Recht samenvatting
Hoofdstuk 1
Recht regelt:
Verhouding tussen mensen onderling.
Verhouding tussen mensen en de overheid.
Belangentegenstelling:
Iedereen heeft zijn eigen belangen, zodra deze belangen botsen met elkaar ontstaan er vaak
juridische conflicten.
Eigen inlichting:
Zelf gelijk halen in een geschil, bijvoorbeeld door gebruik van geweld. Dan geld het recht van de
sterkste, dit is overigens niet toegestaan.
In beginsel mag alleen de overheid met behulp van geweld de recht handhaven.
Zittende magistractuur:
De rechters blijven zitten zodra zij aan het woord zijn.
Rechtelijke macht
Rechtbanken Gerechtshoven Hoge raad
Rechtbank:
Een juridisch probleem wordt eerst voort gelegd aan de rechtbank. De recht bank is het eerste
gerecht. In Nederland zijn er 19 rechtbanken.
De rechtbank kan bestaan uit een eenvoudige kamer met 1 rechter, bijvoorbeeld een politie
rechter/kantonrechter.
Of een meervoudige kamer met 3 rechters.
Gerechtshof:
Als een van de partijen het niet eens is met het vonnis (uitspraak van de rechtbank). Dan kan je tegen
het vonnis in hoger beroep gaan bij 1 van de 4 gerechtshoven.
Het gerechtshof kan bestaan uit een enkelvoudige kamer met 1 raadsheer of een meervoudige
kamer met 3 raadsheren.
Raadsheren:
Rechter bij het gerechtshof of bij de hoge raad. Ook als deze vrouwen zijn heten ze raadsheren.
Hoge raad:
Mocht een van de partijen het niet eens zijn met het arrest (uitspraak van het gerechtshof), dan kan
je onder bepaalde voorwaarden in cassatie gaan.
Beoordeling uitspraak:
- In hoger beroep: de raadsheer bekijkt het vonnis van de rechtbank en beoordeeld of de
rechtbank alle feiten goed heeft beoordeeld, het recht juist is toegepast/er voldoende bewijs
is.
- In cassatie: de raadsheer bekijkt het arrest van het gerechtshof, maar checkt niet of de feiten
wel kloppen. De raadsheer kijkt alleen of het recht goed is toegepast.
, Doel van het recht:
- Zorgen voor een vreedzame samenleving
- Zorgen voor rechtvaardiging
- Efficiënt ordenen van de samenleving
Sancties:
Bestraffende gevolgen bij het niet naleven van het recht.
Last onder dwangsom:
De overtreder moet bijvoorbeeld dat hij de overtreding niet ongedaan maakt een geldboete betalen.
Hoofdstuk 2
Privaatrecht:
Regelt de rechts houding tussen burgers onderling (ook wel burgelijkrecht)
Personen in het recht:
- Natuurlijk persoon: de mens
- Rechtspersoon: een organisatievorm (stichting, vereniging)
Publiekrecht:
Regelt de rechtsverhouding tussen burger en overheid.
Het staats en bestuursrecht, het strafrecht en de recht van de EU maken onderdeel uit van het
publieksrecht.
Bij specifieke overheidsonderhandelingen wordt de rechtsverhouding tussen burger en de overheid
beheerst door het privaatrecht, de overheid wordt dan gezien als rechtspersoon.
De wijze van rechtshandhaving:
Is ook van belang voor het onderscheid tussen privaatrecht en publieke recht
- Privaatrecht: de handhaving van de regels wordt aan partijen zelf overgelaten.
- Publieksrecht: de handhaving van de regels is uitsluiten aan de overheid voorbehouden.
Strafrecht: is het een zaak tussen de verdachte en de samenleving.
Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door de officier van justitie.
Voor het onderscheid tussen publiekrecht is ook de wijze van rechtshandhaving van belang.
Materieel recht: regels die rechten en plichten bevatten voor burgers onderling, tussen burger en
overheid en overheden onderling.
Formeel recht: regels voor de manier waarop de regels van het materiele recht gehandhaafd kunnen
worden, dit wordt ook wel proces recht genoemd. Dus regels die aangeven hoe iemand zijn
privaatrechtelijke recht kan afdwingen tegenover andere.
Hoofdstuk 1
Recht regelt:
Verhouding tussen mensen onderling.
Verhouding tussen mensen en de overheid.
Belangentegenstelling:
Iedereen heeft zijn eigen belangen, zodra deze belangen botsen met elkaar ontstaan er vaak
juridische conflicten.
Eigen inlichting:
Zelf gelijk halen in een geschil, bijvoorbeeld door gebruik van geweld. Dan geld het recht van de
sterkste, dit is overigens niet toegestaan.
In beginsel mag alleen de overheid met behulp van geweld de recht handhaven.
Zittende magistractuur:
De rechters blijven zitten zodra zij aan het woord zijn.
Rechtelijke macht
Rechtbanken Gerechtshoven Hoge raad
Rechtbank:
Een juridisch probleem wordt eerst voort gelegd aan de rechtbank. De recht bank is het eerste
gerecht. In Nederland zijn er 19 rechtbanken.
De rechtbank kan bestaan uit een eenvoudige kamer met 1 rechter, bijvoorbeeld een politie
rechter/kantonrechter.
Of een meervoudige kamer met 3 rechters.
Gerechtshof:
Als een van de partijen het niet eens is met het vonnis (uitspraak van de rechtbank). Dan kan je tegen
het vonnis in hoger beroep gaan bij 1 van de 4 gerechtshoven.
Het gerechtshof kan bestaan uit een enkelvoudige kamer met 1 raadsheer of een meervoudige
kamer met 3 raadsheren.
Raadsheren:
Rechter bij het gerechtshof of bij de hoge raad. Ook als deze vrouwen zijn heten ze raadsheren.
Hoge raad:
Mocht een van de partijen het niet eens zijn met het arrest (uitspraak van het gerechtshof), dan kan
je onder bepaalde voorwaarden in cassatie gaan.
Beoordeling uitspraak:
- In hoger beroep: de raadsheer bekijkt het vonnis van de rechtbank en beoordeeld of de
rechtbank alle feiten goed heeft beoordeeld, het recht juist is toegepast/er voldoende bewijs
is.
- In cassatie: de raadsheer bekijkt het arrest van het gerechtshof, maar checkt niet of de feiten
wel kloppen. De raadsheer kijkt alleen of het recht goed is toegepast.
, Doel van het recht:
- Zorgen voor een vreedzame samenleving
- Zorgen voor rechtvaardiging
- Efficiënt ordenen van de samenleving
Sancties:
Bestraffende gevolgen bij het niet naleven van het recht.
Last onder dwangsom:
De overtreder moet bijvoorbeeld dat hij de overtreding niet ongedaan maakt een geldboete betalen.
Hoofdstuk 2
Privaatrecht:
Regelt de rechts houding tussen burgers onderling (ook wel burgelijkrecht)
Personen in het recht:
- Natuurlijk persoon: de mens
- Rechtspersoon: een organisatievorm (stichting, vereniging)
Publiekrecht:
Regelt de rechtsverhouding tussen burger en overheid.
Het staats en bestuursrecht, het strafrecht en de recht van de EU maken onderdeel uit van het
publieksrecht.
Bij specifieke overheidsonderhandelingen wordt de rechtsverhouding tussen burger en de overheid
beheerst door het privaatrecht, de overheid wordt dan gezien als rechtspersoon.
De wijze van rechtshandhaving:
Is ook van belang voor het onderscheid tussen privaatrecht en publieke recht
- Privaatrecht: de handhaving van de regels wordt aan partijen zelf overgelaten.
- Publieksrecht: de handhaving van de regels is uitsluiten aan de overheid voorbehouden.
Strafrecht: is het een zaak tussen de verdachte en de samenleving.
Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door de officier van justitie.
Voor het onderscheid tussen publiekrecht is ook de wijze van rechtshandhaving van belang.
Materieel recht: regels die rechten en plichten bevatten voor burgers onderling, tussen burger en
overheid en overheden onderling.
Formeel recht: regels voor de manier waarop de regels van het materiele recht gehandhaafd kunnen
worden, dit wordt ook wel proces recht genoemd. Dus regels die aangeven hoe iemand zijn
privaatrechtelijke recht kan afdwingen tegenover andere.