Om te kijken hoe biologen de diversiteit van het leven bekijken en documenteren
gaan we in dit hoofdstuk kijken naar fylogenie. De studie naar de
afstammingsgeschiedenis van een groep organismen. Een fylogenie is de
beschrijving van hoe een groep organismen ontstaan zijn uit een andere groep. Dit
wordt weergegeven in een fylogenetische stamboom.
Carolus Linnaeus bedacht twee classificatie systemen:
1. Binomiale nomenclatuur
Het tweedelige Latijnse formaat voor de naam van een soort, bestaande uit
geslachts- en soortnaam. (Panthera pardus)
2. Hiërarchische classificatie
Fylogenetische stambomen
In deze stambomen is te zien wat de evolutionaire verwantschap is tussen
verschillende soorten. Deze stambomen kunnen op verschillende manieren worden
weergegeven.
Ze zijn bedoeld om patronen te laten zien op basis van afstamming, niet op
basis van fenotype
De lengte van de lijnen en splitsing van de lijnen zegt niet over de tijdsperiode,
indien dit expliciet staat aangegeven.
Taxa die onder elkaar staan komen niet uit elkaar voort, ze hebben alleen
dezelfde voorouder gemeen.
Homologie
Fenotypische en genetische overeenkomsten afkomstig uit gezamenlijk voorgeslacht
noemen we homologie. Bijvoorbeeld: de manier waarop botten in voorpoot van een
zoogdier zijn gearrangeerd komt doordat zoogdieren een gemeenschappelijke
voorouder hebben met dezelfde botstructuur. (morfologische homologie)