3.1 Materieelrechtelijke en strafvordelijke legaliteit
Zowel materieel (waaronder ook penitentiair recht) als het formele strafrecht berusten op de wet & zijn zo
nauwkeurig mogelijk geregeld:
- art. 1 Sr: geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraf voorgegane wettelijke strafbepaling;
- art. 1 Sv: strafvordering heeft alleen plaats op de wijze bij de wet voorzien (wet in formele zin)
o regeling van strafprocedure kan enkel door centrale wetgever worden ontworpen (kan ook
worden gedelegeerd aan lagere wetgever).
- Materieel strafrecht is ook te vinden in lagere wetgeving (bijv. APV's)
- Misdrijven worden enkel in wetten in formele zin vastgelegd.
Nullum iudicum sine lege (legaliteitsbeginsel) --> democratische grondslag van onze strafrechtspleging
verzekern.
Proactieve fase misdrijf = nog te plegen (voorbereidingsfase).
Juridisch begrip 'strafbaar feit': viertal niveaus:
Een strafbaar feit is een;
1. persoonlijke gedraging;
2. die valt binnen de grenzen van een wettelijke delictsomschrijving;
3. die wederrechtelijk is, en;
4. die aan de schuld van de dader is te wijten.
Legaliteitsbeginsel valt voornamelijk onder het 2e niveau & tweede materiële vraag: is het bewezen (historisch)
feit ook een juridisch (dus volgens de wet) strafbaar feit:
1. wettelijke delictsomschrijving;
2. die reeds bestond;
3. en van toepassing was op het moment waarop de verdacht zijn gedraging verrichtte
--> indien niet allemaal van toepassing: ontslag van alle rechtsvervolging.
- Uit art. 1 Sr kan ook voortvloeien dat de delictsomschrijving onvoldoende duidelijk was, maar dit
wordt zelden door de rechter gehonoreerd (dwaling).
3.2 De achtergronden van het legaliteitsbeginsel en de rechtsstaat
Legaliteitsbeginsel berust op de Rule of Law (rechtsstaat). Kenmerken:
1. het geheel van wettelijke voorschriften dat;
2. de instellingen beheerst die begiftigd zijn met wettelijke macht en;
3. de procedures waarin deze voorschriften door de instellingen kunnen wordne toegepast, hetgeen
gericht is op
4. de bescherming van de essentiële belangen van individuen die in onze samenlevins is gegarandeerd
door
5. beperkingen van de macht van de staat.
Art. 1 Sr is de strafrechtelijke verschijningsvorm van een publiekrechtelijk beginsel dat betrekking heeft op de
verhouding tussen individu en staat en dat vooral ziet op de begrenzing van de macht die de staat jegens de
individu mag uitoefenen.
--> totale instituties (maatschappelijke instellingen zoals bijv. TBS/pen. inr.) zien rechtsbescherming van
individuen als minder grote prioriteit. Nieuwe wetgeving heeft de interne juridisering van alle betrokken
detentiesituaties (en daarmee de rechtspositie van de individuele gedetineerde) inmiddels aangescherpt.
1
,Peters: in het strafproces bestaat er een wezenlijke belangentegenstelling tussen staat en individu. Dit wordt
vooral weerspiegeld door de contradictoire structuur van het strafproces. Hierbij wordt de individuele
rechtspositie van de verdachte gerespecteerd. Hierdoor kunnen de strafrechtelijke individu-beschermende
beginselen zich optimaal realiseren.
Rule of Law heeft ook betrekking op de inhoud & kwaliteit van de normen waaraan de gedragingen van
individuen worden getoetst (materiële normen = norm die rechten toekent/verplichtingen oplegt aan de
burger):
- De kwaliteit van de gepositiveerde gedragsnormen (dus de kwaliteit van de delicstomschrijvingen)
moet zodanig zijn dat de individu met een voldoende mate van zekerheid kan voorzien welke
gedragingen strafbaar zijn en wanneer de strafrechtelijke overheidsmacht jegens hem kan worden
aangewend.
o dit is duidelijk de tegenovergestelde gang van zaken in totale instituties.
Alle rechtsbeginselen zijn normatief en hebben een eigen impact ter beoordeling van het
rechtmatigheidsgehalte van het strafrechtelijk optreden.
In dit perspectief zijn aan het legaliteitbeginsel verschillende dimensies toe te kennen:
1. De consitutionele dimensie
Betreft de primaire dimensie voor de instrumentele uitoefening van de strafrechtelijke staatsmacht & moet als
conditio sine qua non (causaal verband) voor de andere dimensies worden gezien.
- Proportionaltieit & altijd streven naar de minimale straf
- Ontwikkeling penitentiair recht
2. De rechtsbeschermende dimensie
- Rechtsgelijkheid & -zekerheid; grenzen voor overheidsoptreden.
- Vereniging met constitutionele dimensie: het bieden van instrumenten veronderstelt het bieden van
rechtsbescherming en vice versa.
- Contradictoire procedures/hoor en wederhoor noodzakelijk om de garanties voor de individu
werkelijk tot leven te kunnen laten komen.
- Rechtsbescherming hangst direct samen met het rechtskarakter van het strafrecht: de legitimiteit van
het overheidsoptreden wordt erdoor bevorderd.
3. De generaal-preventieve dimensie
- Crimineel-politieke dimensie & een belangrijke verbinding tussen bovenstaande dimensies
o Crimineel politiek = de rationele organisatie van de maatschappelijke reactie op criminaliteit.
Nastreven van een 'evenwichtstoestand'.
- Voorkomen van escalerende vormen van eigenrichting.
- Feuerbach: eisen strafbaar feit: een menselijke gedragng die wettelijk strafbaar is gesteld en
daadwerkelijk tot bestraffing zal leiden --> leer van de psychologische dwang.
- Toegespitst op het calculerende mensbeeld.
- Expressieve delicten: de uitdrukking van een directe gemoedstoestand (impulsief/emotioneel)
- instrumentele delicten: bewust gekozen middel om een bewust gekozen doel te bereiken (diefstal,
overtredingen).
- De individuele pakkans schrikt meer af dan het geschreven strafrecht op zich.
3.3 De concrete betekenis van het legaliteitsbeginsel in ons materiële strafrecht
Ius puniendi = het recht van de staat om burgers te straffen op grond van overtreding van normen & waarden.
--> ontstaat pas met het bestaan van een wettelijke strafbepaling.
Nulla puna sin lege/Nulla poena eis = geen straf zonder strafbepaling.
2
,De concrete eisen van het legaliteitsbeginsel kunnen zowel primair tot de wetgever als primair tot de rechter
richten. Ook zijn de eisen van zowel nationaal als Europees niveau.
Eerste implicatie legaliteitsbeginsel: de wet moet duidelijk zijn in zijn bewoordingen = lex certa-
vereiste/Bestimmtheitsgebot.
- Primair gericht aan wetgever, langs middelijke weg ook rechter (bijv bij dwaling)
- art. 16 Gw
o Alleen lagere wetten kunnen aan de Gw worden getoetst formele wetten niet. Wetgevning
kan wel worden getoets aan internationale verdragen.
- Van belang om zo min mogelijk bestanddelen in de delictsomschrijving op te nemen( zo 'sober'
mogelijk).
o Dit is in de lijn van de Klassieke Richting (oog om oog, tand om tand). Moderne richting = niet
alleen vergelding, ook andere doelen.
- Ook buiten de wet (dus buiten de bestanddelen van het strafbare feit) kunnen voorwaarden voor
strafbaarheid gelden --> elementen van het strafbare feit.
Dus bestanddelen = binnen delictsomschrijving, elementen = buiten delictsomschrijving
Van groot belang om bij de formulering van strafbare feiten een consistente techniek toe te passen. 3
methoden om delicten te formuleren:
1. Kwalificatie (uitsluitend een juridische benaling). Bijv. 'Mishandeling wordt gestraft met...'
2. Opsommen van bestanddelen/gedragingen/omstandigheden zonder daarbij een kwalificatie te
noemen. Kan alsnog voorkomen dat er informeel juridische benamingen aan worden gegeven (bijv.
huisvredebreuk).
3. Gecombineerde methode: combinatie van het opsommen van bestanddelen & een juridische
benaming (bijv. art. 310 Sr). Hierbij moet zo veel mogelijk vage termen worden vermeden. Wanneer
dit niet helemaal mogelijk is: 'open' delictsomschrijvingen (laten enige ruimte tot interpretatie open,
bijv. grove onvoorzichtigheid. Afhankelijk van de concrete omstandigheden).
Testimonium pauperatis = bewijs van onvermogen. Wetgever reikt zichzelf dit uit wanneer er geen nauwkeurig
omlijnde betekenis kan worden gebruikt.
HR beschouwt het lex certa-vereiste vooral als een inspanningsverplichting voor de wetgever die niet altijd
volkomen kan worden waargemaakt. Belangrijkste is dat delicten op een zo duidelijk mogelijke wijze worden
omschreven. Ook voorkomen dat delicten te gedetailleerd worden beschreven.
3.3.2 Gebondenheid van de rechter aan de tekst van de wet
Bij open delictsomschrijvingen moet de rechter interpreteren.
Soorten interpretatiemethodes:
1. Grammaticale interpretatie: rechter stemt interpretatie af op de tekst van de wettelijke bepaling.
2. Wetshistorische interpretatie: welke bedoeling had de wetgever met het in het leven roepen van de
wettelijke bepaling? Kijkt naar totstandkoming & voorgeschiedenis van de bepaling.
3. Wetssystematische interpretatie: kijken naar het systeem van de regeling waarvan de bepaling deel
uitmaakt. Omstandigheid dat een delictsomschrijving binnen een bepaalde regeling valt, kan
aanwijzingen voor de betekenis ervan opleren.
4. Teleologische interpratie: interpretatie wordt mede ontleend aan de strekking/ratio van de bepaling.
Betekenis van de bepaling naar huidige opvattingen: welk rechtszoekt beoogt de bepaling te
beschermen?
5. Functionele interpretatiemethode: in overeenstemming met de maatschappelijke functie welke de
strafbepaling vervult.
Interpretatiekwesties/interpretatieproblemen uit de rechtspraak:
a) Verschuivende betekenissen van termen waarvan de wet zich bedient
3
, Wanneer de betekenis van feitelijke inhoudt verandert (valt 'slaap' gelijk aan 'staat van bewusteloosheid of
lichamelijke onmacht'?).
b) Verschuivende maatschappelijke opvattingen
Nieuwe maatschappelijke opvattingen (bijv nieuwe strafbepaling seks zonder toestemming).
c) Technologische ontwikkelingen
Wanneer modernisering een nieuwe betekenis toevoegt aan een delictsbestanddeel.
d) Conflicterende rechtsbelangen
Bij concurrerende interpretaties zal worden gekozen voor de meest overtuigende redenering in het licht van
wat naar het rechtsgevoel het meerst ovor de hand liggend of acceptabel is, dan wel met het oog op het
resultaat dat men wenselijk vindt. Is er sprake van een principiële hiërarchie van interpretatiemethoden?
3.3.3 Het verbod van analogische wetsinterpretatie
Verbod op (extensieve) analogische wetsinterpratatie/analogieverbod = verboden voor de rechter om op basis
van analogie (lijkt op elkaar) strafbepalingen op te rekken om feiten strafbaar te stellen die niet onder het
bereik van de strafbepaling vallen.
--> bij loopverbod: mag er wel worden gefietst? Ja, fietsen valt niet onder lopen.
- Komt vooral voor bij technologische ontwikkelingen.
Pompe: analogie wordt gematig geoorloogd geacht; slechts als er een leemte in de wet is, bijv. bij een nieuw
geval.
--> is niet aan te nemen dat er een geval door de wetgever over het hoofd is gezien, dan geldt de a-
contrarioredenering (indien niet A, dan ook niet B).
Soms kan de rechter dmb extensieve grammaticale interpretatie van een delictsbestanddeel de expliciete
toepassing van een analogische redenering voorkomen en toch tot strafbaarheid geraken.
Analogieverbod is er vanuit het lex certa-beginsel: rechtzekerheid moet worden bevorderd; bij de rechter moet
geen taak in de sfeer van wetgeving worden gelegd.
Analogieverbod is minder sterk bij strafuitsluiting.
- Vanuit de constitutionele dimensie zal er eerder bezwaar zijn tegen analogieverbod bij uitsluiten dan
vanuit de rechtsbeschermende dimensie.
- Analogie wordt ad malam partem niet teogestaan, vaak ad bonam partem wel.
De noodzaak tot interpretatie door de rechter kan altijd bestaan 'for adaptation to changing circumstances'.
- Wetstoepassing die aansluit bij 'maatschappelijke inzichten' en die leidt tot 'een maatschappelijk
aanvaardbare uitkomst'.
- Adaptation to changing circumstances kan toelaatbaar zijn wanneer er sprake is van:
o geleidelijke ontwikkelingen
o die in overeenstemming zijn met de essentie van het delict
o en die ook redelijkerwijze zijn te voorzien.
De Hullu: extensieve interpretatie (bijv. d.m.v. anologie) kan aanvaardbaar zijn: moet met goede argumenten
acceptabel worden gemaakt, hetvgeen hem de grote winst van de Straatsburgse jurisprudentie lijkt.
- strafbaarstellingen moeten worden getoets aan kwaliteitseisen met betrekking tot vooral de
toegankelijkheid van de regeling en zeker ook de voorzienbaarheid van de toepassingsmogelijkhede.
3.3.4 De gewoonte is geen directe bron van strafrecht (lex scripta)
Slechts de geschreven wet (in materiële zin) mag bron van strafrecht zijn.
4
Voordelen van het kopen van samenvattingen bij Stuvia op een rij:
Verzekerd van kwaliteit door reviews
Stuvia-klanten hebben meer dan 700.000 samenvattingen beoordeeld. Zo weet je zeker dat je de beste documenten koopt!
Snel en makkelijk kopen
Je betaalt supersnel en eenmalig met iDeal, creditcard of Stuvia-tegoed voor de samenvatting. Zonder lidmaatschap.
Focus op de essentie
Samenvattingen worden geschreven voor en door anderen. Daarom zijn de samenvattingen altijd betrouwbaar en actueel. Zo kom je snel tot de kern!
Veelgestelde vragen
Wat krijg ik als ik dit document koop?
Je krijgt een PDF, die direct beschikbaar is na je aankoop. Het gekochte document is altijd, overal en oneindig toegankelijk via je profiel.
Tevredenheidsgarantie: hoe werkt dat?
Onze tevredenheidsgarantie zorgt ervoor dat je altijd een studiedocument vindt dat goed bij je past. Je vult een formulier in en onze klantenservice regelt de rest.
Van wie koop ik deze samenvatting?
Stuvia is een marktplaats, je koop dit document dus niet van ons, maar van verkoper Valski. Stuvia faciliteert de betaling aan de verkoper.
Zit ik meteen vast aan een abonnement?
Nee, je koopt alleen deze samenvatting voor €5,99. Je zit daarna nergens aan vast.