100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Corporate Finance

Beoordeling
4,1
(17)
Verkocht
74
Pagina's
41
Geüpload op
20-10-2018
Geschreven in
2018/2019

Nederlandse samenvatting van alle verplichte hoofdstukken voor het vak Corporate Finance 2018/2019. Deze samenvatting bevat theorie en voorbeelden van oefeningen. Oefenen met connect wordt aangeraden.

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting Corporate Finance

Hoofdstuk 1 Introduction to corporate finance

Als je een bedrijf wilt beginnen moet je jezelf de volgende drie vragen afvragen:
1. Welke lange termijn investeringen ga je te maken?
Het proces van het plannen en managen van de lange termijn investeringen wordt
capital budgeting genoemd. De financieel manager onderzoekt welke investeringen
meer opleveren dan ze kosten. De essentie van capital budgeting is het evalueren
van de grootte, timing en de risico van toekomstige cash flows.
2. Hoe kom je aan het geld om deze lange termijn investering te maken?
De capital structure is de mix van tussen de lange termijn schulden en het vermogen
verworven bij een bedrijf.
3. Hoe ga je de everyday financial activities managen?
Working capital is het bedrijf haar korte termijn assets en liabilities. Het managen
hiervan is een dagelijkse activiteit.

Een financieel manager handelt vanuit de shareholders. Een goede beslissing zorgt daarom
voor een stijging van de waarde van de equity. De current value per share zal
gemaximaliseerd moeten worden volgens de shareholders. Een wat algemener doel is het
maximaliseren van de marktwaarde van de bestaande owner’s equity.

In de meeste landen speelt de financiële market een fundamentele rol in de operaties van
grote organisaties. Zelfs als een organisatie niet wordt verhandeld op de effectenbeurs, is de
aandelenmarkt van belang, aangezien het er informatie op kan doen over haar concurrenten,
leveranciers, klanten en de economie als geheel. De financiële markt kan opgedeeld worden
in een primary en secondary market.
De primary market verwijst naar de transactie waarbij de coöperatie de verkoper is en de
transactie geld oplevert voor de coöperatie. Er zijn hierbij twee types van transacties:
1. Public offerings: het verkopen aan general public
2. Private placements: onderhandelde verkoop aan een specifieke individu.
De secondary market verwijst naar een transactie waarbij een eigenaar of een schuldeiser
aan een ander verkoopt. Het zijn deze die de ‘waarde’ verkopen na een orginele verkoop. Er
zijn twee soorten secondary markets:
1. Dealer: kopen en verkopen voor hunzelf, op eigen risico. Denk hierbij aan een
autodealer. Hij koopt en verkoopt auto’s. Dealer markten in aandelen en
langetermijnschulden worden over-the-counter (OTC) markten genoemd.
2. Auction: deze vorm van secondary market kent een fysieke locatie (bv. the London
Stock Exchange) en verder bevat de auction geen dealer. Het is de bedoeling dat
koper en verkoper aan elkaar gekoppeld worden.

,Hoofdstuk 3: Financial statement analysis

Elk jaar geeft een bedrijf haar jaarverslag (annual report) vrij. Deze bestaat uit drie financiële
statements:
1. The statement of financial position, or balance sheet
2. The income statement
3. The statement of cash flows

The statement of financial position
Dit is een financieel overzicht die de boekwaarde van een onderneming op een bepaalde
datum weergeeft. Het is een samenvatting van het bezit van een organisatie (assets), haar
schulden (liabilities) en het verschil tussen deze twee (equity=vermogen).
Assets kunnen current en non-current zijn. Non-current assets kunnen tangible (tastbaar) en
intangible (ontastbaar, bv. patent) zijn. Een current asset heeft een levensduur korter dan
een jaar. Liabilities kunnen current en non-current zijn. Current liabilities hebben een
levensduur korter dan een jaar. Het verschil tussen de liabilities en de assets noemen we
shareholders’ equity = ordinary equity = owners’ equity.
Assets = Liabilities + shareholders’ equity

De net working capital is het verschil tussen de current assets en de current liabilities. Het is
een positief getal wanneer de current assets groter zijn dan de current liabilities.

Marktwaarde versus boekwaarde
Er zijn twee manieren volgens de international accounting standards waarop je de balance
sheet kan weergeven
1. Historical cost model: de waarde van een asset op je balance sheet is gelijk aan
datgene wat je ervoor betaald hebt. De waarde van vandaag de dag en hoe oud de
assets zijn heeft er niets mee te maken = boekwaarde.
2. Revaluation model: de waarde van een asset op je balance sheet is gelijk aan de
waarde van datgene wat het vandaag de dag op de markt nog waard is. Dit noemen
we fair value amount = marktwaarde.

The income statement
De income statement is een financieel overzicht die de prestaties van een onderneming over
een periode weergeeft.
Revenues – expenses = income.
De Income statement sluiten we vaak af met ‘net income’. Het netto inkomen wordt vaak
uitgedrukt in earnings per share (EPS) = net income / total shares outstanding.

Wanneer we een income statement bekijken moeten we twee dingen in ons achterhoofd
houden, namelijk:
1. International Accounting Standards (IAS) = de income statement laat de revenue zien
wanneer hij geboekt wordt. Er hoeft dus niet direct cash worden ontvangen! De
datum van verkoop, hoeft niet de datum van het ontvangen van de cash te zijn. De
Expenses worden volgens the matching principle geboekt.
2. Non-cash Items = kosten ten laste van opbrengsten die geen directe invloed hebben
op de kasstroom, zoals afschrijving.

Statement of cash flows
Met ‘cash flow’ bedoelen we het verschil tussen het cash dat binnen is gekomen en het cash
wat eruit is gegaan.
Cash flow from assets = cash flow to creditors + cash flow to shareholders. Dit noemen we
de cash flow identity. Er zijn drie soorten cash flows:
1. Cash flow from operating activities: cash flows die het resultaat zijn van dagelijkse
activiteiten. Deze kan berekend worden door revenues – expenses + changes in non-

, cash net working capital. We betrekken hierbij geen afschrijvingen, interest of
belastingen. Hierbij zijn er twee methodes:
a. Direct method: de actuele cash in en outflows worden weergegeven.
b. Indirect method: het begint met de winst (of verlies) van het bedrijf. Hiervan af
gaan de non-cash activities, cash flows van de financing activities en cash
flows van de investing activities.
2. Cash flow from Investing activities: cash wat gegeneerd of gespendeerd wordt m.b.t.
lange termijn investeringen.
Money spend non-current assets – money received non-current assets = cash flow
investing activities
3. Cash flow from financing activities: cash wat gegeneerd of gespendeed wordt als
resultaat van debt and equity keuzes.

Total cash flow (net cash flow) = cash flow from operating activities + cash flow from
investing activities + cash flow from financing activities.

Ratio’s
Short-term solvency, or liquidity, measures
Current ratio = current assets / current liabilities
Quick ratio = acid-test = (current assets – inventory) / current liabilities
Long-term solvency measures
Total debt ratio = (total assets – total equity) / total assets
Debt – equity ratio = total debt / total equity
Equity multiplier = total assets / total equity
= (total equity + total debt) / total equity ratio
Times interest earned = operating profit / interest
Cash coverage = (operating profit + non-cash deductions) / interest
Asset management, or turnover measures
Inventory Turnover = Cost of goods sold / inventory
Days’ sales in inventory = 365 days / inventory turnover
Receivables turnover = sales / trade receivables
Days’ sales in receivables = 365 days / receivables turnover
Payables turnover = credit purchases / trade payables
Days’ payable in receivables = 365 days / payables turnover
Asset turnover ratios = Net working capital (NWC) turnover = sales / NWC
= PPE turnover = sales / property, plant and equipment
Total asset turnover = sales / total asset
Profitability measures
Profit margin = net income / sales
Return on assets = net income / total assets
Return on equity = net income / total equity
Market value measures
Price-Earnings ratio = Price per share / earnings per share
Price-Sales ratio = price per share / sales per share
Market-to-Book ratio = market value per share / book value per share
Tobin’s Q Ratio = Market value of firm’s assets / Replacement cost of firm’s assets
= Market value of firm’s debt and equity / Replacement cost of firm’s assets

Du Pont identity laat zien dat ROE (Return on Equity) wordt beïnvloed door drie dingen:
1. Operating efficiency (profit margin)
2. Asset use efficiency (asset turnover)
3. Financial leverage (equity multiplier)

ROE = (net income / sales) * (sales / assets) * (assets / total equity)
ROE = profit margin * total asset turnover * equity multiplie

, Hoofdstuk 4: Introduction to Valuation: the time value of money

Furture Value is de waarde van een investering na een of meerdere periodes. De future
value is voornamelijk afhankelijk van de veronderstelde rentevoet. Er zijn hierbij twee types
m.b.t. rentevoet van toepassing:
1. Single period: stel je investeert $100 met een interest van 10%, hoeveel is dit waard
na een periode? $110. De formule die we hiervoor gebruiken is V1= T0 x (1+r)1 = $100
x (1+.10)1
Bij single period investing in hebben we te maken met simple interest. Rente wordt
alleen verdiend op de originele geïnvesteerde hoofdsom.
2. Compounding period: stel je investeert $100 met een interest van 10%, hoeveel is dit
waard na drie periodes? $133.10. De formule die we hiervoor gebruiken is V1= T0 x
(1+r)3 = $100 x (1.10)3.
We hebben hier te maken met interest on interest ook wel compound interest. De
rente wat verdiend is op zowel de orginele hoofdsom als de rente herbelegd uit
voorgaande perioden.

Future value interest factor (of future value factor) ook wel FVIF is (1+r)t. R is hierbij rente en
t zijn de periodes.

Present Value is de huidige waarde van toekomstige kasstromen contact gemaakt tegen de
toepasselijke disconteringsvoet (=rekenpercentage dat gebruikt wordt om de contante
waarde te berekenen). Er zijn hierbij twee types van toepassing:
1. The single-period case: stel je wilt over één jaar $1 met een interest van 10%,
hoeveel moeten we daarvoor vandaag investeren? $1/1.1=$.909. De formule die we
1
hiervoor gebruiken is PV = $1 x ( ). Dit is om te schrijven naar PV = $1 / (1+r).
1+ r
2. Multiple periods: stel je wilt over twee jaar $1000 hebben met een interest van 7%,
hoeveel moet je daarvoor vandaag investeren? $.072 = $873.44. De formoule
die we hiervoor gebruiken is PV = $1000 / (1 + r) t

Discounted cash flow (DCF) valuation (discount factor) ook wel discount rate is 1/(1+r)t.

De basic present value equation is FVt x (1+r)t. Deze komt voort uit:
PV x (1+r)t = FVt
PV = FVt / (1 + r)t
= FVt x (1/(1+r)t)
= FVt x (1+r)t

Stel je investeert $100. Je wilt dat dit over 8 jaar $200 is. Hoeveel moet de rente dan zijn?
$100 = $200 / (1+r)8  (1+r)8 = = 2  r = 21/8 = 9
Een andere manier om bovenstaand voorbeeld op te lossen is Rule of 72. Hierbij delen we
72 door de rente en dit is dan gelijk aan het aantal jaren, of wel 72/r = 8. Dit kan
omgeschreven worden door 72/8 = 9.

Stel je wilt $50.000, maar we hebben nu $25.000. Als de rente 12% m.b.t. $25.000, hoelang
duurt het dan voordat we $50.000 hebben?
Als we Rule of 72; 72/12 = 6 jaar.
Echter kun je ook het Future value factor tabel gebruiken. Hiervoor gebruiken we $25000 =
$50000/1.12t  $50000/$25000 = 1.12t = 2
Dus we hebben een future value factor van 2 voor 12% rente. In het tabel (Appendix A) kan
je dan aflezen dat het 6 jaar duurt.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Onbekend
Geüpload op
20 oktober 2018
Aantal pagina's
41
Geschreven in
2018/2019
Type
SAMENVATTING
€3,99
Krijg toegang tot het volledige document:
Gekocht door 74 studenten

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Beoordelingen van geverifieerde kopers

7 van 17 beoordelingen worden weergegeven
2 jaar geleden

3 jaar geleden

5 jaar geleden

5 jaar geleden

5 jaar geleden

6 jaar geleden

6 jaar geleden

4,1

17 beoordelingen

5
5
4
9
3
3
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
jolienr99 Radboud Universiteit Nijmegen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1042
Lid sinds
8 jaar
Aantal volgers
549
Documenten
1
Laatst verkocht
11 maanden geleden

3,8

186 beoordelingen

5
39
4
88
3
49
2
4
1
6

Populaire documenten

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen