100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten
logo-home
Samenvatting HBO Taaltoets €3,49
In winkelwagen

Samenvatting

Samenvatting HBO Taaltoets

48 beoordelingen
 230 keer verkocht

Samenvatting Nederlandse taal voor de taaltoets op het HBO

Voorbeeld 4 van de 31  pagina's

  • Onbekend
  • 3 november 2017
  • 31
  • 2017/2018
  • Samenvatting
book image

Titel boek:

Auteur(s):

  • Uitgave:
  • ISBN:
  • Druk:
Alles voor dit studieboek (2)
Alle documenten voor dit vak (1)

48  beoordelingen

review-writer-avatar

Door: quintydusee13 • 1 week geleden

review-writer-avatar

Door: liekevandevoort • 2 jaar geleden

review-writer-avatar

Door: elinekamp • 1 jaar geleden

review-writer-avatar

Door: namehadi • 2 jaar geleden

review-writer-avatar

Door: sukievers • 2 jaar geleden

review-writer-avatar

Door: rowanschoon • 3 jaar geleden

review-writer-avatar

Door: eleynasevin • 3 jaar geleden

Bekijk meer beoordelingen  
avatar-seller
timvandijk2
Inhoud
Spelling werkwoordsvormen................................................................................................................... 3
’t Kofschip........................................................................................................................................ 3
de vormen van het werkwoord......................................................................................................... 3
De spelling van de persoonsvorm in de verleden tijd......................................................................4
De spelling van deelwoorden........................................................................................................... 4
De spelling van het infinitief en Engelse werkwoorden....................................................................5
Spelling algemeen.................................................................................................................................. 6
Hoofdletters..................................................................................................................................... 6
Leestekens...................................................................................................................................... 7
Meervoudsuitgangen....................................................................................................................... 8
Aan elkaar of los.............................................................................................................................. 8
Tekens bij letters (trema, liggend streepje en apostrof)...................................................................9
Diakritische tekens.......................................................................................................................... 9
Getallen Schrijven........................................................................................................................... 9
Zelfstandig gebruikte bijvoeglijke naamwoorden, telwoorden en voornaamwoorden....................10
De trappen van vergelijking........................................................................................................... 10
Klinkers en medeklinkers............................................................................................................... 10
Zinsbouw/stijl........................................................................................................................................ 11
dubbelop........................................................................................................................................ 11
verwijswoorden.............................................................................................................................. 12
overige fouten................................................................................................................................ 13
Uitdrukkingen, spreekwoorden en gezegden........................................................................................ 17
Grammatica: zinsontleding................................................................................................................... 18
Zinsdelen maken........................................................................................................................... 18
Persoonsvorm............................................................................................................................... 18
Gezegde........................................................................................................................................ 19
Onderwerp..................................................................................................................................... 20
Lijdend voorwerp........................................................................................................................... 21
Meewerkend voorwerp.................................................................................................................. 21
Voorzetselvoorwerp....................................................................................................................... 22
Oorzakelijk voorwerp..................................................................................................................... 22
Bijwoordelijke bepaling.................................................................................................................. 23
Bepaling van gesteldheid............................................................................................................... 23
Zinsdeelstukken............................................................................................................................. 24
Samengestelde zinnen.................................................................................................................. 25
Grammatica: woordbenoeming............................................................................................................. 27


1

, Werkwoorden................................................................................................................................ 27
Lidwoorden.................................................................................................................................... 27
Zelfstandige naamwoorden........................................................................................................... 27
Bijvoeglijke naamwoorden............................................................................................................. 28
Telwoorden.................................................................................................................................... 28
Voorzetsels, bijwoorden en voegwoorden.....................................................................................28
Voornaamwoorden........................................................................................................................ 29
Tussenwerpsels............................................................................................................................. 29
Grammatica: overige............................................................................................................................ 30
Gebiedende wijs............................................................................................................................ 30
Aanvoegende wijs......................................................................................................................... 30
Lijdende en bedrijvende vorm........................................................................................................ 30
Verwijswoorden............................................................................................................................. 31




2

, Spelling werkwoordsvormen

’t Kofschip

Als de stam eindigt op één van de medeklinkers uit ‘t fokschaap of ’t kofschip schrijf je stam + te(n).
Anders schrijf je altijd de(n).
Bij zwakke werkwoorden als verven en verbazen verandert de v en z aan het eind van de stam in een
f of een s: ik verf, ik verbaas. In de verleden tijd krijgen ze echter de(n) (ik verfde, ik verbaasde) omdat
in het hele werkwoord een z en een v staan.

de vormen van het werkwoord

We onderscheiden:

1. Persoonsvormen
We noemen werkwoorden persoonsvormen als ze in een zin aangeven:
 tegenwoordige of verleden tijd : hij vraagt, hij vroeg
 enkelvoud of meervoud: ik vraag, wij vragen

2. Deelwoorden
Deelwoorden worden in twee groepen verdeeld:
 Werkwoordsvormen als gefietst, gekocht, gebeurd en verdeeld noemen we voltooide
deelwoorden.
 Lopend, werkend, drinkend en rollend noemen we onvoltooide deelwoorden.

3. Infinitieven
Infinitieven zijn de hele werkwoorden.
Voorbeelden: rijden, betalen, gebeuren, verdelen, stemmen, kiezen vragen etc.

Als je een werkwoord goed wil spellen, zal je eerst moeten vaststellen met wat voor een vorm
je te maken hebt.
Vraag je altijd eerst af met welke vorm je te maken hebt:
 persoonsvorm
 voltooid deelwoord
 onvoltooid deelwoord
 infinitief?

De persoonsvorm in tegenwoordige tijd

De persoonsvorm ziet er in de tegenwoordige tijd zo uit:

(De stam van het werkwoord is de vorm die je krijgt als je het werkwoord in de tegenwoordige tijd
vervoegt met ‘ik’.)
enkelvoud stam ik loop, loop ik? loop jij?

enkelvoud stam + t jij/u loopt, hij/zij/het loopt

meervoud hele werkwoord wij lopen, jullie lopen, zij lopen




3

, De spelling van de persoonsvorm in de verleden tijd

De persoonsvorm in de verleden tijd ziet er als volgt uit:
sterke werkwoorden enkelvoud en klinker in de stam verandert: ik/jij/hij/zij/ het liep, wij/jullie/zij
meervoud liepen

hele stam verandert ik/jij/hij/zij/het ging, wij/jullie/zij gingen

zwakke werkwoorden enkelvoud en
meervoud stam + de(n) ik/jij/hij/zij/het gooide, wij/jullie/zij gooiden

stam + te(n) ik/jij/hij/zij/het stopte, wij/jullie/zij stopten

Als de stam eindigt op een van de medeklinkers uit ’t kofschip of ’t fokschaap schrijf je stam + te(n).
Anders schrijf je altijd de(n).
Opmerking 1:
Bij zwakke werkwoorden als verven en verbazen verandert de v en z aan het eind van de stam in
een f of een s : ik verf , ik verbaas.
In de verleden tijd krijgen ze echter de(n) (ik verfde, ik verbaasde) omdat in het hele werkwoord
een z en een v staan.
Opmerking 2:
Niet alle werkwoorden zijn op bovenstaande manier te vervoegen. Het Nederlands kent een
aantal onregelmatige werkwoorden: hebben, kunnen, mogen, willen, zijn en zullen.


De spelling van deelwoorden

Voltooide deelwoorden
 Voltooide deelwoorden eindigen op -en: gelopen, verdronken, gesneden.
Ze veranderen nooit, ook niet als ze bijvoeglijk worden gebruikt:
de gelopen race, het verdronken schaap, het gesneden brood
Uitzonderingen op deze regel vormen deelwoorden die eindigen op -n.
Als je deze bijvoeglijk gebruikt, moet je zo kort mogelijk schrijven.
(vergaan – vergane, gezien – geziene)
 Eindigen op -d of -t: gered, gewit
Als je ze bijvoeglijk gebruikt, komt er een -e achter.
Je schrijft ze dan:
– zoals je ze hoort: het geredde paard, het gewitte plafon
– zo kort mogelijk: de gehate dictator, de gepote bloembollen

Onvoltooide deelwoorden
 Onvoltooide deelwoorden eindigen op d(e).
Voorbeelden:
zwaaiend(e), lachend(e), fietsend(e), etc.
Ook onvoltooide deelwoorden kunnen bijvoeglijk gebruikt worden.
Voorbeelden:
De hoestende leraar, de lachende agent, het hinnikende paard




4

Dit zijn jouw voordelen als je samenvattingen koopt bij Stuvia:

Bewezen kwaliteit door reviews

Bewezen kwaliteit door reviews

Studenten hebben al meer dan 850.000 samenvattingen beoordeeld. Zo weet jij zeker dat je de beste keuze maakt!

In een paar klikken geregeld

In een paar klikken geregeld

Geen gedoe — betaal gewoon eenmalig met iDeal, creditcard of je Stuvia-tegoed en je bent klaar. Geen abonnement nodig.

Direct to-the-point

Direct to-the-point

Studenten maken samenvattingen voor studenten. Dat betekent: actuele inhoud waar jij écht wat aan hebt. Geen overbodige details!

Veelgestelde vragen

Wat krijg ik als ik dit document koop?

Je krijgt een PDF, die direct beschikbaar is na je aankoop. Het gekochte document is altijd, overal en oneindig toegankelijk via je profiel.

Tevredenheidsgarantie: hoe werkt dat?

Onze tevredenheidsgarantie zorgt ervoor dat je altijd een studiedocument vindt dat goed bij je past. Je vult een formulier in en onze klantenservice regelt de rest.

Van wie koop ik deze samenvatting?

Stuvia is een marktplaats, je koop dit document dus niet van ons, maar van verkoper timvandijk2. Stuvia faciliteert de betaling aan de verkoper.

Zit ik meteen vast aan een abonnement?

Nee, je koopt alleen deze samenvatting voor €3,49. Je zit daarna nergens aan vast.

Is Stuvia te vertrouwen?

4,6 sterren op Google & Trustpilot (+1000 reviews)

Afgelopen 30 dagen zijn er 69052 samenvattingen verkocht

Opgericht in 2010, al 15 jaar dé plek om samenvattingen te kopen

Begin nu gratis
€3,49  230x  verkocht
  • (48)
In winkelwagen
Toegevoegd