VOEDING
Gewichtsverlies -> minder energie-inname (kcal) dan energieverbruik
Gewichtstoename -> meer energie-inname (kcal) dan energieverbruik
Ideale situatie -> energiebalans
Nutriëntendichtheid -> maat om aan te geven of een product veel of weinig voedingsstoffen
bevat per eenheid
Voedingswaarde -> de weergave van de voedingsstoffen in een bepaald voedingspatroon of
een product
Voedingsnormen -> gehalte aanbevolen om lichaam in goede staat te houden
250 gram groenten per dag
200 gram fruit per dag (2 stuks)
1
, Macronutriënten:
- Eiwitten
- Vetten
- Koolhydraten
- Vocht
EIWITTEN FUNCTIE:
- Bouwstof van lichaamsweefsels
- Groei, herstel en instandhouding (o.a. wondgenezing)
- Bestanddeel bloed, enzymen, hormonen
Essentiële en niet- essentiële aminozuren (8 essentiële, 10 niet- eseentiëel) -> Essentiële
kunnen niet door het lichaam zelf worden gemaakt, moeten via voeding worden opgenomen.
Biologische waarde -> geeft aan hoeveel gram lichaamseiwit gemaakt kan worden uit 100
gram geabsorbeerd voedingseiwit.
Aanbevolen hoeveelheid eiwitten:
Gevolgen tekort aan eiwit -> vermindering weerstand, achterblijven in groei, slechte
wondgenezing, bloedarmoede, oedeem, ondergewicht
Gevolgen te veel aan eiwit -> vetopslag
VETTEN FUNCTIE:
- Energieleverancier (brandstof)
- Transport en opslag van in vet oplosbare stoffen
- Warmte-isolatie en bescherming van weefsels en organen
- Drager vet oplosbare vitamines
- Leveren essentiële vetzuren
Verzadigd (verkeerd) vet en onverzadigd (oké) vet
-> verschil in de manier waarop koolstofatomen met elkaar verbonden zijn (verzadigd vet
heeft koolstofatomen door enkele binding met elkaar verbonden).
Cholesterol is een bouwstof voor cellen en hormonen
-> Cholesterol komt voor in voeding: eieren, orgaanvlees, garnalen, mosselen, roomboter,
slagraam
2