Samenvatting SD
Week 1
Protonen zijn positief geladen
Neutronen hebben geen lading
Om atoom elektrisch neutraal te maken zijn er evenveel protonen als elektronen
Kern = nucleus
Materie is grotendeel leeg
Factor 30.000 zit tussen kern en elektronen schillen
Atoomnummer = Z (protonen)
Massagetal = A (protonen en neutronen)
Het aantal protonen bepaalt het element
Waterstof getal met massagetal 1 = protium
Waterstof getal met massagetal 2 = deuterium
Waterstof met massagetal 3 = tritium
Elektronenverschil
Van binnen naar buiten → K, L, M, N → energie nodig
Van buiten naar binnen → N, M, L, K → energie vrij
2 ∗ 𝑛2 → K=1 (2), L=2 (8), M=3 (18), N=4 (32)
Waarom verschilt de bindingsenergie van elektronen per elektronenschil?
- Verschillende afstand tot de kern.
- Hoe dichter bij de kern hoe hoger de bindingsenergie
Waarom verschilt de bindingsenergie van elektronen per element?
- Verschillend aantal protonen in de kern
Valentieband = hoogste energiezone die het atoom stabiel houden dus elektronen bij het
atoom houden.
Geleidingsband = energiezone waardoor de elektronen naar een ander atoom kunnen
springen
Verboden zone = houdt de zone tussen de valentieband en geleidingsband. De elektronen
kunnen niet overspringen.
Massa = energie
𝐸 = 𝑚𝑐 2
E= energie in Joule
M = gewicht in kg
C = lichtsnelheid m/s → 3 ∗ 108 m/s
VB:
- Massa elektron (of positron) = 0,91 ∗ 10−30
E = (0,91 ∗ 10−30 ) x 3 ∗ 108 = 8,19 ∗ 10−14 J
, 8,19 ∗ 10−14 J / 1,6 ∗ 10−19J = 511875 electronvolt (eV) = 512 keV
E (stabiele kern) < E (protonen) + E (neutronen)
M (stabiele kern) < M (protonen) + M (neutronen)
Massadecriment = massaverlies = bindingsenergie kerndeeltjes → protonen en neutronen
los van elkaar is zwaarder dan dat ze bij elkaar zijn
Het massaverschil wordt gebruikt om het geheel bij elkaar te houden → dit wordt omgezet
in energie = kernbindingsenergie
1 eV = 1,6 ∗ 10−19 J
1 J = 6,25 ∗ 1018
Notatie van nucliden
A
Z N
A= massagetal = protonen en neutronen
Z = atoomnummer = protonen
N = naam van element
Atoomnummer en naam van het element heeft een rechtstreek verband dus daarom wordt
Z soms ook weggelaten
Radioactief = te veel neutronen t.o.v. protonen → instabiel
Nuclide kaart
Iso = gelijk
Isotoop
1
1
H 2
1
H
Z= gelijk
A = verschillend
Horizontale lijn
Isobaar
Z= verschillend
A = gelijk
Schuine lijn
Isotoon
Z = verschillend
A – Z = aantal neutronen = gelijk
Verticale lijn
Isomeer
99
Tc 99m
Tc
Z = gelijk
A-Z = aantal neutronen = gelijk 43
43
Energieniveau is verschillend
Week 1
Protonen zijn positief geladen
Neutronen hebben geen lading
Om atoom elektrisch neutraal te maken zijn er evenveel protonen als elektronen
Kern = nucleus
Materie is grotendeel leeg
Factor 30.000 zit tussen kern en elektronen schillen
Atoomnummer = Z (protonen)
Massagetal = A (protonen en neutronen)
Het aantal protonen bepaalt het element
Waterstof getal met massagetal 1 = protium
Waterstof getal met massagetal 2 = deuterium
Waterstof met massagetal 3 = tritium
Elektronenverschil
Van binnen naar buiten → K, L, M, N → energie nodig
Van buiten naar binnen → N, M, L, K → energie vrij
2 ∗ 𝑛2 → K=1 (2), L=2 (8), M=3 (18), N=4 (32)
Waarom verschilt de bindingsenergie van elektronen per elektronenschil?
- Verschillende afstand tot de kern.
- Hoe dichter bij de kern hoe hoger de bindingsenergie
Waarom verschilt de bindingsenergie van elektronen per element?
- Verschillend aantal protonen in de kern
Valentieband = hoogste energiezone die het atoom stabiel houden dus elektronen bij het
atoom houden.
Geleidingsband = energiezone waardoor de elektronen naar een ander atoom kunnen
springen
Verboden zone = houdt de zone tussen de valentieband en geleidingsband. De elektronen
kunnen niet overspringen.
Massa = energie
𝐸 = 𝑚𝑐 2
E= energie in Joule
M = gewicht in kg
C = lichtsnelheid m/s → 3 ∗ 108 m/s
VB:
- Massa elektron (of positron) = 0,91 ∗ 10−30
E = (0,91 ∗ 10−30 ) x 3 ∗ 108 = 8,19 ∗ 10−14 J
, 8,19 ∗ 10−14 J / 1,6 ∗ 10−19J = 511875 electronvolt (eV) = 512 keV
E (stabiele kern) < E (protonen) + E (neutronen)
M (stabiele kern) < M (protonen) + M (neutronen)
Massadecriment = massaverlies = bindingsenergie kerndeeltjes → protonen en neutronen
los van elkaar is zwaarder dan dat ze bij elkaar zijn
Het massaverschil wordt gebruikt om het geheel bij elkaar te houden → dit wordt omgezet
in energie = kernbindingsenergie
1 eV = 1,6 ∗ 10−19 J
1 J = 6,25 ∗ 1018
Notatie van nucliden
A
Z N
A= massagetal = protonen en neutronen
Z = atoomnummer = protonen
N = naam van element
Atoomnummer en naam van het element heeft een rechtstreek verband dus daarom wordt
Z soms ook weggelaten
Radioactief = te veel neutronen t.o.v. protonen → instabiel
Nuclide kaart
Iso = gelijk
Isotoop
1
1
H 2
1
H
Z= gelijk
A = verschillend
Horizontale lijn
Isobaar
Z= verschillend
A = gelijk
Schuine lijn
Isotoon
Z = verschillend
A – Z = aantal neutronen = gelijk
Verticale lijn
Isomeer
99
Tc 99m
Tc
Z = gelijk
A-Z = aantal neutronen = gelijk 43
43
Energieniveau is verschillend