Schaarste ontstaat als er niet genoeg middelen zijn om in alle behoeften te voorzien.
Absolute schaarste is bijvoorbeeld een tekort aan drinkwater in een droog klimaat. De
schaarste hoeft niet overal hetzelfde te zijn. Bij economie gebruik je het als relatief begrip: je
moet er tijd of geld voor opofferen.
De opofferingskosten zijn alle middelen die opgeofferd moeten worden om iets te
verkrijgen. Ze bestaan uit de kosten die je niet krijgt voor het beste alternatief dat je kan
kiezen. Het gaat hierbij niet alleen om geld, maar ook of je het leuk vindt of niet.
Bijvoorbeeld:
Met de hond uitlaten verdien je €5,- per dag. In de supermarkt kun je €7,- verdienen en bij
de fruithandelaar verdien je €8,-. De opofferingskosten als je de hond van de buren blijft
uitlaten zijn dan 8 – 5 = €3,-
De keuzes die je maakt voor schaarste hebben te maken met de prioriteiten die je stelt. Die
komen voort uit onze behoeften.
Primaire goederen is voor iedereen het belangrijkst. Dit zijn de goederen waarmee je
in leven blijft, zoals eten, drinken, onderdak en kleding.
Secundaire goederen komen pas aan de orde als de primaire behoeften zijn vervuld.
Dit zijn luxe goederen zoals een telefoon of sieraad.
Statusgoederen zijn goederen waarmee je kunt voorzien in de behoefte aan
erkenning, waardering en onderscheiding.
Micro-economie: Gebied van de economie waarin je de manier bestudeert waarop
gezinshuishoudens en bedrijven beslissingen nemen over schaarse goederen en hoe ze
kopen en verkopen op markten.
Macro-economie: De studie van onderwerpen die de gehele economie van een land
aangaan.
De prioriteiten van bedrijven zijn afhankelijk van de doelen die ze stellen. Ze moeten hierbij
een beslissing maken over de productiefactoren:
Natuur: grond, natuurlijke grondstoffen en energie;
Kapitaal: middelen die de productie mogelijk maken (machines, gebouwen,
transport). Gaat vaak langer dan één jaar mee;
Arbeid: mensen die het werk uitvoeren;
Ondernemerschap: een eigenaar die het bedrijf begint.
Je kunt deze middelen maar één keer gebruiken, dus moet je een keuze maken.
Investeren is de aanschaf van kapitaalgoederen of grond met het doel hiermee geld te
verdienen. Bedrijven houden dan ook rekening met opofferingskosten.
De bestedingsruimte is het bedrag dat je maximaal kunt besteden in een periode. Om je
geld zo efficiënt mogelijk te verdelen, kun je een begroting opstellen. Dit is een overzicht van
de verwachte inkomsten en uitgaven in een bepaalde periode. Als de uitgaven lager zijn dan
de inkomsten, kun je sparen. Andersom heb je juist een budgettair probleem.
§1.1 voorbeelden bekijken