product 1.1
Introductie toerisme
Leerdoelen week 1:
De student verkrijgt:
• inzicht in toeristisch wereldbeeld en cartografie;
• inzicht in de geschiedenis van het toerisme;
• inzicht in het begrip toerisme.
Reismotieven:
Prehistorie:
• Voedsel
• Bescherming
• Vuur / licht / warmte
• Nomadenstammen
Klassieke oudheid:
• Militaire verovering
• Handel, kolonisatie bijv. Sicilië (Gr)
• Pelgrimstochten (sinds 7e eeuw)
• Olympische spelen, Olympia, Efese
Grieks wereldbeeld:
- Weinig kennis over de wereld
- Veel veroveringen
Middeleeuwen:
• Nadruk pelgrimstochten (Santiago, Rome)
• Kruistochten (Jeruzalem)
• Veroveren van nieuw land
• Vlucht voor honger, pest, oorlog
• Opkomende handel (de Hanze)- Oostzee
Catrografie = studie van kaarten
Renaissance:
• Ontdekkingsreizen na 1492
• Handel/koloniale veroveringen
• El Dorado
• Adel: Kennismaken kunst en cultuur Oudheid
Motieven na 1700:
• Nadruk op handel en oorlog
• Koloniale verovering, internationale machtsstrijd
• Verdere ontdekkingsreizen m.n. Pacific en onbekende binnenlanden
Rond en na 1800:
• Grand Tour (start al in 1500)
• Begin van het “toerisme’ bijv. Goethe.
• Beperkte; overwegend bemiddelde doelgroep
, • Eerste luxe hotels, kuuroorden
• Niet georganiseerd
Uitvindingen 20e eeuw:
Sociaal-economische ontwikkelingen:
• Betaalde vakantiedagen
• Compenseren van zware/stress arbeid
• Groei koopkracht
• Industrialisering en verstedelijking
• Vervoersfaciliteiten en bereikbaarheid
• Ontstaan massamedia
Motivatie 20e eeuw:
• Niet meer uit noodzaak
• Leisure class
• Culturele verbreding
• Zakelijk
• Zelfontplooiing
• Ontspanning
• Sex
• Wellness/gezondheid
• Etc.
Wat is toerisme eigenlijk?
Traditionele definitie van toerisme: binnen- & buitenlands reizen, inclusief overnachting (>
24 uur)
Definitie vanuit de vraagzijde:
Activiteiten van personen die reizen naar en verblijven in plaatsen buiten hun gebruikelijke
omgeving
voor niet meer dan 1 aaneengesloten jaar
voor vrijetijd, zaken of andere doelen.
Definitie vanuit aanbodzijde:
De toerisme-industrie bestaat uit
alle bedrijven, organisaties en faciliteiten
die bedoeld zijn om de
specifieke behoeften en wensen van toeristen te vervullen.
Toerisme als onderdeel vrije tijd:
Vrije tijd (ook wel Leisure genoemd) heb je als alle basisbehoeften zijn voldaan.
Recreatie: alle vormen van vrijetijdsbesteding gericht op ontspanning en vermaak
Leisure kun je indelen in verschillende onderdelen:
- huisgebonden recreatie
- dagelijkse leisure
- dagtrips
- toerisme
Verschillende disciplines:
• Marketing • Geografie
• Management • Politiek
• Psychologie • Antropologie
, • Ecologie • Educatie
• Hospitality • Ethiek
Leerdoelen week 2:
De student kan:
• de verschillende partijen binnen de sector benoemen en uitleggen wat deze partijen
doen en welke belangen de partijen vertegenwoordigen;
• het verschil uitleggen tussen een uitgaande touroperator, een inkomende
touroperator, een reisbureau en een destination marketing organisation.
Partijen in het toerisme:
1) Traveller-generating market
• Reisbureaus (Globe, Star Travel, D-Reizen)
• Touroperator (TUI, GOGO tours, Baobab)
• Websites (Expedia, cheaptickets.nl)
• Verkeersbureaus
• Branche-organisaties en -verenigingen: ANVR, Calamiteitenfond, SGR, IATA
• Verzekeringen (Elvia, Europeesche)
• Vakpers
ANVR:
Algemene Nederlandse Vereniging van Reisondernemingen
Groep Nederlandse organisaties uit de toerismebranche die afspraken hebben gemaakt
(bijv. rond annuleringen/ boekingen) en deze moeten naleven.
Behartigen gezamenlijke belangen op sociaal-economisch vlak en het vertegenwoordigen
van de Nederlandse reisbranche internationaal.
Leden: touroperators, (zaken)reisbureaus.
SGR:
Stichting Garantiefonds Reisgelden
Staat garant voor vooruitbetaald reisgeld bij financiële problemen reisorganisatie
Indien al op bestemming: SGR zorgt ervoor dat terugreis niet in gevaar komt.
Maar: SGR-garantie geldt niet voor lijndiensttickets, tenzij deze prestaties integraal
onderdeel van een pakketreis uitmaken.
Calimiteitenfonds:
Wanneer een abnormale situatie?
Oorzaak natuurramp of molest (terrorisme, (burger)oorlog, onlusten etc.)
Gevaar voor persoon of goederen, of aantasting infrastructuur, waardoor reis niet kan
worden voortgezet