H20 blz 694 t/m 702
Epitheel= meercellige lagen waarin cellen naast elkaar samengevoegd zijn epitheelcellen kunnen
veel vormen aannemen
Soms veel cellagen dik huidepitheel
Soms 1 cellaag dik darm
Verschillende functies:
Bescherming
Secretie hormonen, melk, tranen
Nutriënten absorberen (darm)
Signalen detecteren
Apicale oppervlakte= oppervlakte aan vrije kant lucht of waterige vloeistof
Basale oppervlakte= oppervlakte aan basale lamina
Basale lamina= dunne, stevige laag extracellulaire matrix, vooral collageen en laminine
Laminine zorgt voor hechtingsplaatsen voor integrinemoleculen in basale lamina membranen van
epitheelcellen koppelende rol
Epitheelcellen zijn polair= oppervlakten zijn chemisch verschillend verschillende functies
In darm:
Absorberende cellen nemen nutriënten op uit de darm hebben microvilli aan apocale
oppervlakte
Goblet cellen secreteren slijm in darm lumen
Beide cellen zijn polair: absorberende cellen nemen nutriënten op uit darm lumen door apicale
oppervlakte en exporteren deze moleculen van de basale oppervlakte naar onderliggend weefsel
verschillende membraan transporteiwitten in apicale en basale plasmamembraan.
Goblet cellen synthetiseren slijm en lossen dit alleen aan het apicale uiteinde Golgi,
secretieblaasjes, cytoskelet gepolariseerd
Polariteit hangt af van junctions die cellen onderling en met basale lamina vormen
Epitheelcel junction functies:
Strakke afsluiting voorkomen dat moleculen door het epitheel lekken
Sterke mechanische bindingen
Chemische communicatie
Tight junctions= binden naburige cellen aan elkaar in water oplosbare moleculen kunnen niet
makkelijk lekken tussen cellen. Gevormd door de eiwitten claudine en occludine die in strengen langs
de junction liggen om een afsluiting te vormen
Zonder tight junctions pompactiviteit van absorberende cel zou nutteloos zijn en extracellulaire
vloeistof zou aan beide kanten gelijk zijn
Tight junctions handhaven de polariteit van de individuele epitheelcel:
Voorkomen van diffusie van eiwitten in het plasmamembraan apicale plasmamembraan
anders dan basale
Plaats voor samenkomst van complexen van intracellulaire eiwitten die polariteit besturen
Cel junctions die epitheel samenhouden door vorming van mechanische bindingen:
1. Adherens junctions= contactplaatsen binden epitheelcellen aan elkaar
2. Desmosomen binden epitheelcellen aan elkaar
3. Hemidesmosomen binden epitheelcellen aan basale lamina
Al deze junctions zorgen voor mechanische sterkte op dezelfde manier: cellen die celadhesie
vormen spannen het plasmamembraan af en zijn in de cel aan cytoskelet filamenten gelinked
filamenten uitgestrekt door hele epitheellaag
Epitheel= meercellige lagen waarin cellen naast elkaar samengevoegd zijn epitheelcellen kunnen
veel vormen aannemen
Soms veel cellagen dik huidepitheel
Soms 1 cellaag dik darm
Verschillende functies:
Bescherming
Secretie hormonen, melk, tranen
Nutriënten absorberen (darm)
Signalen detecteren
Apicale oppervlakte= oppervlakte aan vrije kant lucht of waterige vloeistof
Basale oppervlakte= oppervlakte aan basale lamina
Basale lamina= dunne, stevige laag extracellulaire matrix, vooral collageen en laminine
Laminine zorgt voor hechtingsplaatsen voor integrinemoleculen in basale lamina membranen van
epitheelcellen koppelende rol
Epitheelcellen zijn polair= oppervlakten zijn chemisch verschillend verschillende functies
In darm:
Absorberende cellen nemen nutriënten op uit de darm hebben microvilli aan apocale
oppervlakte
Goblet cellen secreteren slijm in darm lumen
Beide cellen zijn polair: absorberende cellen nemen nutriënten op uit darm lumen door apicale
oppervlakte en exporteren deze moleculen van de basale oppervlakte naar onderliggend weefsel
verschillende membraan transporteiwitten in apicale en basale plasmamembraan.
Goblet cellen synthetiseren slijm en lossen dit alleen aan het apicale uiteinde Golgi,
secretieblaasjes, cytoskelet gepolariseerd
Polariteit hangt af van junctions die cellen onderling en met basale lamina vormen
Epitheelcel junction functies:
Strakke afsluiting voorkomen dat moleculen door het epitheel lekken
Sterke mechanische bindingen
Chemische communicatie
Tight junctions= binden naburige cellen aan elkaar in water oplosbare moleculen kunnen niet
makkelijk lekken tussen cellen. Gevormd door de eiwitten claudine en occludine die in strengen langs
de junction liggen om een afsluiting te vormen
Zonder tight junctions pompactiviteit van absorberende cel zou nutteloos zijn en extracellulaire
vloeistof zou aan beide kanten gelijk zijn
Tight junctions handhaven de polariteit van de individuele epitheelcel:
Voorkomen van diffusie van eiwitten in het plasmamembraan apicale plasmamembraan
anders dan basale
Plaats voor samenkomst van complexen van intracellulaire eiwitten die polariteit besturen
Cel junctions die epitheel samenhouden door vorming van mechanische bindingen:
1. Adherens junctions= contactplaatsen binden epitheelcellen aan elkaar
2. Desmosomen binden epitheelcellen aan elkaar
3. Hemidesmosomen binden epitheelcellen aan basale lamina
Al deze junctions zorgen voor mechanische sterkte op dezelfde manier: cellen die celadhesie
vormen spannen het plasmamembraan af en zijn in de cel aan cytoskelet filamenten gelinked
filamenten uitgestrekt door hele epitheellaag