EEN NORMATIEVE VISIE OP GOED BESTUUR
Naam – Studentnummer
Mailadres
02-02-2025
5498 woorden
Vrije Universiteit Amsterdam
Faculteit der Sociale Wetenschappen
Good governance
Bestuurskunde (Besturen van veiligheid)
, Inleiding
Aan het einde van de 20e eeuw heeft er in het openbaar bestuur een verschuiving
plaatsgevonden van ‘government’ naar ‘governance’. Publieke taken werden uitbesteed aan de
private sector en overheden werden minder hiërarchisch en meer gecentraliseerd werden. Ook
kwam er een grotere nadruk op prestaties en efficiëntie (Frederickson et al., 2016, p. 222). In
dit concept van ‘governance’ zit de neiging om het normatieve standpunt te benadrukken dat
samenwerking tussen private en publieke organisaties beter is dan uitvoering door alleen
publieke organisaties (Ringeling, 2017, p. 202). Het lijkt daarmee een normatief begrip te
betreffen.
Echter, volgens Drechsler (2005, p. 24) betreft ‘governance’ of bestuur een min of meer
neutraal begrip dat gaat om sturingsmechanismen in een bepaalde politieke eenheid, waarbij
de nadruk ligt op de interactie tussen de staat, bedrijven en maatschappij. De betekenis van
‘goed bestuur’ zou volgens Drechsler daarentegen minder neutraal zijn. Het betreft volgens
zowel Drechsler (2005, p. 24), Ringeling (2017, p. 201) als De Graaf en Van Asperen (2017,
p. 406) een overduidelijk normatief begrip. Een belangrijk vraagstuk binnen de bestuurskunde
gaat dan ook over de vraag wat dit concept inhoudt. Ringeling (2017, p. 222) stelt dat het
bestaan van de bestuurskunde moeilijk voorstelbaar is zonder overtuigingen over wat goed
bestuur betreft. Volgens hem zijn er vele normatieve ideeën die een invulling geven aan dit
concept. Voorts stelt Ringeling (2017, p. 201) dat niemand tegen goed bestuur kan zijn, maar
dat we verschillen is onze denkbeelden over wat ‘goed’ is. Het gevolg is dat de definities van
goed bestuur uiteenlopen. Toch zijn normatieve oordelen onvermijdelijk als we willen streven
naar verbetering van het openbaar bestuur. Zonder dit streven zou de bestuurskundige
discipline nietszeggend en doelloos zijn.
In deze paper zal aan de hand van drie perspectieven normatief betoogd worden wat
goed bestuur inhoudt. De beantwoording van dit vraagstuk zal gebaseerd worden op literatuur
over vakmanschap, publieke waarde en publieke waarden. Op basis hiervan zal een analytisch
raamwerk worden opgesteld, dat daaropvolgend getoetst zal worden aan een visie op goed
bestuur uit de praktijk: namelijk de visie van Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst
(AIVD) Chief Science & Technology Officer Bas Dunnebier. Op basis van de geanalyseerde
literatuur en de empirische toetsing wordt vervolgens afgesloten met een normatieve visie op
goed bestuur.
2