Hoofdstuk 1 - Basisvaardigheden
1e graads vergelijkingen
Een vergelijking met 1 onbekende
Voorbeeld
7x = 3x + 36
4x = 36
x=9
Gemiddelden
- Gewogen gemiddelde → sommige cijfers tellen zwaarder mee (bijv. so’s en rep)
- Ongewogen gemiddelde → alles telt even zwaar
Indexcijfers
Een indexcijfer is een verhoudingsgetal → laat de verhouding zien tussen twee periodes.
Stel: “Het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie is 103” → het leven is 3% duurder
geworden.
Voorbeeld: broodje van de maand
Jaar Prijs Indexcijfer
2015 1,40 100
2016 1,50 107,1
2017 1,65 117,9
2018 1,75 125
Het basisjaar is je uitgangspunt → waarmee je de rest gaat vergelijken (Indexcijfer = 100)
𝑃 𝑛𝑖𝑒𝑢𝑤
𝑃𝑜𝑢𝑑
x 100%
Vreemde valuta
Vreemde valuta is buitenlands geld. Je koopt vreemde valuta bij de bank.
★ De wisselkoers is de ruilverhouding.
★ Aankoopkoers / verkoopkoers → vreemde valuta die je krijgt / moet betalen voor
€1.
★ Een bank wil aan jou verdienen!
, Hoofdstuk 2 - Bedrijfseconomie
Er is een constante wisselwerking tussen mensen en bedrijven. Bedrijfseconomie gaat over
individuele ondernemingen waar we dagelijks mee te maken hebben:
★ Je koopt.
★ Je werkt.
★ Je bankiert.
★ Er moet evenwicht zijn tussen je ontvangsten en je uitgaven.
★ Je moeten taken verdelen.
Organisatie
Onderneming / organisatie: mensen werken soms samen om hun doel te bereiken.
★ Profitorganisaties zijn commercieel. Hun doel is winst maken.
★ Not for profit organisaties zijn niet commercieel. Zij hebben een ideëel doel, het
gaat om welzijn.
Het management is de leiding van een organisatie. De taken zijn:
1) Vaststellen van doelen:
a) Strategisch: 5 tot 10 jaar → topmanagement
b) Tactisch: 2 tot 5 jaar → middenmanagement
c) Operationeel: 1 tot 2 jaar → lager management
2) Plannen
3) Organiseren (zorg voor goede samenhang mens en spullen)
4) Leidinggeven
5) Controleren
Communicatie
Communicatie is het uitwisselen van gegevens tussen een zender en een ontvanger. Het
doorlopen van informatie tussen verschillende groepen heet een informatiestroom.
Gegevens worden informatie op het moment dat ze voor jou relevant zijn
Informatie heeft 3 eisen:
1) Informatie moet betrouwbaar zijn.
2) Informatie moet relevant zijn.
3) Informatie moet optijd zijn.
We onderscheiden 3 verschillende soorten informatie:
1) Beslissingsinformatie
2) Verantwoordingsinformatie
3) Feedback informatie
, Hoofdstuk 3 - Balans, resultatenrekening & liquiditeit
Elke onderneming moet van de overheid maken:
1) Balans
2) Verlies- en winstrekening / resultatenrekening
Balans
★ Debet, links → Waar is het geld naartoe gegaan?
★ Credit, rechts → Hoe is de onderneming aan haar geld gekomen?
Debet Naam Credit
1) Vaste activa 1) Eigen vermogen
2) Vlottende activa 2) Lang vreemd vermogen
3) Liquide middelen + 3) Kort vreemd vermogen +
Totale activa Totaal vermogen / totale passiva
Links en rechts moet in evenwicht zijn!
In een onderneming heb je continu te maken met financiële feiten. De balans verandert
steeds (balansmutaties).
Toelichting onderdelen balans
★ Hypothecaire lening: gebouw / huis
○ Je geeft het huis in onderpand → de bank kan je huis innemen.
○ Lang vreemd vermogen
★ Inventaris: inrichting van je gebouw en winkel.
○ Vlottende activa
★ Crediteuren: mensen die jij nog moet betalen, omdat je spullen van ze hebt gekocht
op rekening.
○ K.V.V
★ Debiteuren:
○ Mensen van wie jij nog geld krijgt, omdat ze op rekening van jou spullen
hebben gekocht.
○ Vlottende activa
, Winst- en verliesrekening of resultatenrekening
Het doel: is er winst gemaakt?
Paginavorm
Omzet (= opbrengst) …
Inkoopwaarde van de omzet …
____________ -
verkoopres
kosten:
-
-
-
____________ +
…
_____________-
Scrontovorm
Debet Resultatenrekening
Credit
Inkoopwaarde van de omzet Omzet
Kosten
1e graads vergelijkingen
Een vergelijking met 1 onbekende
Voorbeeld
7x = 3x + 36
4x = 36
x=9
Gemiddelden
- Gewogen gemiddelde → sommige cijfers tellen zwaarder mee (bijv. so’s en rep)
- Ongewogen gemiddelde → alles telt even zwaar
Indexcijfers
Een indexcijfer is een verhoudingsgetal → laat de verhouding zien tussen twee periodes.
Stel: “Het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie is 103” → het leven is 3% duurder
geworden.
Voorbeeld: broodje van de maand
Jaar Prijs Indexcijfer
2015 1,40 100
2016 1,50 107,1
2017 1,65 117,9
2018 1,75 125
Het basisjaar is je uitgangspunt → waarmee je de rest gaat vergelijken (Indexcijfer = 100)
𝑃 𝑛𝑖𝑒𝑢𝑤
𝑃𝑜𝑢𝑑
x 100%
Vreemde valuta
Vreemde valuta is buitenlands geld. Je koopt vreemde valuta bij de bank.
★ De wisselkoers is de ruilverhouding.
★ Aankoopkoers / verkoopkoers → vreemde valuta die je krijgt / moet betalen voor
€1.
★ Een bank wil aan jou verdienen!
, Hoofdstuk 2 - Bedrijfseconomie
Er is een constante wisselwerking tussen mensen en bedrijven. Bedrijfseconomie gaat over
individuele ondernemingen waar we dagelijks mee te maken hebben:
★ Je koopt.
★ Je werkt.
★ Je bankiert.
★ Er moet evenwicht zijn tussen je ontvangsten en je uitgaven.
★ Je moeten taken verdelen.
Organisatie
Onderneming / organisatie: mensen werken soms samen om hun doel te bereiken.
★ Profitorganisaties zijn commercieel. Hun doel is winst maken.
★ Not for profit organisaties zijn niet commercieel. Zij hebben een ideëel doel, het
gaat om welzijn.
Het management is de leiding van een organisatie. De taken zijn:
1) Vaststellen van doelen:
a) Strategisch: 5 tot 10 jaar → topmanagement
b) Tactisch: 2 tot 5 jaar → middenmanagement
c) Operationeel: 1 tot 2 jaar → lager management
2) Plannen
3) Organiseren (zorg voor goede samenhang mens en spullen)
4) Leidinggeven
5) Controleren
Communicatie
Communicatie is het uitwisselen van gegevens tussen een zender en een ontvanger. Het
doorlopen van informatie tussen verschillende groepen heet een informatiestroom.
Gegevens worden informatie op het moment dat ze voor jou relevant zijn
Informatie heeft 3 eisen:
1) Informatie moet betrouwbaar zijn.
2) Informatie moet relevant zijn.
3) Informatie moet optijd zijn.
We onderscheiden 3 verschillende soorten informatie:
1) Beslissingsinformatie
2) Verantwoordingsinformatie
3) Feedback informatie
, Hoofdstuk 3 - Balans, resultatenrekening & liquiditeit
Elke onderneming moet van de overheid maken:
1) Balans
2) Verlies- en winstrekening / resultatenrekening
Balans
★ Debet, links → Waar is het geld naartoe gegaan?
★ Credit, rechts → Hoe is de onderneming aan haar geld gekomen?
Debet Naam Credit
1) Vaste activa 1) Eigen vermogen
2) Vlottende activa 2) Lang vreemd vermogen
3) Liquide middelen + 3) Kort vreemd vermogen +
Totale activa Totaal vermogen / totale passiva
Links en rechts moet in evenwicht zijn!
In een onderneming heb je continu te maken met financiële feiten. De balans verandert
steeds (balansmutaties).
Toelichting onderdelen balans
★ Hypothecaire lening: gebouw / huis
○ Je geeft het huis in onderpand → de bank kan je huis innemen.
○ Lang vreemd vermogen
★ Inventaris: inrichting van je gebouw en winkel.
○ Vlottende activa
★ Crediteuren: mensen die jij nog moet betalen, omdat je spullen van ze hebt gekocht
op rekening.
○ K.V.V
★ Debiteuren:
○ Mensen van wie jij nog geld krijgt, omdat ze op rekening van jou spullen
hebben gekocht.
○ Vlottende activa
, Winst- en verliesrekening of resultatenrekening
Het doel: is er winst gemaakt?
Paginavorm
Omzet (= opbrengst) …
Inkoopwaarde van de omzet …
____________ -
verkoopres
kosten:
-
-
-
____________ +
…
_____________-
Scrontovorm
Debet Resultatenrekening
Credit
Inkoopwaarde van de omzet Omzet
Kosten