Sociaal Recht Opdracht
Van:
Aan: A.E. Oudshoorn
Datum: 17 december 2018
Betreft: Uitwerking van het schriftelijkheidsvereiste van het relatiebeding
Aanleiding
U heeft mij onlangs benaderd om het schriftelijkheidsvereiste van het relatiebeding uit te zoeken
naar aanleiding van het arrest ECLI:NL:HR:2017:364. In deze memo geef ik u een beknopte
samenvatting van het arrest, de rechtsvraag met antwoord op de rechtsvraag van de Hoge Raad,
nadere informatie die ik in de wet heb gevonden, de belangrijkste overwegingen van de Hoge Raad
en mijn eigen mening over het onderwerp.
Samenvatting
In het arrest ECLI:NL:HR:2017:364 zijn er twee partijen. Eiseres 1 exploiteert een adviesbureau met
accountants, fiscalisten en management consultants en een voormalige werknemer in de functie van
belastingadviseur. Deze voormalige werknemer (verweerder) heeft vanaf 1 januari 2007 een eigen
adviesbureau in de omgeving van zijn ex-werkgever, te weten de eiseres 1. Eiseres 1 vordert in dit
geding een bedrag wegens het schenden van het overeengekomen relatiebeding door de
verweerder. Op 1 januari 2003 is er namelijk een arbeidsovereenkomst ondertekend door beide
partijen. In de arbeidsovereenkomst is een relatiebeding opgenomen dat verder in het
personeelsreglement is uitgewerkt. Aan verweerder is dit personeelsreglement eerder in 2002 ter
beschikking gesteld, maar niet als bijlage toegevoegd aan de overeenkomst van 2003. Verweerder
heeft niet uitdrukkelijk verklaart dat hij met het concurrentiebeding instemt. 1
Rechtsvraag
De rechtsvraag in deze zaak is of het relatiebeding, opgenomen in het personeelsreglement, deel
uitmaakt van de arbeidsovereenkomst.
Het wetsartikel
De voorwaarden m.b.t. het concurrentiebeding zijn in artikel 7:653 lid 1 BW opgenomen. Dit artikel
stelt het volgende: “Een beding tussen de werkgever en de werknemer waarbij deze laatste wordt
beperkt in zijn bevoegdheid om na het einde van de overeenkomst op zekere wijze werkzaam te zijn,
is slechts geldig indien: a. de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is aangegaan; en b. de
werkgever dit beding schriftelijk is overeengekomen met een meerderjarige werknemer”. 2 De vrije
arbeidskeuze van een werknemer wordt door het concurrentiebeding beperkt. Bij een relatiebeding
wordt deze wil ook beperkt. Lid 2 van dit artikel bepaalt dat een dergelijk beding ook bij een
arbeidsovereenkomst van een bepaalde tijd opgenomen kan worden. Dit geldt enkel als er een
schriftelijk motivering erbij zit, waaruit blijkt dat dit beding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende
bedrijfs- en dienstbelangen.3 Hierdoor is dit wetsartikel ook van toepassing op een relatiebeding.
Hiervoor is een arbeidsovereenkomst nodig van onbepaalde tijd, die schriftelijk met een
1
HR 3 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:364.
2
Art. 7:653 lid 1 BW
3
Art. 7:653 lid 2 BW
Van:
Aan: A.E. Oudshoorn
Datum: 17 december 2018
Betreft: Uitwerking van het schriftelijkheidsvereiste van het relatiebeding
Aanleiding
U heeft mij onlangs benaderd om het schriftelijkheidsvereiste van het relatiebeding uit te zoeken
naar aanleiding van het arrest ECLI:NL:HR:2017:364. In deze memo geef ik u een beknopte
samenvatting van het arrest, de rechtsvraag met antwoord op de rechtsvraag van de Hoge Raad,
nadere informatie die ik in de wet heb gevonden, de belangrijkste overwegingen van de Hoge Raad
en mijn eigen mening over het onderwerp.
Samenvatting
In het arrest ECLI:NL:HR:2017:364 zijn er twee partijen. Eiseres 1 exploiteert een adviesbureau met
accountants, fiscalisten en management consultants en een voormalige werknemer in de functie van
belastingadviseur. Deze voormalige werknemer (verweerder) heeft vanaf 1 januari 2007 een eigen
adviesbureau in de omgeving van zijn ex-werkgever, te weten de eiseres 1. Eiseres 1 vordert in dit
geding een bedrag wegens het schenden van het overeengekomen relatiebeding door de
verweerder. Op 1 januari 2003 is er namelijk een arbeidsovereenkomst ondertekend door beide
partijen. In de arbeidsovereenkomst is een relatiebeding opgenomen dat verder in het
personeelsreglement is uitgewerkt. Aan verweerder is dit personeelsreglement eerder in 2002 ter
beschikking gesteld, maar niet als bijlage toegevoegd aan de overeenkomst van 2003. Verweerder
heeft niet uitdrukkelijk verklaart dat hij met het concurrentiebeding instemt. 1
Rechtsvraag
De rechtsvraag in deze zaak is of het relatiebeding, opgenomen in het personeelsreglement, deel
uitmaakt van de arbeidsovereenkomst.
Het wetsartikel
De voorwaarden m.b.t. het concurrentiebeding zijn in artikel 7:653 lid 1 BW opgenomen. Dit artikel
stelt het volgende: “Een beding tussen de werkgever en de werknemer waarbij deze laatste wordt
beperkt in zijn bevoegdheid om na het einde van de overeenkomst op zekere wijze werkzaam te zijn,
is slechts geldig indien: a. de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is aangegaan; en b. de
werkgever dit beding schriftelijk is overeengekomen met een meerderjarige werknemer”. 2 De vrije
arbeidskeuze van een werknemer wordt door het concurrentiebeding beperkt. Bij een relatiebeding
wordt deze wil ook beperkt. Lid 2 van dit artikel bepaalt dat een dergelijk beding ook bij een
arbeidsovereenkomst van een bepaalde tijd opgenomen kan worden. Dit geldt enkel als er een
schriftelijk motivering erbij zit, waaruit blijkt dat dit beding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende
bedrijfs- en dienstbelangen.3 Hierdoor is dit wetsartikel ook van toepassing op een relatiebeding.
Hiervoor is een arbeidsovereenkomst nodig van onbepaalde tijd, die schriftelijk met een
1
HR 3 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:364.
2
Art. 7:653 lid 1 BW
3
Art. 7:653 lid 2 BW