De belangrijkste onderwerpen in nask:
1. Elektriciteit
2. Beweging
3. Licht
4. Stoffen
5. Krachten
6. Warmte
7. Geluid
Bij nask kijk je naar verschijnselen om je heen. Je probeert die te begrijpen en te verklaren.
1.2
Het experiment die je in de klas doet, noem je het practicum of de proef.
Dit heb je nodig in het practicum lokaal:
een waterkraan: je gebruikt regelmatig water om iets af te koelen of uit te spoelen.
En gaskraan: je moet soms iets verwarmen. Je gebruikt hiervoor een gasbrander.
Een stopcontact: je gebruikt voor een onderzoek een apparaat dat op elektriciteit werkt.
TOA: technisch onderwijsassistent, dus meneer hoekstra.
De belangrijkste veiligheidsregels:
1. Luister goed naar de docent en de TOA.
2. Houd je aan de opdracht.
Als je werkt met vuur of gevaarlijke stoffen:
Draag je een labjas
Draag je een veiligheidsbril
Draag lang haar in een staart.
Voor de veiligheid zijn ook aanwezig:
Labjassen: om je kleding en huid te beschermen
Veiligheidsbrillen: om je ogen te beschermen.
Blusdeken: om een kleine brand te blussen en als kleding van een persoon brandt, leg je er
een blusdeken over.
Brandblusser: om een brand te blussen
Oogdouche: om een gevaarlijke, bijtende stof die in je oog hebt gekregen eruit te spoelen.
Nooddouche: om je huid te spoelen als je een gevaarlijke, bijtende stof op je huid hebt
gekregen.
Noodstop: om snel elektriciteit, water en gas op de tafel in het lokaal uit te schakelen.
Veiligheidspictogrammen: om een gevaar te herkennen.
Pictogrammen:
1. Elektriciteit
2. Beweging
3. Licht
4. Stoffen
5. Krachten
6. Warmte
7. Geluid
Bij nask kijk je naar verschijnselen om je heen. Je probeert die te begrijpen en te verklaren.
1.2
Het experiment die je in de klas doet, noem je het practicum of de proef.
Dit heb je nodig in het practicum lokaal:
een waterkraan: je gebruikt regelmatig water om iets af te koelen of uit te spoelen.
En gaskraan: je moet soms iets verwarmen. Je gebruikt hiervoor een gasbrander.
Een stopcontact: je gebruikt voor een onderzoek een apparaat dat op elektriciteit werkt.
TOA: technisch onderwijsassistent, dus meneer hoekstra.
De belangrijkste veiligheidsregels:
1. Luister goed naar de docent en de TOA.
2. Houd je aan de opdracht.
Als je werkt met vuur of gevaarlijke stoffen:
Draag je een labjas
Draag je een veiligheidsbril
Draag lang haar in een staart.
Voor de veiligheid zijn ook aanwezig:
Labjassen: om je kleding en huid te beschermen
Veiligheidsbrillen: om je ogen te beschermen.
Blusdeken: om een kleine brand te blussen en als kleding van een persoon brandt, leg je er
een blusdeken over.
Brandblusser: om een brand te blussen
Oogdouche: om een gevaarlijke, bijtende stof die in je oog hebt gekregen eruit te spoelen.
Nooddouche: om je huid te spoelen als je een gevaarlijke, bijtende stof op je huid hebt
gekregen.
Noodstop: om snel elektriciteit, water en gas op de tafel in het lokaal uit te schakelen.
Veiligheidspictogrammen: om een gevaar te herkennen.
Pictogrammen: