Opties
zie BKM H20 (9th Ed.: H17) –
Options Markets: Introduction
,Afgeleide producten
• Afgeleide producten = derivaten
= derivatives = contingent claims
• Producten waarvan de prijs afgeleid is van de prijs of koers van een ander
instrument (= onderliggend actief)
• Alles waar een waarde kan opgeplakt worden kan dienst doen als
onderliggend actief
• Meest voorkomende derivaten gebaseerd op:
o aandelen(indices)
o wisselkoersen
o rentevoeten
o commodities (olie, metalen, landbouwproducten, etc.)
• Richting moet juist zijn (stijgen/dalen) en de grootte van de stijging in
de door jou gedachte keuze moet ook groot genoeg zijn!
Beleggingsleer
Afgeleide producten: opties 2
,Call opties
• Call optie geeft het recht (niet de verplichting) om een bepaald actief te
kopen aan een vastgestelde prijs
(= uitoefenprijs = strike price) op een vastgesteld tijdstip
(= vervaldag = expiration date)
• Waarde op vervaldag T afhankelijk van de koers van het onderliggende
actief (ST) en de uitoefenprijs (X)
• Als ST > X: optie uitoefenen payoff = ST – X
• Als ST X: optie niet uitoefenen payoff = 0
• Tegenpartij: de schrijver (writer) van de optie
o Heeft tegenstelde cash flows
o Is verplicht het contract na te leven en kan dus alleen geld verliezen
o Vergoeding: optie premie (premium) = de prijs van de optie
• Op vastgesteld tijdstip of tijdens een bepaalde periode
• Aandelenkoers hoger dan afspraakprijs dan heb je winst
Beleggingsleer
Afgeleide producten: opties 3
, Call opties:
standpunt van de houder
• Vb.: call optie op aandeel met uitoefenprijs $100; prijs van de call $14
Winst voor de call houder = payoff van de optie – betaalde premie
breakeven punt = $114; maximaal verlies = premie = $14;
maximale winst = ∞(in theorie, i.e. als ST = ∞)
Theoretisch is de maximale winst onbegrensd -> doordat een
aandeel zijn prijs niet vastligt 4