1.1 De klinische cyclus
Diagnostiek heeft pas zin als het in een breder kader wordt geplaats: in het hele proces van een
probleem afkomen. En dat geheel wordt de klinische cyclus genoemd. Diagnostiek is het voortraject
binnen de cyclus. De klinische cyclus is een vertaling van de regulatieve cyclus van Van Strien. Hij
bestaat uit de volgende stappen: Aanmelding, diagnostiek, advies, behandeling en evaluatie.
De klinische cyclus vangt aan op het
moment dat cliënten zichzelf aanmelden of
worden aangemeld. Na de aanmelding moet
er eerst heel precies uitgezocht worden wat
er aan de hand is, waarom de klachten niet
vanzelf over zijn gegaan en wat er eventueel
aan gedaan kan worden. Dit is het
diagnostisch proces. Pas als helder is wat,
waarom en hoe, kan aan de cliënten een
advies worden gegeven.
De therapeutische cyclus refereert naar het
behandelproces en alles daaromheen : de behandeling zelf, tussentijdse evaluatie, bijsturen,
eindevaluatie, enzovoort. Wat bij de evaluatie belangrijk is, is hoe te bepalen wat voor vooruitgang
er is geboekt. Het is bijna onmogelijk om antwoord te geven op deze vraag tenzij de startpositie
bekend is door middel van een nulmeting. Door dezelfde meting te herhalen na de behandeling
kunnen ze met elkaar worden vergeleken. Pas als het verschil een klinisch significante verbetering
betreft, kan de behandeling als succesvol worden gezien.
Verzekeraars verwachten dat instellingen en vrijgevestigde behandelaars meedoen aan wat Routine
Outcome Monitoring (ROM) wordt genoemd, dit betreft het meten van een effectiviteitsscore bij alle
behandelingen. Op dit moment is dit verplicht voor behandelaars die in de gespecialiseerde GGZ
werken, maar andere behandelaars mogen zich vrijwillig aansluiten via de Stichting Benchmark GGZ.
1.2 Het diagnostisch proces in vogelvlucht
Het diagnostisch proces wordt vaak de
diagnostische cyclus (of proces)
genoemd. Het verrichten van
diagnostiek heeft echter een duidelijk
beginpunt (de aanmelding) en een
duidelijk eindpunt (het adviesgesprek).
1