Spreken en schrijven
Overeenkomsten:
- gebruiken in communicatieve situatie
- gebruiken om boodschap over te brengen
- gebruik van woorden die je tot zinnen vormt
- sprake van zender en ontvanger
Verschillen:
- bij spreken = directe situatie
- schrijver kan goed nadenken over wat hij wilt zeggen
Schrijven in social media lijkt veel op spreken
- kortere zinnen dan ‘normaal schrijven’
- minder focus op grammatica
- boodschap komt veel sneller aan dan bij ‘normaal schrijven’
Nederlands schriftsysteem = alfabetisch schrift
Alfabetisch schrift: in principe voor elke klank één symbool, is makkelijker te
lezen en effectiever dan logografisch schrift.
Logografisch schrift: elk begrip heeft apart symbool.
Uitvinding boekdrukkunst in 1455
Schrijven wordt in onderwijs gebruikt voor verschillende vaardigheden:
- motorische vaardigheid: handschriftontwikkeling
- vaardigheid om te stellen: op papier zetten van gedachten, gevoelens en
bedoelingen
- vaardigheid om foutloos te spellen = leren Nederlandse spelling
Bij schrijven gebruik je kennis:
- declaratieve kennis = feitenkennis
- procedurele kennis = vaardigheden die je in moet zetten
Functies geschreven taal:
- communicerende functie
- conceptualiserende functie
- expressieve functie:
Communicatie: zender boodschap ontvanger
- zakelijk aspect (wat er letterlijk gezegd wordt)
- expressief aspect (expressie van de zender)
- relationeel aspect (publieksgericht schrijven)
- appellerend aspect (bedoeling van schrijver)
Schrijfdoelen
- informatief schrijfdoel = informatie verstrekken
- persuasief = overtuigen van mening
- directief = aanzetten tot actie
- diverterend = laten genieten
Doelen voor de schrijver zelf:
- conceptualiserend = structuur brengen in gedachten