW):
Gezagsverhouding.
(Dat is aanwezig als er bijvoorbeeld instructies worden gegeven, als er ziekgemeld
moet worden en als er toestemming voor vakantieverlof moet worden gevraagd)
De arbeid moet persoonlijk verricht worden.
En er moet loon zijn als tegenprestatie van de werknemer.
(Deze uitwerking loop je alleen na als er niks staat over dat er sprake van een arbeidsovereenkomst
is. Anders mag je ervan uitgaan dat het een privaatrechtelijke dienstbetrekking is.)
Publiekrechtelijke dienstbetrekking
(Aangeven dat het wel/geen werk bij de gemeente, overheid enz. is.)
3. Conclusie geven: … is dus wel/niet een werknemer in de zin van de WW volgens art. 3 lid 1
WW