De macro economische omgeving heeft invloed op de prestaties van bedrijven en organisaties. Het
individuele bedrijf heeft geen invloed op de macro economische omgeving. Denk dan aan factoren:
- Conjunctuur,
- Wisselkoersen,
- Loonvoet (loonprijzen),
- Grondstoffenprijzen (energie, grondstoffen),
- Rentestand.
Tevens heeft de indirecte omgeving invloed op de prestaties van bedrijven en organisaties. Het
individuele bedrijf heeft geen directe invloed, maar wel indirecte invloed (denk aan
brancheorganisaties o.i.d.). Denk dan aan de factoren:
- Technologie;
- Overheidsinvloed:
o Milieuwetgeving;
o Mededinging;
o Arbeid;
- Culturele omgeving:
o Publieke opinie;
o Media;
- Sociale omgeving.
De directe omgeving speelt natuurlijk ook een rol en heeft invloed op de prestaties van bedrijven en
organisaties. Het individuele bedrijf heeft invloed op haar directe omgeving. Denk dan aan de
factoren uit onderstaand figuur.
,De bedrijfsomgeving:
Concurrentiepositie bepaalt de winstgevendheid/rendement van het bedrijf.
Als er op een markt voldoende concurrentie aanwezig is dan worden bedrijven:
- Gedwongen de wensen van de klanten serieus te nemen (allocative efficiëntie);
- Gedwongen de producten zo kostenefficiënt mogelijk te produceren (statische efficiëntie);
- Gedwongen het product en het productproces te verbeteren (dynamische efficiëntie).
Als bedrijven duurzaam hoge rendementen behalen is dat meestal een indicatie voor een gebrek aan
concurrentie. Denk bijvoorbeeld aan de bankensector.
, Bedrijfskolom:
De concurrentie om marktaandeel binnen elke schakel/bedrijfstak van de
kolom = interne concurrentie.
De concurrentie om de verdeling van de winstmarge tussen een bedrijf en
haar leverancier en andersom = externe concurrentie.
Markt = daar waar vraag en aanbod naar een product/dienst
samenkomen. Er heerst onderlinge rivaliteit en de afbakening is
geografisch en producttechnisch.
Sector = groep verwante bedrijfstakken.
Invloed interne concurrentie marktaandeel:
- Prijsconcurrentie;
- Kwaliteitsconcurrentie;
- Intensiteit:
o Concentratiegraad (marktaandeel van grootste bedrijven
(c3, c5, c10));
o Uittredingsdrempels;
o Kostenstructuur.
Invloed externe concurrentie winstmarge:
- Belang van toeleverancier/afnemer (grootte, imago);
- Omschakelingskosten.
Marktaandeel * winstmarge * totale marktomvang = totale winst
De concurrentie binnen een markt zal scherper zijn wanneer de toetredingsdrempels laag zijn:
- Strategische drempels: deze drempels worden bewust door de gevestigde bedrijven
opgeworpen om bedrijven te ontmoedigen om toe te treden. Denk aan:
o Prijsbeleid;
o Overstapkosten;
o Moeite productdifferentiatie;
- Structurele drempels: hangen bijvoorbeeld samen met de kapitaalintensiteit van de
productie. Denk ook aan:
o Uittredingsbarrières;
o Schaalvoordelen;
o Klantentrouw;
o Investeringskosten;
- Tijdelijke drempel:
o Stand van de huidige conjunctuur (hoog of laag).
individuele bedrijf heeft geen invloed op de macro economische omgeving. Denk dan aan factoren:
- Conjunctuur,
- Wisselkoersen,
- Loonvoet (loonprijzen),
- Grondstoffenprijzen (energie, grondstoffen),
- Rentestand.
Tevens heeft de indirecte omgeving invloed op de prestaties van bedrijven en organisaties. Het
individuele bedrijf heeft geen directe invloed, maar wel indirecte invloed (denk aan
brancheorganisaties o.i.d.). Denk dan aan de factoren:
- Technologie;
- Overheidsinvloed:
o Milieuwetgeving;
o Mededinging;
o Arbeid;
- Culturele omgeving:
o Publieke opinie;
o Media;
- Sociale omgeving.
De directe omgeving speelt natuurlijk ook een rol en heeft invloed op de prestaties van bedrijven en
organisaties. Het individuele bedrijf heeft invloed op haar directe omgeving. Denk dan aan de
factoren uit onderstaand figuur.
,De bedrijfsomgeving:
Concurrentiepositie bepaalt de winstgevendheid/rendement van het bedrijf.
Als er op een markt voldoende concurrentie aanwezig is dan worden bedrijven:
- Gedwongen de wensen van de klanten serieus te nemen (allocative efficiëntie);
- Gedwongen de producten zo kostenefficiënt mogelijk te produceren (statische efficiëntie);
- Gedwongen het product en het productproces te verbeteren (dynamische efficiëntie).
Als bedrijven duurzaam hoge rendementen behalen is dat meestal een indicatie voor een gebrek aan
concurrentie. Denk bijvoorbeeld aan de bankensector.
, Bedrijfskolom:
De concurrentie om marktaandeel binnen elke schakel/bedrijfstak van de
kolom = interne concurrentie.
De concurrentie om de verdeling van de winstmarge tussen een bedrijf en
haar leverancier en andersom = externe concurrentie.
Markt = daar waar vraag en aanbod naar een product/dienst
samenkomen. Er heerst onderlinge rivaliteit en de afbakening is
geografisch en producttechnisch.
Sector = groep verwante bedrijfstakken.
Invloed interne concurrentie marktaandeel:
- Prijsconcurrentie;
- Kwaliteitsconcurrentie;
- Intensiteit:
o Concentratiegraad (marktaandeel van grootste bedrijven
(c3, c5, c10));
o Uittredingsdrempels;
o Kostenstructuur.
Invloed externe concurrentie winstmarge:
- Belang van toeleverancier/afnemer (grootte, imago);
- Omschakelingskosten.
Marktaandeel * winstmarge * totale marktomvang = totale winst
De concurrentie binnen een markt zal scherper zijn wanneer de toetredingsdrempels laag zijn:
- Strategische drempels: deze drempels worden bewust door de gevestigde bedrijven
opgeworpen om bedrijven te ontmoedigen om toe te treden. Denk aan:
o Prijsbeleid;
o Overstapkosten;
o Moeite productdifferentiatie;
- Structurele drempels: hangen bijvoorbeeld samen met de kapitaalintensiteit van de
productie. Denk ook aan:
o Uittredingsbarrières;
o Schaalvoordelen;
o Klantentrouw;
o Investeringskosten;
- Tijdelijke drempel:
o Stand van de huidige conjunctuur (hoog of laag).