Geen symmetrie
Als je opsommingen gebruikt, moet je ervoor zorgen dat de delen van dezelfde orde zijn. Dat
heet symmetrie, als dat niet goed gaat is er geen symmetrie. Er zijn daarin 3 soorten fouten.
1. In getal (enkelvoud, meervoud)
1.a Het is maar goed dat de Nederlander minder vet eet dan de Amerikanen.
1.b Het is maar goed dat de Nederlander minder vet eet dan de Amerikaan.
1.c ‘Nederlander’ staat in enkelvoud en ‘de Amerikanen in Meervoud’
2. In de voornaamwoordelijke aanduiding (je, men)
2.a Men kan beter geen lifters meenemen, je hoort dat daar ellende van komt.
2.b Je kan beter geen lifters meenemen, je hoort dat daar ellende van komt.
2.c Gebruik in plaats van ‘men’ en ‘je’, 2 keer ‘je’
3. In grammaticale constructie
2.a De leden stemden in met een verhoging van de contributie en dat twee van de
gravelbanen een kunststofverharding zouden krijgen
2.b De leden stemden in met een verhoging van de contributie en met
kunststofverharding van de twee van de gravelbanen
2.c Een woordgroep (een verhoging van de contributie) is verbonden met een bijzin (dat
twee van de gravelbanen een kunststofverharding zouden krijgen).
2. Beeldspraak
Vergelijking
Wanneer iets wordt vergeleken met elkaar. Dit wordt verbonden door verbindingswoorden:
zo, zoals, zo.., als, evenals, net als, gelijk.
Net als zijn broer doet hij veel aan sport.
Asyndetische vergelijking
Wanneer je in een vergelijking het verbindingswoord weglaat.
Herman, een echte angsthaas was snel weg
Metafoor
Alleen het beeld wordt genoemd en niet het verbeelde.
‘Vertrouwen komt te voet en gaat te paard’, zei Jan toen hij bedrogen werd.
Alleen de beelden ‘komt te voet’ en ‘gaat te paard’ worden hier gegeven, de objecten ‘krijg je
langzaam’ en ‘verlies je snel’ worden niet genoemd.
Ook zijn vrijwel alle uitdrukkingen metaforen.
Hoog van de toren blazen. Met de kippen op stok gaan. Enz.
Personificatie
Menselijke eigenschappen worden toegeschreven aan voorwerpen, planten en begrippen.
De wind en zee spelen op het strand. Het geluk lachte ons toe.
Als je opsommingen gebruikt, moet je ervoor zorgen dat de delen van dezelfde orde zijn. Dat
heet symmetrie, als dat niet goed gaat is er geen symmetrie. Er zijn daarin 3 soorten fouten.
1. In getal (enkelvoud, meervoud)
1.a Het is maar goed dat de Nederlander minder vet eet dan de Amerikanen.
1.b Het is maar goed dat de Nederlander minder vet eet dan de Amerikaan.
1.c ‘Nederlander’ staat in enkelvoud en ‘de Amerikanen in Meervoud’
2. In de voornaamwoordelijke aanduiding (je, men)
2.a Men kan beter geen lifters meenemen, je hoort dat daar ellende van komt.
2.b Je kan beter geen lifters meenemen, je hoort dat daar ellende van komt.
2.c Gebruik in plaats van ‘men’ en ‘je’, 2 keer ‘je’
3. In grammaticale constructie
2.a De leden stemden in met een verhoging van de contributie en dat twee van de
gravelbanen een kunststofverharding zouden krijgen
2.b De leden stemden in met een verhoging van de contributie en met
kunststofverharding van de twee van de gravelbanen
2.c Een woordgroep (een verhoging van de contributie) is verbonden met een bijzin (dat
twee van de gravelbanen een kunststofverharding zouden krijgen).
2. Beeldspraak
Vergelijking
Wanneer iets wordt vergeleken met elkaar. Dit wordt verbonden door verbindingswoorden:
zo, zoals, zo.., als, evenals, net als, gelijk.
Net als zijn broer doet hij veel aan sport.
Asyndetische vergelijking
Wanneer je in een vergelijking het verbindingswoord weglaat.
Herman, een echte angsthaas was snel weg
Metafoor
Alleen het beeld wordt genoemd en niet het verbeelde.
‘Vertrouwen komt te voet en gaat te paard’, zei Jan toen hij bedrogen werd.
Alleen de beelden ‘komt te voet’ en ‘gaat te paard’ worden hier gegeven, de objecten ‘krijg je
langzaam’ en ‘verlies je snel’ worden niet genoemd.
Ook zijn vrijwel alle uitdrukkingen metaforen.
Hoog van de toren blazen. Met de kippen op stok gaan. Enz.
Personificatie
Menselijke eigenschappen worden toegeschreven aan voorwerpen, planten en begrippen.
De wind en zee spelen op het strand. Het geluk lachte ons toe.