Lesdoelen Organisatie en Management – T3
Lesdoel 1: De student kan uitleggen hoe de stappen uit de IVK-handelingscyclus in relatie staan tot de rol
van de IVK’er in een organisatie en daarvan voorbeelden geven.
In het kort stap 1 t/m 3
Wat/waar is het probleem (oorzaak en gevolg) signaleren
Wat zijn mogelijke oplossingsrichtingen/beleidsalternatieven (onderzoeken) analyseren
Hoe gaan we het uitvoeren? ontwerpen
, Lesdoel 2: De student kan uitleggen wat organisatie- en omgevingssensitiviteit betekent en welke
kenmerken en factoren het bewustzijn van de organisatie en omgeving kunnen bepalen.
Organisatie- en omgevingssensitiviteit verwijst naar het vermogen van een individu of een organisatie om
zich bewust te zijn van, en effectief te reageren op, de dynamiek en veranderingen in zowel de interne als
externe omgeving. Het omvat het begrip van hoe de organisatie functioneert binnen een bredere context en
het vermogen om aan te passen aan veranderingen in die context.
Interne factoren
Organisatiestructuur: de manier waarop de organisatie is gestructureerd, bepaalt hoe informatie stroomt en
hoe beslissingen worden genomen.
Bedrijfscultuur: de heersende normen, waarden en overtuigingen binnen de organisatie kunnen de mate
van gevoeligheid voor veranderingen beïnvloeden.
Leiderschap: effectief leiderschap stimuleert een cultuur van aanpassingsvermogen en bewustzijn van de
omgeving.
Externe factoren
Economische omstandigheden: veranderingen in de economie, zoals recessies of groei, kunnen van
invloed zijn op de organisatie en vereisen aangepaste strategieën.
Technologische ontwikkelingen: innovaties kunnen markten transformeren en de manier waarop
organisaties opereren veranderen.
Politieke en juridische omgeving: veranderingen in wet- en regelgeving of politieke klimaten kunnen
aanzienlijke invloed hebben op bedrijfsactiviteiten.
Maatschappelijke en culturele factoren
Demografie: veranderingen in bevolkingsstructuren kunnen de vraag naar producten en diensten
beïnvloeden.
Maatschappelijke trends: bewustzijn van maatschappelijke trends en normen helpt organisaties om zich
aan te passen aan veranderende verwachtingen van consumenten.
Competitieve omgeving
Marktanalyse: begrip van de concurrentie en marktdynamiek is essentieel om concurrentievoordeel te
behouden.
Klantenfeedback: luisteren naar klanten en begrijpen van hun behoeften helpt organisaties om relevante en
aantrekkelijke producten en diensten te leveren.
Leer- en aanpassingsvermogen
Continue educatie: organisaties en individuen die bereid zijn te leren en zich aan te passen, zijn beter in
staat om omgevingsveranderingen te omarmen.
Innovatiecultuur: een cultuur die innovatie bevordert, moedigt experimenteren en aanpassing aan.
Lesdoel 1: De student kan uitleggen hoe de stappen uit de IVK-handelingscyclus in relatie staan tot de rol
van de IVK’er in een organisatie en daarvan voorbeelden geven.
In het kort stap 1 t/m 3
Wat/waar is het probleem (oorzaak en gevolg) signaleren
Wat zijn mogelijke oplossingsrichtingen/beleidsalternatieven (onderzoeken) analyseren
Hoe gaan we het uitvoeren? ontwerpen
, Lesdoel 2: De student kan uitleggen wat organisatie- en omgevingssensitiviteit betekent en welke
kenmerken en factoren het bewustzijn van de organisatie en omgeving kunnen bepalen.
Organisatie- en omgevingssensitiviteit verwijst naar het vermogen van een individu of een organisatie om
zich bewust te zijn van, en effectief te reageren op, de dynamiek en veranderingen in zowel de interne als
externe omgeving. Het omvat het begrip van hoe de organisatie functioneert binnen een bredere context en
het vermogen om aan te passen aan veranderingen in die context.
Interne factoren
Organisatiestructuur: de manier waarop de organisatie is gestructureerd, bepaalt hoe informatie stroomt en
hoe beslissingen worden genomen.
Bedrijfscultuur: de heersende normen, waarden en overtuigingen binnen de organisatie kunnen de mate
van gevoeligheid voor veranderingen beïnvloeden.
Leiderschap: effectief leiderschap stimuleert een cultuur van aanpassingsvermogen en bewustzijn van de
omgeving.
Externe factoren
Economische omstandigheden: veranderingen in de economie, zoals recessies of groei, kunnen van
invloed zijn op de organisatie en vereisen aangepaste strategieën.
Technologische ontwikkelingen: innovaties kunnen markten transformeren en de manier waarop
organisaties opereren veranderen.
Politieke en juridische omgeving: veranderingen in wet- en regelgeving of politieke klimaten kunnen
aanzienlijke invloed hebben op bedrijfsactiviteiten.
Maatschappelijke en culturele factoren
Demografie: veranderingen in bevolkingsstructuren kunnen de vraag naar producten en diensten
beïnvloeden.
Maatschappelijke trends: bewustzijn van maatschappelijke trends en normen helpt organisaties om zich
aan te passen aan veranderende verwachtingen van consumenten.
Competitieve omgeving
Marktanalyse: begrip van de concurrentie en marktdynamiek is essentieel om concurrentievoordeel te
behouden.
Klantenfeedback: luisteren naar klanten en begrijpen van hun behoeften helpt organisaties om relevante en
aantrekkelijke producten en diensten te leveren.
Leer- en aanpassingsvermogen
Continue educatie: organisaties en individuen die bereid zijn te leren en zich aan te passen, zijn beter in
staat om omgevingsveranderingen te omarmen.
Innovatiecultuur: een cultuur die innovatie bevordert, moedigt experimenteren en aanpassing aan.