KLINISCH REDENEREN – LICHAAMSTEMPERATUUR EN ADEMHALING
Temperatuur
Kerntemperatuur: de temperatuur van diepliggend weefsel in het lichaam. De normaal waarden voor
lichaamstemperatuur liggen tussen 36.7 ≥ T ≤ 37.2 graden Celsius.
Lichte verhoging: lichaamstemperatuur tussen 37.2/37.5 en 37.9 graden Celsius.
Koorts: lichaamstemperatuur hoger dan 38 graden Celsius. Koorts is een door ziekte of infectie veroorzaakte
verandering van het set point, een verhoging van de kerntemperatuur.
Hyperthermie: Bij hyperthermie is het reguleringsmechanisme van streek, waardoor de balans tussen
warmteproductie en warmteafgifte verstoord raakt. Dit heeft een teveel aan warmteproductie tot gevolg,
terwijl de hypothalamus daartoe géén signaal heeft afgegeven.
Temperatuurregeling: Lichaamstemperatuur wordt geregeld dmv homeostase.
- Een receptor voor lichaamstemperatuur registreert een verhoging of verlaging van temperatuur,
zet aan tot negatieve terugkoppeling.
- Stijgende lichaamstemperatuur: besturingssysteem stuurt signaal naar bloedvaten en
zweetklieren in de huid, hierdoor stijgt de bloedtoevoer naar de huid en ga je zweten, hierdoor
wordt de temperatuur hersteld.
- Dalende lichaamstemperatuur: besturingssysteem stuurt signaal naar skeletspieren, bloedvaten
en zweetklieren in de huid, hierdoor neemt bloedstroom naar de huid af, transpireren vermindert
en je gaat rillen, hierdoor wordt de temperatuur hersteld.
Ademhaling
Door middel van ademhaling wordt zuurstof uit de buitenlucht opgenomen, dat vervolgens in het bloed
terechtkomt, en wordt koolzuur uit het lichaam uitgestoten. Ademhaling vindt plaats in de longen en
luchtwegen (neus- en keelholte, strottenhoofd en luchtpijp). De ademhaling wordt geregeld door het
ademcentrum in de hersenen. De belangrijkste ademhalingsspieren zijn het diafragma (dit is het middenrif) en
tussenribspieren. Soms zijn deze spieren verzwakt en kunnen ze niet meer voor voldoende ventilatie zuurstof
zorgen.
Controle ademhaling
Bij de ademhaling dient te worden gelet op:
• Snelheid
• Regelmaat
• Diepte
• Reuk
• Geluid
Let, ter herkenning van symptomen van dyspnoe (bemoeilijkte ademhaling), ook op het gelaat van de cliënt:
• Benauwde gelaatsuitdrukking;
• Cyanose (het blauw kleuren van de huid)
• Bewegen van de neusvleugels
• Heftige op en neergaan van de borstkas
• Bewegen van de spieren in de hals
19
Temperatuur
Kerntemperatuur: de temperatuur van diepliggend weefsel in het lichaam. De normaal waarden voor
lichaamstemperatuur liggen tussen 36.7 ≥ T ≤ 37.2 graden Celsius.
Lichte verhoging: lichaamstemperatuur tussen 37.2/37.5 en 37.9 graden Celsius.
Koorts: lichaamstemperatuur hoger dan 38 graden Celsius. Koorts is een door ziekte of infectie veroorzaakte
verandering van het set point, een verhoging van de kerntemperatuur.
Hyperthermie: Bij hyperthermie is het reguleringsmechanisme van streek, waardoor de balans tussen
warmteproductie en warmteafgifte verstoord raakt. Dit heeft een teveel aan warmteproductie tot gevolg,
terwijl de hypothalamus daartoe géén signaal heeft afgegeven.
Temperatuurregeling: Lichaamstemperatuur wordt geregeld dmv homeostase.
- Een receptor voor lichaamstemperatuur registreert een verhoging of verlaging van temperatuur,
zet aan tot negatieve terugkoppeling.
- Stijgende lichaamstemperatuur: besturingssysteem stuurt signaal naar bloedvaten en
zweetklieren in de huid, hierdoor stijgt de bloedtoevoer naar de huid en ga je zweten, hierdoor
wordt de temperatuur hersteld.
- Dalende lichaamstemperatuur: besturingssysteem stuurt signaal naar skeletspieren, bloedvaten
en zweetklieren in de huid, hierdoor neemt bloedstroom naar de huid af, transpireren vermindert
en je gaat rillen, hierdoor wordt de temperatuur hersteld.
Ademhaling
Door middel van ademhaling wordt zuurstof uit de buitenlucht opgenomen, dat vervolgens in het bloed
terechtkomt, en wordt koolzuur uit het lichaam uitgestoten. Ademhaling vindt plaats in de longen en
luchtwegen (neus- en keelholte, strottenhoofd en luchtpijp). De ademhaling wordt geregeld door het
ademcentrum in de hersenen. De belangrijkste ademhalingsspieren zijn het diafragma (dit is het middenrif) en
tussenribspieren. Soms zijn deze spieren verzwakt en kunnen ze niet meer voor voldoende ventilatie zuurstof
zorgen.
Controle ademhaling
Bij de ademhaling dient te worden gelet op:
• Snelheid
• Regelmaat
• Diepte
• Reuk
• Geluid
Let, ter herkenning van symptomen van dyspnoe (bemoeilijkte ademhaling), ook op het gelaat van de cliënt:
• Benauwde gelaatsuitdrukking;
• Cyanose (het blauw kleuren van de huid)
• Bewegen van de neusvleugels
• Heftige op en neergaan van de borstkas
• Bewegen van de spieren in de hals
19