H3, behaviorisme, meer info cognitieve zie ont. Psychologie 2.1.2
Behaviorisme, 5 basisuitgangspunten:
• Behavioristen stellen objectiviteit centraal, ze richten zich alleen maar op waarneembaar
Gedrag van mensen en dieren, b.v. gedachten en dromen. Gevoelens, motivatie, etc. wordt niet
bestudeert, het is niet wetenschappelijk te vast te stellen.
• Leerprocessen staan centraal, het gaat niet om het vergaren van kennis, maar om aangeleerd
gedrag. Factoren buiten het organisme worden gebruikt om het ontstaan van gedrag te
verklaren.
• Er bestaat evolutionair gezien een continuïteit tussen het gedrag van mensen en dieren.
• In het klassieke behaviorisme wordt gesteld dat de mens blanco (tabula rasa), te wereld
komt en dus al het gedrag aangeleerd maar ook afgeleerd kan worden. Dit standpunt werd later
genuanceerd met de opvatting dat gedrag dat geleerd kan worden begrensd wordt door de
biologische mogelijkheden. Voorbeeld: mensen kunnen nooit leren hoe ze moeten vliegen, omdat
hun lichaam daartoe niet is uitgerust.
• Gedrag mag opgeknipt worden in kleine delen (=shaping). Complex gedrag moet zo simpel
mogelijk verklaard worden (=reductie). Van complexe verklaringen zoals het oedipuscomplex gruwen
behavioristen.
Behavioristen richten zich op waarneembaar gedrag. Bv. Depressie is moeilijk te
verklaren met de behavioristische leerpsychologie, omdat depressie in je gevoel
zit.
Black box= Behavioristen denken volgens de black-box theorie. De black-box
houdt in dat er alleen naar het waarneembare gedrag wordt gekeken. Wat er in
de hersenen gebeurd is niet van belang, ze kijken alleen naar wat plaats vindt
tussen stimulus en respons, behavioristen kijken niet naar de motivatie van de
mens of het dier.
Tabula rasa= (beginnen met) een schone lei. Een kind moet nog alles leren. Ze
gaan er vanuit dat alle gedrag is aangeleerd en dus ook weer kan worden
afgeleerd.
Stimulus (S)= prikkel of signaal van buitenaf (situatie)
Respons (R)= is een verandering in de uitwendige of inwendige omgeving
waarop een organisme reageert. (gedrag/ reactie)
Klassieke conditionering= Een reactie (respons) van een organisme op bepaalde
prikkel of signaal (stimulus) van buitenaf. Het leren van voorwaardelijke reflexen.
Al het gedrag wordt geleerd door S-R koppelingen. Bv. Een belangrijke
gebeurtenis waardoor je er koppelingen aan hebt gemaakt. alcoholist nuttigt
alcoholische dranken als zijn lichaam daarom vraagt. Hij is afhankelijk geworden.
Als hij dat regelmatig doet in een zelfde situatie of op eenzelfde plek, dan gaat
die situatie of plek als een uitlokkende stimulus dienen. Zo gauw hij daar komt
krijgt hij zin / Een school bel gaat, kinderen weten dat ze naar de les moeten.
(van Pavlov en Watson). er wordt geassocieerd tussen ongeconditioneerde
stimulus en geconditioneerde stimulus.
1. Stimulus reflex/ reactie (ongeconditioneerd)
2. Stimulus Reflex/ reactie (ongeconditioneerd)
+ neutrale stimulus Reflex/ reactie (geconditioneerd)