Strafrecht
Hoofdstuk 1: Het strafbare feit
Strafbaar feit
- een menselijke gedraging; gewilde spierbeweging uitoefenen of had kunnen
uitoefenen (doen of nalaten)
- die valt binnen een delictsomschrijving; wettelijk vastgesteld
- die wederrechtelijk is; in strijd met het recht (noodweer, bevoegdheid)
- die aan schuld te wijten is; de gedraging moet de verdachte toegerekend kunnen
worden (had anders kunnen handelen, heeft dit niet gedaan)
Elementen Bestanddelen
Ongeschreven voorwaarden om iemand te Geschreven voorwaarden binnen een
kunnen straffen > schuld en delictsomschrijving om iemand te kunnen
wederrechtelijkheid straffen
Misdrijf Overtreding
Wetboek van Strafrecht 2 Wetboek van Strafrecht 3
Ernstiger delict Lichter delict
Hogere straf > gevangenisstraf Lagere straf > geldboete / hechtenis
Rechtbank Kantonrechter
Formele delicten Materiële delicten
Bepaald handelen wordt strafbaar gesteld > Het intreden van een bepaald gevolg is
het gevolg is niet van belang strafbaar
Commissiedelicten Omissiedelicten
Delicten die een bepaald handelen Delicten die een bepaald nalaten strafbaar
strafbaar stellen > actief stellen > passief
Geprivilegieerd delict Gronddelict Gekwalificeerd delict
De lichtere vorm van het Het uitgangspunt van de De ernstigere vorm van het
gronddelict > lagere straf strafbare gedraging gronddelict > hogere straf
Hoofdstuk 2: Wederrechtelijkheid
Vaak heeft het bestanddeel wederrechtelijkheid dezelfde betekenis als het element; in strijd
met het recht. Echter kan wederrechtelijk ook soms “zonder toestemming van de
rechthebbende” betekenen. De twee verschillende betekenissen van wederrechtelijkheid
kunnen leiden tot verschillende uitkomsten.