Hoofdstuk 10 Motivatie en emotie – Dr. Van der Veek
Geen tentamenstof: p. 337-338 en p. 359-361
Ook niet biologische termen kennen
Wat drijft ons gedrag? Biologie, maar fysiologische stand van zijn zorgt ook voor
behoeftes en gevoelens, wat weer invloed heeft op ons gedrag, gedachten
- Biologie
- Emoties
- Gedachten
- De wereld om je heen
Theorieën motivatie:
o Instinct doctrine (biologisch/fysiologisch): mensen worden gedreven door
instinct
Instinct = Automatisch, onwillekeurig, niet aangeleerd gedrag wat
wordt uitgelokt door bepaalde situaties
Gedrag dat onze overlevingskansen bevordert
Vreemd voedsel
Angst voor bv. spinnen
Hoogtes
Gewoontes: aangeleerd gedrag (volwassenen)
Worden getriggered door bepaalde situaties: geconditioneerd
gedrag
Geen link met overlevingskansen
o Drive reduction theorie:
Lijf ervaart verstoorde homeostase/equilibrium ontstaat
biologische need psychologische drive gedrag dat need vervult
en drive vermindert hemeostase/equilibrium is hersteld
Zie figuur 10.1
o Needs
Fysieke needs = primary drives
Andere needs = secondary drives (vaak aangeleerd, kan ook
verslavend zijn)
o Homeostase fysiek maar ook cognities (gedachten/percepties) en hun
gedrag
Cognitive dissonance theorie: als er dissonantie is tussen
gedachten en gedrag probeert men dat op te lossen, maar
mensen passen liever hun opvattingen aan dan hun gedrag
(goedpraten)
o Arousal theory: ons gedrag wordt gemotiveerd door de behoefte om een
optimaal niveau van arousal te ervaren
o Arousal = hoe actief je lijf is (hartslag, spierspanning, bloeddruk)
o Optimale arousal?
Grote variatie in optimale hoeveelheid arousal
Hangt sterk samen met persoonlijkheid/temperament
o Incentive theory (operant conditioneren): externe ipv fysieke factoren
motiveren ons gedrag, emoties en omgeving, verwachte
gevolgen/resultaat en hoe belangrijk we die vinden beïnvloedt ons gedrag:
, o Positive incentives: positieve gevolgen van gedrag
Teveel complimentjes zorg voor narcisme?
o Negative incentives: negatieve gevolgen van gedrag
In- en extrinsieke motivatie
Intrinsiek Extrinsie
Iets doen omdat je het leuk vindt/je Iets doen voor een externe
er goed door voelt/voldaan gevoel beloning, bv geld, cijfer, verzoek
van een ander
Beloning komt vanuit jezelf: Externe beloning: tastbaar of
positieve emoties over je prestatie waardering van een ander
Iets doen omdat je het wilt Iets doen omdat je het moet
o Cognitieve theorieën
o Nieuwere theorieën veel nadruk op allerlei cognities
o Bijvoorbeeld:
Hoe risicovol denk je dat jouw gedrag is?
Verwacht je dat je het gedrag goed kunt uitvoeren?
Wat voor beren zie je op de weg?
o Maslow’s hierarchy of needs: pas als behoeften op lagere niveaus vervuld,
zal je gemotiveerd zijn tot gedrag op hogere niveaus
Zie slide 21
Alderfer (1969): beïnvloeden elkaar wel, maar niet in hiërarchische
volgorde:
o Existence (fysiologisch Maslow): voedsel, water
o Relatedness (love/beloning Maslow): relaties, gehechtheid
o Growth (self-act Maslow): vaardigheden ontwikkelen
Overgewicht: teveel eten, te weinig bewegen
o Soms veroorzaakt door genetische belasting
o Brein reageert traag op/is ongevoelig voor hormoon dat signaleert
dat het lijf verzadigd is
o Aangeboren gevoeliger voor fysieke beloning die eten geeft
o Manier om met problemen om te gaan
o Emotional eating
o Aangeleerd gevoeliger voor fysieke beloning die eten geeft
o Evolutionaire psychologie (gerelateerd aan instinct theorie): eerder altijd
schaarste aan voedsel vetopslag creëren
o Behandelmogelijkheden
o Streng diëten averechts
o Medische middelen om vet sneller te verbranden/eetlust te
onderdrukken
o Maagverkleining
o Geleidelijke veranderingen in leefstijl die vol te houden zijn
Gezonder dieet, kleinere porties
Sporten, zodat verbranding hoog blijft
o Preventie vanaf jonge leeftijd
Kenmerken emoties:
o Vier basisemoties: boos, bang, verdrietig, blij
, o Emoties zijn positief, negatief of gemengd
o Gemengde emoties lastig voor jonge kinderen
o Kortdurend met duidelijk begin en einde (langer durend: stemming)
o Verschillen in intensiteit
o Controle over intensiteit, geen controle over of je wel/niet emotie ervaart
o Kunnen motiveren tot actie
Oorzaken emoties:
o Omgeving
o Biologie (hormonen)
o Fysiologische behoefte
o Gedachten
Gedachten emoties
o Negatieve spiraal depressie
o “Ik kan niets”
o “Het kan nooit meer goedkomen”
o Selectieve aandacht
Objectieve kenmerken:
o Hoe je emoties uit (gezicht/houding)
o Sommige wereldwijd, andere cultuurgebonden (emotiecultuur)
o Wat emoties doen met je lijf
o Hartslag
o Transpireren
o Bloeddruk
Vier theorieën:
o James-Lange peripheral theory
o Je lijf reageert “automatisch” met fysiologische reacties op je
omgeving
o Je brein interpreteert al die fysiologische activiteit als een emotie
(elke emotie unieke combi activiteit)
o Dus: je bent bang omdat je verstijft/zweet/hartkloppingen
o Zonder de fysiologische kenmerken ervaar je geen emotie
Bewijs:
o Bepaalde emoties gepaard met unieke fysiologie
o Beter bewust van lichamelijke activiteit meer intense
emoties
o Botox minder begrip van emoties
Toepassingen:
o Liegen = angst
o Angst = combi van meetbare fysiologische activiteit
o Cannon-Bard central theory: je brein reageert op omgeving tegelijkertijd
met fysiologische reacties en emotionele ervaring twee verschillende
dingen die tegelijkertijd gebeuren
o Cognitieve theorieën
a) Schachter-Singer theory: James Lange heeft gelijk, maar emotie wordt
bepaald door: