Hoorcollege 1 – inleiding tot de strafvordering
Indeling van het college
- Aard en doel strafvordering
- Inleiding EVRM
Vind (en leer) z.s.m. structuur
- Inleiding - vooronderzoek
- karakter van strafprocesrecht - dwangmiddelen
- kennismaking EVRM fruitbedrijf de Groot – verdachte werd
- (strafprocessuele model) in een busje getrokken en daar min of
meer onder druk gezet om te verklaren
– dit kwam ik tegen op Ad, is dit wel
geoorloofd?
- voorarrest
- toegang tot de rechter - dagvaarding/tenlastelegging
- OM en vervolging - onderzoek ter terechtzitting
- verdachte en raadsman - bewijs
- slachtoffer - sanctionering van onregelmatigheden
- vonnis
Doelen strafvordering
- Hoofddoel: verzekeren juiste toepassing materieel Sr
Diefstal, moord
- Tweeledig: bestraffing schuldige, voorkómen bestraffing onschuldige
Laatste doelstelling weegt zwaar. Vgl. art. 338 Sv
Welke twijfel is aanvaardbaar?
Stel: drie gemaskerde overvallers, gooien een tas onder een auto met een druppel bloed. Heb je
voldoende aan die ene druppel bloed?
Stel: overvaller met een groene jas. Op plaats delict wordt een sigaret gevonden. De eigenaar van
die sigaret wordt opgespoord en bij hem thuis ligt een groene jas. Voldoende?
Waarborgen bij zware en lichte delicten verschillen
Nevendoelen
1. Eerbiediging rechten en vrijheden verdachte
bv zwijgrecht, cautie (art. 29 Sv)
bv limitering voorarrest – ‘heel belangrijk thema, komt in de werkgroep aan bod’
2. Eerbiediging rechten en vrijheden anderen
bv beperking getuigplichten
bv slachtoffer als benadeelde partij
3. Procedurele rechtvaardigheid
bv recht op laatste woord
bv spreekrecht slachtoffer
Is vrijwel ongelimiteerd, slachtoffer mag spreken over het bewijs, de volgens hem op te leggen
straf, etc.
4. Demonstratiefunctie
, Vaststelling schuld
Bestraffing schuldige “is deze persoon schuldig?”
- materiële waarheid centraal – ‘wat werkelijk zo is’
- omvang onderzoek eventueel afhankelijk van procesopstelling
- illustraties oriëntatie op materiele waarheid:
actieve rol rechter;
magistratelijke rol OM;
Bijvoorbeeld bij klachtdelicten. Als dan een klacht ontbreekt dient het OM te verzoeken om zich
niet-ontvankelijk (volgens mij) te laten verklaren
regeling rechtsmiddelen
Hoger beroep, cassatie – het hebben van deze rechtsmiddelen is een uiting van het ‘belang
hechten’ aan de materiele waarheid
Actieve rol rechter
- Bijvoorbeeld bij verhoren:
Artt. 286/1; 286/4; 292/1; 292/2; 315/1
- Actieve rechter past in inquisitoir strafproces
VK en VS: (veel meer) ‘accusatoir’
Overigens: mat. waarheid daar natuurlijk niet irrelevant
- ‘wij’ wel meer contradictoir geworden door EHRM
Magistratelijke rol OM
= betekent dat het OM moet handelen alsof het zelf rechter is: onbevooroordeeld en met
inachtneming van de belangen van slachtoffers, samenleving én verdachte
- OM komt uit een inquisitoir stelsel
oorspronkelijk verlengstuk rechters
nu anders: leider opsporing;
belast met OM-afdoening; dominus litis
- Taakopvatting nog altijd magistratelijk
OM beslissen o.g.v. materiele waarheid nastreven oog voor gerechtvaardigde belangen
verdachte
Vb: regeling kennisneming processtukken (art. 30 e.v. Sv)
Rechtsmiddelen
- Hoger beroep
Nieuwe behandeling; van groot belang in verband met materiele waarheid
Het is echt een nieuwe behandeling. Kijkt niet naar een stukje van het proces, maar het is ten volle
opnieuw wat de rechter in eerste aanleg ook moet doen.
- Cassatie
In beginsel 79 RO, maar nu ook belang centraal (80a RO) en daarmee materiële waarheid
- herziening ten voordele
art. 457 Sv – Dronken broer
- herziening ten nadele
art. 482a Sv
Eigenlijk een soort uitzondering op het ne bis in idem.
Herziening: ‘Dronken broer’ (NJ 1996/23)
- Doorrijden na ongeval en alcomobilisme.
,- AG Van Dorst: uit de verklaringen van aanvrager, diens broer Michel en O. Ph. blijkt dat deze
misdrijven niet zijn begaan door aanvrager maar door diens broer. Voorts blijkt daaruit dat de drie
hebben afgesproken dat aanvrager de rol van bestuurder op zich zou nemen omdat zijn broer geen
rijbewijs had.
- HR: Dit levert het ernstig vermoeden op …
Inleiding EVRM
- Ozturk vs. Duitsland
O. botste tegen geparkeerde auto. Boete van 60 DM O. stelde verzet in. Werd gehoord in bijzijn
tolk; trok daarna verzet in
Verdachte moet kosten tolk bij openbare behandeling betalen. Verenigbaar met art. 6 EVRM?
Ozturk dient klacht in tegen Duitsland
Verweer Duitsland: art. 6/3/e nvt: geen criminal charge. Dit was Ordnungswidrigkeit. Vgl. in
Nederland; bestuurlijke boete WAHV
- EHRM par. 49:
Staten mogen onderscheid maken tussen soorten strafbare feiten. Maar als lidstaten door een feit
anders te benoemen toepassing van art. 6 EVRM konden uitsluiten zou dat tot resultaten leiden
die onverenigbaar zijn met object and purpose van het verdrag
- Par. 50: criminal charge:
1. behoort feit nationaal tot strafrecht?
2. wat is het karakter van de overtreding?
3. aard en zwaarte straf?
Par. 53: criterium 2 hier doorslaggevend
Consequenties arresten zoals Ozturk vs. Duitsland
- Wetgever
Kan dus niet door vormgeving regels aan EHRM ontsnappen; vgl. voor ons de WAHV,
bestuurlijke boete en strafbeschikking
- (OM en) rechter
Rechtspraak EHRM eigen kader
Bij toepassing NL-Sv steeds rekening mee houden
Positieve verplichtingen
- EVRM bevat uitdrukkelijke negatieve (en positieve) verplichtingen
- Relatief nieuw leerstuk = impliciete POSITIEVE VERPLICHTINGEN
bijv. m.b.t. zedenzaken
Materieel Sr : reikwijdte ‘verkrachting’
Formeel Sr : nader onderzoek nodig?
Hoorcollege 2 – voorbereidend onderzoek (c.a.)
Indeling van het college
- Structuur: waar zijn we?
- Vooronderzoek & opsporing:
Legaliteit
Taakstelling en bevoegdheid
Begrippen en afbakening
, Structuur : waar zijn we?
- Inleiding - Vooronderzoek
- karakter van strafprocesrecht Inleiding
- kennismaking EVRM Opsporing: taken en
- (strafprocessuele model) verantwoordelijkheden
Afbakening opsporingstaak
(opsporingsbegrip)
Normering opsporingstaak
Rol rechter-commissaris
- Dwangmiddelen
Algemeen
Aanhouden en staande houden
- voorarrest
- toegang tot de rechter - dagvaarding/tenlastelegging
- OM en vervolging - onderzoek ter terechtzitting
- verdachte en raadsman - bewijs
- slachtoffer - sanctionering van onregelmatigheden
- vonnis
Legaliteit en overheidsoptreden
Legaliteit
- Art. 1 Sv – nodig? strikt genomen niet, omdat het al in de Gw en EVRM staat, ‘maar een
herhaling kan natuurlijk geen kwaad’
- Gw en EVRM – (alg.) publiekrecht normeert al
- Stellingen:
“Wat de burger mag, mag de politie ook”
Wat de burger mag, mag de politie niet zonder meer. Moet zijn terug te leiden tot een wet in
formele zin. Logisch, want kan heftige gevolgen hebben als een jarenlange gevangenisstraf. Het is
dus belangrijk dat daar waarborgen voor zijn.
“Elke opsporing behoeft grondslag in w.f.z.”
Beginselen o.a.
- Doelbinding (verbod détournement de pouvoir)
- Proportionaliteit & subsidiariteit
Taakstelling en bevoegdheid
Sv
- 141 Sv ‘gewone’ opsporingsambtenaren
Ongelimiteerd qua strafwetgeving
- 142 Sv buitengewone o.a.’s (boa’s)
- 127 Sv : oa’s = alle personen met opsp. belast
Art. 3 Politiewet 2012:
- De politie heeft tot taak in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag en in overeenstemming met
de geldende rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het
verlenen van hulp aan hen die deze behoeven.
Art. 11 Politiewet 2012:
, 1. Indien de politie in een gemeente optreedt ter handhaving van de openbare orde en ter
uitvoering van de hulpverleningstaak, staat zij onder gezag van de burgemeester.
Art. 12 Politiewet 2012:
2. Indien de politie optreedt ter strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, dan wel taken
verricht ten dienste van de justitie, staat zij, tenzij in enige wet anders is bepaald, onder gezag
van de officier van justitie.
Ook: 148 Sv
Indringendheid en beslisser
- Algemene systematiek WvSv:
Opsporingsambtenaar Officier van justitie Rechter (RC;RB)
Taakstelling ook bevoegdheid?
- Ja in beginsel wel, maar denk aan legaliteit
Dus : indringendheid ↑ → noodzaak specificatie ↑
Vgl. EVRM: alleen ‘in accordance with the law’ als law ‘particularly precise’ is
- Betekent: 141/142 en 3 Polw lang niet altijd genoeg
- Bevoegdheden maar ten dele expliciet geregeld, dus belangrijke kwestie
Hoe ver gaat de bevoegdheid?
- Zwolsman-arrest (NJ 1996/249)
Ook bij een beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer is (thans) art. 3 Polw daarvoor
toereikende wettelijke grondslag
= bijzonder
In casu vuilnissnuffel
Hoe ver gaat de bevoegdheid?
- Warmtebeeldkijker (NJ 2009/225)
De opvatting dat elk gebruik van een warmtebeeldkijker waarbij (van buiten) de zich in de woning
van een verdachte bevindende warmtebron wordt gemeten — en waardoor i.c. het vermoeden van
de aanwezigheid van een hennepplantage in de woning van de verdachte werd bevestigd — zo’n
inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte, dat [art. 3 Politiewet] daarvoor
geen grondslag kan bieden, is onjuist.
Dan weten we nog niet waar de grens ligt, maar we weten wel dat als opsporingsambtenaren de
proportionaliteit en subsidiariteit goed in acht nemen en je gaat niet 24 uur per dag naar iemands
woning kijken met die warmtebeeldkijker (want dan krijg je een heel goed beeld van iemands
privéleven, daardoor al snel inbreuk).
Dus: mag op zich wel op art. 3 Politiewet worden gegrond, mits je binnen de grenzen blijft. Die
grenzen worden momenteel verkend.
Hoe ver gaat de bevoegdheid?
- Pseudoverkoop (HR 2011:BP0070; NJ 2012/159)
HR: aan WvSv ligt de gedachte ten grondslag dat opsporingsmethoden die zeer risicovol zijn voor
de integriteit en beheersbaarheid van de opsporing, dan wel die een inbreuk maken op
grondrechten en vrijheden van burgers een voldoende specifieke wettelijke basis behoeven in de
wet.
, HR : … Gelet hierop moet voor een niet specifiek in de wet geregelde wijze van opsporing als in
deze zaak aan de orde, worden aangenomen dat de opsporingsautoriteiten alleen bevoegd zijn haar
in te zetten indien zij:
1. Geen disproportionele inbreuk (hoe groter de belangen van de feiten die je onderzoekt, hoe
groter de inbreuk de inbreuk zou mogen zijn – dit is een onzekerheid, nog lang niet
uitgekristalliseerd) maakt op grondrechten van burgers en
2. De levering van goederen niet zeer risicovol is voor de integriteit en beheersbaarheid van de
opsporing (= nieuw)
Hoe ver gaat de bevoegdheid?
- Misleiding (HR:2018:18)
Politie meldde verdachte en medeverd. dat naast de werkelijk weggenomen buit ook een fictieve
buit is weggenomen met als doel een gesprek tussen beide verdachten over de overval op gang te
brengen.
HR: vlgs Hof niet meer dan een beperkte inbreuk en niet zeer risicovol is geweest voor etc. (…)
dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting & is niet onbegrijpelijk – je ziet
hier die dubbele toets uit Pseudoverkoop
N.B. heel casuïstisch!
Het wordt anders wanneer het wel heel indringend wordt – denk aan de Mr. Big-methode. Die
staat zwaar ter discussie, omdat daar een fictieve organisatie wordt opgezet. Dan wordt daarna
geprobeerd om een bepaalde persoon in die criminele organisatie te krijgen. Er wordt dus een hele
fictieve wereld opgezet. Wordt de druk op een persoon dan niet te groot? Ben je dan geen
specifieke bepaling nodig? Maar zelfs als je hier een bepaling voor zou hebben, zou dit een
ontzettend vergaand middel zijn
Overschrijding bevoegdheid
- In veel contexten van belang (n.b. dus: context kan verschillen)
- Bijv. 180 Sr
Hij die zich met geweld of bedreiging met geweld verzet tegen een ambtenaar werkzaam in de
rechtmatige uitoefening van zijn bediening, of tegen personen die hem daarbij krachtens
wettelijke verplichting of op zijn verzoek bijstand verlenen, wordt als schuldig aan
wederspannigheid gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde
categorie.
Als blijkt dat er geen wettelijke grondslag is, is er ook geen sprake van een rechtmatige
uitoefening. In de werkgroep ga je nog bezig met de verdenking. Als de grondslag van een
verdenking helemaal niet klopt, maar men ging wel over tot arrestatie. Dan is de
opsporingsambtenaar ook niet in rechtmatige uitoefening
Overschrijding bevoegdheid
- Bijv. 447e Sr
Hij die niet voldoet aan de verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden (…), hem
opgelegd krachtens (…), wordt gestraft met geldboete van de tweede categorie.
bevoegdheid tot vorderen?
Er moet dus wel een reden zijn om identificatiebewijs te vorderen.
Overschrijding bevoegdheid
- Bijv. 359a Sv (!) (sanctionering vormverzuimen, zie boek H15)