reader)
Periode 4, leerjaar 2
Dit zijn een soort testvragen van stof uit het boek en uit de reader. De antwoorden
zijn allemaal terug te vinden in het boek, de reader en samenvattingen. Onderaan
het bestand staan ze ook (deels) gegeven.
Vragen boek:
Hoofdstuk 3:
1. Wat is het verschil tussen kernkwaliteiten en competenties?
2. Noem twee competenties die volgens het boek geleden voor alle beroepen in de
sociaal agogische sector.
3. De kern van de transactie tussen klant en dienstverlener is een … proces. Een
consequentie hiervan is dat ….
Vul in wat er op de puntjes moet staan.
4. Als het gaat om het meten van individuele kwaliteit, kun je het best spreken van:
a. Evalueren
b. Tellen
c. Inpassen
d. Aanleren
5. Wat gebeurt er bij intercollegiale toetsing?
6. Wat is er nodig om de 360graden feedback methode goed toe te passen?
7. Leercyclus van Kolb Welke stap in de cyclus sluit het best aan bij ‘weten’?
8. Wanneer spreek je van ‘een routine’?
9. Wat is het verschil tussen mentoring en coaching?
10. Act leren en ontwikkelen. Hoe worden medewerkers gestimuleerd om te leren en
zich te ontwikkelen volgens het boek?
Hoofstuk 4:
1. Waarop hebben de objectieve randvoorwaarden van een team betrekking?
2. Noem twee succesfactoren van een team.
3. Valkuilen van teams zijn bijvoorbeeld dat leden met alle voorstellen instemmen en dat
er besluiten worden genomen die het individu zelf nooit zou nemen. Welke twee
begrippen kunnen hieraan gekoppeld worden?
4. Wat is een van de situationele factoren waar een teamleider rekening mee moet
houden?
5. Een team heeft veel sturing, maar weinig ondersteuning nodig. Welke
leiderschapsstijl past hier het best bij?
6. Wat zijn belangrijke instrumenten bij teamleren?