Strategie: Een plan waarin staat aangegeven wat een organisatie wil doen om haar
doelstellingen te bereiken.
Strategische management = het zorgdragen voor een juiste afstemming op de omgeving
alsmede het permanent op peil houden en ontwikkelen van bekwaamheden, die nodig zijn
om eventueel noodzakelijke wijzigingen in de strategie te verwezenlijken
Ofwel: wat moet je doen, regelen, organiseren om je organisatie duurzaam bestaansrecht te
geven.
Hoofdstuk 3.1: Proces
• Beslissers bepalen visie, missie en doelstellingen
• Hoe plant de organisatie de realisatie daarvan (Klassieke strategiebenadering van Ansoff en Porter)
• De moderne benadering gaat uit van de onvoorspelbaarheid en dat centraal plannen
van visie, missie en strategie een achterhaalde werkwijze is.
Wat zijn de belangrijkste strategiescholen?
Klassiek:
1. Planningsschool (Ansoff, 1965)
Klassiek: zeer planmatige aanpak = strategische planning
2. Positioneringsschool (Michael Porter, 1980/1990)
Outside – Inside perspectief: de bedrijfstak vormt het uitgangspunt voor de
strategiekeuze. Porter hanteert een model voor bedrijfstak-analyse gekoppeld aan
concurrentiestrategieën.
, Modern:
3. Dynamisch proces (Mintzberg, 1994)
Strategie is een dynamisch proces. Lastig te voorspellen
4. Competentieschool (Hamel & Prahalad, 1990)
Kijkt vooral naar de eigen kwaliteiten (core competences + distinctive competences).
Uitgangspunt: concurrentievoordeel behalen door het ontwikkelen van unieke
middelen en vaardigheden
Visie = missie + principes
Visie
- Motiveren van werknemers
- Focussen van werknemers op relevante activiteiten
- Scheppen van kader voor uitvoering activiteiten à het grote geheel zien