Neurologie.
Neurologie.
De wetenschap die zich bezighoudt met de diagnostiek en behandeling van ziekten van de hersenen,
het ruggenmerg en de zenuwen. Als er problemen zijn met de zenuwen kunnen logopedische
gebieden als spraak, taal en gehoor verstoord raken.
Een menselijk brein weegt ongeveer 1330 gram ongeveer 1,5 kilo.
15 cm hoog, 17 cm lang.
Anatomie: Structuur en de organisatie van het lichaam.
Fysiologie: Hoe het werkt.
Pathologie: Ziektes.
Centrale zenuwstelsel;
Hersenen en ruggenmerg.
Perifere zenuwstelsel:
Verbindingen van en naar de organen toe. Voornamelijk hersenzenuwen die spieren, organen en
ledematen innerveren.
Zorgt ervoor dat we van prikkels van buitenaf kunnen reageren, dat we acties kunnen plannen en
uitvoeren (centraal zenuwstelsel) probleem in dit zenuwstelsel heeft een grote invloed.
Cerebrum: Grote hersenen.
Cerebellum: Kleine hersenen.
Ruggenmerg.
Horen bij het centrale zenuwstelsel.
Zenuwcellen of neuronen. Zenuwcel. Zijn heel gevoelig voor bepaalde soorten schade bijvoorbeeld
zuurstofgebrek. Basiseenheid van het zenuwstelsel het zenuwstelsel bestaat uit miljoenen neuronen.
Neuronen en zenuwcellen betekenen hetzelfde.
Neuronen vangen informatie op verwerken dit en sturen het door naar de rest van het lichaam.
Gliacellen (ondersteunende functie):
Voorzien de neuronen/zenuwcellen van voedingsstoffen.
Grijze stof.
Ruggenmerg.
Neuron bestaat uit
- Cellichaam of soma + celkern.
- Dendrieten (afferent) uitlopers van het neuron die ontvangen de zenuwenimpulsen van andere
impulsen en brengen dit naar het cellichaam.
- Axon (efferent) voert de informatie weg
- Eindplaatje
Steunweefselcellen (Schwann cellen).
Myelineschede voor snel transport. De oranje dingentjes op de Schwann cellen zorgen ervoor dat de
informatie sneller gaat.
Insnoeringen van Ranvier. Groefjes/insnoeringen.
, Glia cellen.
* Atrocyten verbinden neuronen aan bloedvaten.
* Ogliodendrieten vorming myeline, = Schwann cellen. Cellen bestaan uit myeline
* Microgliacellen opruim en afvalfunctie. Ruimen dode cel resten op en vallen ziektes aan.
* Ependymocyten begrenzing van structuren. Verdelen de hersenen in 4 hersenkamers geven de
grenzen aan, hersenvocht wordt aangemaakt door de ependyocyten.
Witte en grijze stof:
- Hoge concentratie myelinescheden rondom axonen (wit) (communicatie tussen zenuwcellen)
- Hoge concentratie zenuwcellen (grijs) (verwerken van informatie)
Cortex. Hersenschors.
Keren diep in de hersenen. Thalamus, basale ganglia.
- 2 hersenhelften (hemisferen)
- 4 kwabben (lobi) per hersenhelft. Dus 8 in totaal.
- Sulci/sulcus of fissuur (groeven) de zwarte lijntjes op de hersenen.
- Gyri/gyrus (windingen) de kronkeldingen.
- Diverse andere structuren.
De twee hersenhelften zitten aan elkaar vast door middel van de hersenbalk. Corpus callosum.
Linkerhersenhelft = het taalgebied.
Longitudinale groeve: Scheidt de linker en rechterhersenhelft.
Per hersenhelft 4 kwabben:
- Frontalis
- Parietalis
- Occipitalis
- Temporalis.
Sulcus centralis scheidt de lobus frontalis en de lobus partietalis. De zwarte lijn tussen blauw en
rood. Sulcus lateralis scheidt de lobus frontalis en lobus temporalis.
L D
o e
b fr
us o
fr nt
o al
nt e
al k
is w
a
b
b
e
n
sp
el
e
n
e
Neurologie.
De wetenschap die zich bezighoudt met de diagnostiek en behandeling van ziekten van de hersenen,
het ruggenmerg en de zenuwen. Als er problemen zijn met de zenuwen kunnen logopedische
gebieden als spraak, taal en gehoor verstoord raken.
Een menselijk brein weegt ongeveer 1330 gram ongeveer 1,5 kilo.
15 cm hoog, 17 cm lang.
Anatomie: Structuur en de organisatie van het lichaam.
Fysiologie: Hoe het werkt.
Pathologie: Ziektes.
Centrale zenuwstelsel;
Hersenen en ruggenmerg.
Perifere zenuwstelsel:
Verbindingen van en naar de organen toe. Voornamelijk hersenzenuwen die spieren, organen en
ledematen innerveren.
Zorgt ervoor dat we van prikkels van buitenaf kunnen reageren, dat we acties kunnen plannen en
uitvoeren (centraal zenuwstelsel) probleem in dit zenuwstelsel heeft een grote invloed.
Cerebrum: Grote hersenen.
Cerebellum: Kleine hersenen.
Ruggenmerg.
Horen bij het centrale zenuwstelsel.
Zenuwcellen of neuronen. Zenuwcel. Zijn heel gevoelig voor bepaalde soorten schade bijvoorbeeld
zuurstofgebrek. Basiseenheid van het zenuwstelsel het zenuwstelsel bestaat uit miljoenen neuronen.
Neuronen en zenuwcellen betekenen hetzelfde.
Neuronen vangen informatie op verwerken dit en sturen het door naar de rest van het lichaam.
Gliacellen (ondersteunende functie):
Voorzien de neuronen/zenuwcellen van voedingsstoffen.
Grijze stof.
Ruggenmerg.
Neuron bestaat uit
- Cellichaam of soma + celkern.
- Dendrieten (afferent) uitlopers van het neuron die ontvangen de zenuwenimpulsen van andere
impulsen en brengen dit naar het cellichaam.
- Axon (efferent) voert de informatie weg
- Eindplaatje
Steunweefselcellen (Schwann cellen).
Myelineschede voor snel transport. De oranje dingentjes op de Schwann cellen zorgen ervoor dat de
informatie sneller gaat.
Insnoeringen van Ranvier. Groefjes/insnoeringen.
, Glia cellen.
* Atrocyten verbinden neuronen aan bloedvaten.
* Ogliodendrieten vorming myeline, = Schwann cellen. Cellen bestaan uit myeline
* Microgliacellen opruim en afvalfunctie. Ruimen dode cel resten op en vallen ziektes aan.
* Ependymocyten begrenzing van structuren. Verdelen de hersenen in 4 hersenkamers geven de
grenzen aan, hersenvocht wordt aangemaakt door de ependyocyten.
Witte en grijze stof:
- Hoge concentratie myelinescheden rondom axonen (wit) (communicatie tussen zenuwcellen)
- Hoge concentratie zenuwcellen (grijs) (verwerken van informatie)
Cortex. Hersenschors.
Keren diep in de hersenen. Thalamus, basale ganglia.
- 2 hersenhelften (hemisferen)
- 4 kwabben (lobi) per hersenhelft. Dus 8 in totaal.
- Sulci/sulcus of fissuur (groeven) de zwarte lijntjes op de hersenen.
- Gyri/gyrus (windingen) de kronkeldingen.
- Diverse andere structuren.
De twee hersenhelften zitten aan elkaar vast door middel van de hersenbalk. Corpus callosum.
Linkerhersenhelft = het taalgebied.
Longitudinale groeve: Scheidt de linker en rechterhersenhelft.
Per hersenhelft 4 kwabben:
- Frontalis
- Parietalis
- Occipitalis
- Temporalis.
Sulcus centralis scheidt de lobus frontalis en de lobus partietalis. De zwarte lijn tussen blauw en
rood. Sulcus lateralis scheidt de lobus frontalis en lobus temporalis.
L D
o e
b fr
us o
fr nt
o al
nt e
al k
is w
a
b
b
e
n
sp
el
e
n
e