Screening
Generieke rode vlaggen
- Trauma, tumor, ontstekingen (koorts), neurologische verschijnselen, constante pijn,
gewichtsverlies, langdurig gebruik corticosteroïden, nachtelijke pijn (2NGOT4k)
Regiospecifieke rode vlaggen
- CAD → cerebrovasculaire symptomen zoals duizeligheid, dubbelzien, misselijkheid, braken,
zwakte van de ledematen en pappilaire veranderingen
- Myelopathie → wijdverspreide neurologische tekenen in benen en/of armen zoals
sensibiliteitsstoornissen, verlies van spierkracht, blaas/darm dysfunctie
- Systemische ziekte → hoofdpijn, koorts, eenzijdige huiduitslag, brandende pijn, jeuk
- Longtop tumor → vermoeidheid/gewicht verlies, start met zeurende pijn in de schouder en
bij ingroei plexus brachialis constante radiculaire pijn in de arm volgens patroon n. ulnaris,
syndroom van Horner (ingroei sympathische grensstreng), kortademigheid/hoesten.
Regiospecifieke rode vlaggen hoofdpijn
- Systemische aandoening → hoofdpijn en koorts (meningitis, ecephalitis, brein abces)
- Neurologische tekenen → migraine, intracraniale bloeding en CVA
- Ontstaan plotseling of nieuwe hoofdpijn → signaal serieuze pathologie
- Ontstaan thunderclap hoofdpijn → arteriële vaten aandoening (subarachnoïdale bloeding)
- Paphilledema → zwelling optische zenuw door intracraniale druk
Opmerkingen:
- risico op vinden van brein tumor is 0.1% → nieuw ontwikkelde hoofdpijn bij patiënten met
neoplasma wel hoog risico (ernstige hoofdpijn, pulserend, atypische presentatie, gang
instabiliteit)
- Hoofdpijn gerelateerd aan trauma moet altijd onderzocht worden
Prevalentie hoofdpijn soorten:
- TTH → gemiddelde prevalentie van 50% (vrouwen 40-45)
- Migraine → gemiddelde prevalentie 10-12% (vrouwen 40-45)
- Cervicogene hoofdpijn → prevalentie 0.17-4%
- Cluster hoofdpijn → jaarprevalentie 0.1%
- 18% van de patiënten met hoofdpijn heeft een secundaire hoofdpijn aandoening
Klinische kenmerken hoofdpijn soorten
- TTH → bilateraal, drukkend, vernauwend en milde tot gematigde intensiteit, uren tot
dagen (chronisch bij >15 dagen per maand voor 3 maanden), geen toename van pijn bij
fysieke activiteit, kan gepaard gaan met misselijkheid photo- en/of phonofobie
- Migraine → met of zonder aura (neurologische symptomen); aanvallen van 4-72 uur,
unilateraal (fronto-temporaal, side shifting), pulserend, gemiddelde tot hoge intensiteit,
toename bij fysieke activiteit en geassocieerd met misselijkheid en/of photo- of phonofobie.
- Cervicogene hoofdpijn → trauma in vg (prevalentie stijgt met 50%), meestal unilateraal
(side locked), bewegings- en houding afhankelijk, ipsilaterale schouder/armpijn, matige
,intensiteit, niet kloppend, hoofdpijn ontstaan gelijk met nekpijn, verlichting hoofdpijn gelijk
aan verlichting nekpijn, verminderde CROM (rotatie meest daarna extensie),
- Cluster hoofdpijn → unilateraal (orbitaal, temporaal), zeer ernstige pijn (suicidal
headache), bewegingsonrust, gepaard met tranend/hangend oog ipsilateraal
Opmerkingen:
- Migraine en TTH gaan vaak samen
- Cervicogene hoofdpijn onderscheiden van TTH door provocatie hoofdpijn bij
nekbewegingen, palpatie nekspieren en uitstraling occipitaal naar frontaal.
- Medicatie overgebruik hoofdpijn bij >15 dagen per maand meerdere doses
NSAID/paracetamol (vorm van secundaire hoofdpijn)
Tractus anamnese
- Tractus circulatorius → myocardinfarct kan interscapulair en in de schouder- en arm
aanwezig zijn door rijke segmentale innervatie hart. Pericardium kan uitstralen naar C3-C5
- Tractus respiratorius → kan refferd pain geven naar nek, trapezius pars descendens en Bij
een pancoas’t tumor (longtop) tumor kan dit dermatomaal zijn door compressie van de
lagere delen van de plexus brachialis (C8-T2). Er is dan sprake van neuropathische
kenmerken van de pijn.
- Tractus divestigus → kan reffered pain geven naar de schouder regio en met name ook
interscapulair; galblaas, lever, maag, slokdarm.
Hypothesen:
H: Er is sprake van nekklachten die te classificeren zijn als nekklachten volgens kngf graad 1
of 2 (graad 3 en 4 heb je al uitgesloten voordat je de hypothese opstelt)
D: Toon aan dat de nekklachten zijn te klasseren als aspecifieke nekpijn.
M: anamnestische kenmerken en bij twijfel NDI om te objectiveren
U: NDI < 15 = graad I en NDI >15 graad II
H: Er is geen sprake van een CRS
D: uitsluiten CRS
M: ULTT A
U: geen reproductie van herkenbare klachten
H: er is sprake van een CRS
D1: Ik wil aantonen dat er sprake is van radiculaire armpijn
M: spurling, tractie/distractie test
U: positieve testen
D2: Ik wil weten of er sprake is van neurogene uitvalsverschijnselen
M: perifeer neurologisch onderzoek (sensoriek, reflexen en kennspieren)
U: hypoesthesie, hyporeflexie, verminderde kracht kennspieren
H: de pijn is afkomstig uit de … (hcwk, mid/lage cwk, cto)
D: aantonen dat de pijn uit de .. komt
,M: provocatie onderzoek middels regionaal onderzoek (verglijden links, indalen rechts bij
rotatie rechts)
H: De beperking in activiteiten met het (vul beweging in) komt door een hypofunctie van de
hcwk/cwk/cto
D: aantonen hypomobilteit in regio ..
M: segmentaal onderzoek
U: joint play en eindgevoel
Opmerking: rotatie beperking cwk naar links? → 3d flexie- en extensie links testen
H: Er is sprake van een cervicale MCI
D1: aantonen dat er sprake is volgens een MCI volgens kenmerken van Cook en actief
onderzoek
M: kenmerken van Cook
U: aanvullende anamnese op kenmerken Cook
D2: MCI op basis van actief bewegen
M: actief bewegings onderzoek flexie/extensie
U: abberent motions, versnellingen/vertragingen, inzetten beweging vanuit mid/laag cwk
D3: aantonen dat er sprake is van een verminderde neuromusculaire coördinatie en
uithoudingsvermogen van de DCF
M: CCFT test op coördinatie en uithoudingsvermogen volgens Jull et al.
U: onvermogen om 20-30 mmhg (2-3 seconden vasthouden) adequaat uit te voeren en in
fase 2 niet tot de 30 mmhg (3x10 seconden)
D4: aantonen dat er sprake is van een verminderd krachtuithoudingsvermogen van de DCF
M: harris test
U: aantal seconden mannen rond de 30 seconden
H: er is sprake van een CTS
D: aantonen van een CTS
M: ULTT A, tinnel test en phalen test, atrofie thenar, kracht vingerflexoren/extensoren
U: positieve tests
H: Er is sprake van een perifeer entrapment neuropathie van de..
D: aantonen PEN (arcade van Froshe = radialis door m. supinator, arcade van Struther =
medianus bij mediale epicondyl door lig. struthers, CTS ook medianus en kanaal van Guyon =
ulnaris)
M: neurodynamische testen perifere zenuwen + palpatie
U: positieve ULTT in gebied van entrapment, atrofie musculatuur van gehele innervatie, pijn
bij palpatie
H: Er is sprake van een verhoogde neuromechanosensiviteit.
D: aantonen verhoogde neuralemechanosensiviteit
M: ULTT A
U: provocatie herkenbare klachten
H: de armpijn is afkomstig van een lokale stoornis in de arm
D: aantonen dat de pijn afkomstig is van een lokale stoornis in de ..
, M: provocatietesten (sneltesten) schouder/elleboog/pols
U: herkenbare pijnprovocatie
H: Er is sprake van hoofdpijn (TTH. cervicogeen, migraine, cluster, medicatie overgebruiks).
D: aantonen hoofdpijn
M: anamnestische kenmerken
Opmerkingen: bij migraine en TTH lifestylefactoren doorvragen en medicatiegebruik, advies
geven over hoofdpijn dagboek bijhouden.
1. Er is sprake van dominante psychosociale herstel belemmerende factoren
o Ik wil aantonen/ uitsluiten dat er psychosocialefactoren dominante herstel
belemmerende factoren zijn
o Aanvullende anamnestische vragen
o Klachten die gerelateerd zijn aan: bewegings angst, depressie, catastroferen
Indien 1 positief
2. Er is sprake van dominante psychosociale herstel belemmerende factoren
o Ik wil aantonen dat er sprake is van psychosociale herstel belemmerende factoren
o Bewegings angst: Tampa, Depressie angst: 4DKL/ Hats, slechte gezondheidsperceptie
of gezondheids gerelateerde kwaliteit van leven: SF36
o Dominante herstel belemmerende factoren