Organiseren en
positioneren
Leeruitkomst A:
Organisatiebewustzijn
,Inhoud
Inleiding........................................................................................................................................................ 2
1. Knelpunt................................................................................................................................................... 3
1.1 Het signaal.......................................................................................................................................... 3
1.2 knelpunt formuleren........................................................................................................................... 3
2. Analyse..................................................................................................................................................... 4
2.1 Maatschappelijke ontwikkeling........................................................................................................... 4
2.2 Doelstelling organisatie....................................................................................................................... 4
2.3 Strategisch niveau............................................................................................................................... 5
2.4 Tactisch niveau.................................................................................................................................... 7
2.5 Operationeel niveau............................................................................................................................ 8
2.6 Belemmerende en bevorderende factoren......................................................................................... 9
2.6 Conclusie........................................................................................................................................... 10
3. Samenwerking en oplossingsrichting...................................................................................................... 10
3.1 Methoden van onderzoek................................................................................................................. 11
3.2 Draagvlak creëren............................................................................................................................. 11
3.3 Oplossingsmogelijkheden en afwegingen.........................................................................................12
3.4 Gekozen oplossingsrichting............................................................................................................... 13
Literatuurlijst.............................................................................................................................................. 15
Bijlage 1: Handtekening werkbegeleider..................................................................................................... 16
1
, Inleiding
Dit verslag is tot stand gekomen naar aanleiding van leeruitkomst A: Organisatiebewustzijn. De sociaal
werker signaleert een knelpunt binnen de eigen organisatie in relatie tot de doelstelling van de
organisatie. Daarnaast analyseert de sociaal werker wat de relevatie van de maatschappelijke
ontwikkeling is voor het knelpunt en brengt dit in verband met verschillende organisatieniveaus. In de
analyse wordt aangegeven wat de consequenties zijn van het knelpunt voor het bereiken van de
doelstelling van de organisatie. De belemmerende en bevorderende factoren worden daarbij ik kaart
gebracht. De analyse wordt besproken met collega’s en leidinggevende om tot een gemotiveerde keuze te
komen voor een mogelijke oplossingsrichting.
De sociaal werker werkt op een ontmoetingscentrum voor mensen met dementie. Iedere cliënt van
het ontmoetingscentrum woont thuis met behulp van een mantelzorger en/of ondersteuning vanuit
zorginstellingen. Het ontmoetingscentrum heeft 4 groepen die huiskamers worden genoemd. De
huismakers hebben allemaal hun eigen naam namelijk tulp, roos, madelief en gerbera. De huiskamer
roos is vooral samengesteld met bezoekers die geen diagnose dementie heeft maar wel verminderde
eigen regie en/of eenzaamheid ervaren. De huiskamer tulp is samengesteld met bezoekers met een
diagnose dementie die breed geïnteresseerd zijn. De huiskamer madelief is samengesteld met
mensen in een vroeg stadium van dementie. De huiskamer gerbera is samengesteld met mensen in
een laat stadium van dementie. Iedere huiskamer heeft maximaal 12 cliënten. Op iedere huiskamer
staan vaste medewerkers.
De namen die zijn gebruikt voor deze opdracht zijn fictief.
Op het ontmoetingscentrum waar de sociaal werker werkzaam is, is een knelpunt gesignaleerd. Het
knelpunt is dat er een zorgverzwaring plaatsvindt en medewerkers om moeten gaan met complexere
casussen en medewerkers niet weten hoe zij dit moeten gaan doen. Om dit knelpunt op te lossen is
het nodig dat medewerkers zich ontwikkelen en beschikken over de kennis en vaardigheden die
nodig zijn om de zorgverzwaring aan te kunnen en meer zelfvertrouwen te ontwikkelen. De
oplossingsrichting die wordt aanbevolen door de sociaal werker is intervisies inzetten om elkaar te
ondersteunen bij complexe casussen.
2