Hoofdstuk 2
Rechtsfeitenschema
Obligatoire overeenkomsten - art 6:213 BW
Een overeenkomst is een meerzijdige rechtshandeling. Er zijn ook overeenkomsten waaruit geen
verbintenissen voortvloeien, bijvoorbeeld een huwelijk.
Wederkerige en niet-wederkerige overeenkomsten
Een overeenkomst waarbij beide partijen een verplichting op zich nemen, noemen we een wederkerige
overeenkomst. Niet-wederkerige overeenkomsten zijn overeenkomsten waaruit 1 verbintenis ontstaat.
Bijvoorbeeld bij een schenking, dan krijgt maar 1 partij verplichtingen.
Overige meerzijdige rechtshandelingen
Voor een overeenkomst is wilsovereenstemming tussen de partijen vereist. Als een
aandeelhoudersvergadering van een bv een besluit neemt, komt dit tot stand bi de meerderheid van
stemmen. Niet iedereen hoeft het dus eens te zijn met het besluit.
Feitelijke handelingen
Ook onrechtmatige en rechtmatige daden zijn rechtsfeiten, hierbij is de wil van de betrokkenen echter
niet van belang. Een verbintenis op grond van onrechtmatige/rechtmatige daad ontstaat niet op grond
van wilsovereenstemming, maar uit de wet.
Een voorbeeld is als je inrijdt op een auto, je wilt geen schadevergoeding betalen maar volgens de wet
moet dat wel.
Blote rechtsfeiten
Feiten waar het recht er een rechtsgevolg aan verbindt, waarbij er geen sprake is van een handeling.
Bijvoorbeeld een bevalling, het is geen bewuste handeling maar er zijn wel rechtsgevolgen aan
verbonden.
Rechtshandeling in de wet - art 3:33 BW
'Een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring heeft
geopenbaard’.
Reële mogelijkheid
Er moet wel een degelijke kans zijn dat een aanbod aanvaard zal worden. Het rechtsgevolg moet wel
kunnen intreden.
Uitnodiging om in onderhandeling te treden
Een aanbod moet specifiek zijn. Is deze niet specifiek, dan wordt het een uitnodiging genoemd.
Wanneer werkt de verklaring? - art 3:37 lid 3 BW
Rechtsfeitenschema
Obligatoire overeenkomsten - art 6:213 BW
Een overeenkomst is een meerzijdige rechtshandeling. Er zijn ook overeenkomsten waaruit geen
verbintenissen voortvloeien, bijvoorbeeld een huwelijk.
Wederkerige en niet-wederkerige overeenkomsten
Een overeenkomst waarbij beide partijen een verplichting op zich nemen, noemen we een wederkerige
overeenkomst. Niet-wederkerige overeenkomsten zijn overeenkomsten waaruit 1 verbintenis ontstaat.
Bijvoorbeeld bij een schenking, dan krijgt maar 1 partij verplichtingen.
Overige meerzijdige rechtshandelingen
Voor een overeenkomst is wilsovereenstemming tussen de partijen vereist. Als een
aandeelhoudersvergadering van een bv een besluit neemt, komt dit tot stand bi de meerderheid van
stemmen. Niet iedereen hoeft het dus eens te zijn met het besluit.
Feitelijke handelingen
Ook onrechtmatige en rechtmatige daden zijn rechtsfeiten, hierbij is de wil van de betrokkenen echter
niet van belang. Een verbintenis op grond van onrechtmatige/rechtmatige daad ontstaat niet op grond
van wilsovereenstemming, maar uit de wet.
Een voorbeeld is als je inrijdt op een auto, je wilt geen schadevergoeding betalen maar volgens de wet
moet dat wel.
Blote rechtsfeiten
Feiten waar het recht er een rechtsgevolg aan verbindt, waarbij er geen sprake is van een handeling.
Bijvoorbeeld een bevalling, het is geen bewuste handeling maar er zijn wel rechtsgevolgen aan
verbonden.
Rechtshandeling in de wet - art 3:33 BW
'Een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring heeft
geopenbaard’.
Reële mogelijkheid
Er moet wel een degelijke kans zijn dat een aanbod aanvaard zal worden. Het rechtsgevolg moet wel
kunnen intreden.
Uitnodiging om in onderhandeling te treden
Een aanbod moet specifiek zijn. Is deze niet specifiek, dan wordt het een uitnodiging genoemd.
Wanneer werkt de verklaring? - art 3:37 lid 3 BW