Natuurkunde H8
Magneet:
- Heeft een noordpool en zuidpool
- Noord en zuid trekken elkaar aan, de zelfde polen stoten elkaar af
- Breek je een magneet, dan krijg je twee magneten met noord- en zuidpool
- Sommige materialen zijn magnetiseerbaar, hierdoor krijg je tijdelijke of permanente
magneten
- Permanente magneet: materialen die magnetisch zijn en blijven
- Elektromagneet: een geïsoleerde stroomdraad gewikkeld om een ijzeren kern, een
elektrische stroom zorgt voor magnetisme
- Permanente magneten zijn gemaakt van legeringen die heel moeilijk te magnetiseren zijn,
maar hun magnetisme heel lang vasthouden, ook bij hoge temperatuur.
- Magneetvelden lopen buiten een magneet van noord naar zuid en in een magneet van zuid
naar noord.
De raaklijn aan de veldlijn van een magnetisch veld geeft de richting van het magnetisch veld in dat
punt weer.
Veldlijnen snijden elkaar nooit.
De richting van het magnetisch veld is de richting waarin de noordpool van een kompasnaald wijst.
De magnetische veldsterkte heeft een richting en een grootte. Het is een vectorgrootheid. Hierdoor
moet je als er meerdere vectoren zijn ze samen stellen met een parallellogramconstructie.
Rechterhandregel (spoel): vingers geven de stroom aan, duim de noordpool (richting van veldlijnen
binnen de spoel)
- De veldlijnen van een spoel zijn gesloten lijnen zonder begin- of eindpunt
Rechterhandregel (rechte stroomdraad): duim geeft de stroom aan, gekromde vingers geven richting
van veldlijnen weer
- De veldlijnen zijn gesloten lijnen zonder begin of einde, een rechte stroomdraad heeft geen
magnetische polen.
Magnetische veldsterkte (B), des te groter B des te dichter de veldlijnen op elkaar zijn getekend.
Bij een stroomdraad neemt de magnetische veldsterkte af des te verder je van de draad vandaan
gaat.
Homogeen magneetveld: een gebied waarin de magnetische veldlijnen overal evenwijdig zijn en de
magnetische veldsterkte overal gelijk is
Inhomogeen magneetveld: een gebied waarin de magnetische veldsterkte niet overal gelijk is
Rechterhandregel (Lorentzkracht): duim stroom, vingers magneetveld, handpalm/binnenkant hand
lorentzkracht
Magneet:
- Heeft een noordpool en zuidpool
- Noord en zuid trekken elkaar aan, de zelfde polen stoten elkaar af
- Breek je een magneet, dan krijg je twee magneten met noord- en zuidpool
- Sommige materialen zijn magnetiseerbaar, hierdoor krijg je tijdelijke of permanente
magneten
- Permanente magneet: materialen die magnetisch zijn en blijven
- Elektromagneet: een geïsoleerde stroomdraad gewikkeld om een ijzeren kern, een
elektrische stroom zorgt voor magnetisme
- Permanente magneten zijn gemaakt van legeringen die heel moeilijk te magnetiseren zijn,
maar hun magnetisme heel lang vasthouden, ook bij hoge temperatuur.
- Magneetvelden lopen buiten een magneet van noord naar zuid en in een magneet van zuid
naar noord.
De raaklijn aan de veldlijn van een magnetisch veld geeft de richting van het magnetisch veld in dat
punt weer.
Veldlijnen snijden elkaar nooit.
De richting van het magnetisch veld is de richting waarin de noordpool van een kompasnaald wijst.
De magnetische veldsterkte heeft een richting en een grootte. Het is een vectorgrootheid. Hierdoor
moet je als er meerdere vectoren zijn ze samen stellen met een parallellogramconstructie.
Rechterhandregel (spoel): vingers geven de stroom aan, duim de noordpool (richting van veldlijnen
binnen de spoel)
- De veldlijnen van een spoel zijn gesloten lijnen zonder begin- of eindpunt
Rechterhandregel (rechte stroomdraad): duim geeft de stroom aan, gekromde vingers geven richting
van veldlijnen weer
- De veldlijnen zijn gesloten lijnen zonder begin of einde, een rechte stroomdraad heeft geen
magnetische polen.
Magnetische veldsterkte (B), des te groter B des te dichter de veldlijnen op elkaar zijn getekend.
Bij een stroomdraad neemt de magnetische veldsterkte af des te verder je van de draad vandaan
gaat.
Homogeen magneetveld: een gebied waarin de magnetische veldlijnen overal evenwijdig zijn en de
magnetische veldsterkte overal gelijk is
Inhomogeen magneetveld: een gebied waarin de magnetische veldsterkte niet overal gelijk is
Rechterhandregel (Lorentzkracht): duim stroom, vingers magneetveld, handpalm/binnenkant hand
lorentzkracht