Het Strafproces is de noodzakelijke schakel tussen het strafbaar feit en de door de rechter
op te leggen strafrechtelijke sancte.
Het strafprocesrecht regelt deze schakel.
Samenvatend bestaat het uit het volgende:
1. Voorbereidend onderzoek door opsporingsambtenaren onder leiding van OVJ en
soms heef de RC ook iets te zeggen gevraagd door OVJ of raadsman verdachte.
2. Vervolgingsbeslissing door OVJ.
3. Onderzoek ter terechtzitting 348 en 350 Sv Het rechterlijk beslismodel.
4. Laatste fase is de executefase. Ten uitvoerlegging van de straf.
Art 1 Sv: Strafvorderlijk legaliteitsbeginsel: Strafvordering heef alleen plaats op de wijze
bij de wet voorzien. (Wet betekent wet in formele zin! Regering en Staten-Generaal)
Doelen van strafprocesrecht:
Instrumentele functe: Het toebedelen van bevoegdheden aan de overheid waarmee het
materiële strafrecht kan worden gehandhaafd.
Rechtsbeschermingsfuncte: Het begrenzen van die bevoegdheden zodat rechten en
vrijheden van burgers zo goed als mogelijk worden gewaarborgd.
Week 1
De belangrijkste bronnen van het strafprocesrecht noemen.
o Wetboek van Strafvordering;
o Wet op de Rechterlijke Organisate
o Bijzondere strafweten enkele regels van formeel recht WvW1994/OW/;
o De internatonale verdragen zoals EVRM en IVBP;;
o Richtlijnen en aanwijzingen van de minister / het College van procureurs-
generaal. Hierin wordt beschreven hoe er bijvoorbeeld om wordt gegaan met
een bepaalde bevoegdheid. Dit zorgt voor grotere rechtszekerheid.
o Jurisprudente is altjd van toepassing (vertrouwensbeginsel,
gelijkheidsbeginsel/ zuiverheid van oogmerk/ redelijke en billijke
belangafweging)
De belangrijkste beginselen van het strafprocesrecht noemen en uitleggen.
o Beginselen van een behoorlijke procesorde
o Strafvorderlijk legaliteitsbeginsel: Artkel 1 Sv. Zie ook inleiding.
o Onschuldpresumpte: Je hoef niet aan te tonen dat je onschuldig bent. Je
bent onschuldig tot dat in recht is vastgesteld dat de verdachte schuldig is.
o Opportuniteitsbeginsel: Er mag door OM gekozen worden of af te zien van
strafvervolging. Het is niet verplicht om te vervolgen.
o Nemo tenetur: Je hoef niet mee te werken aan je eigen veroordeling.
, o Openbaarheid terechtzitng: toegankelijk om rechterlijke macht te
controleren. Inwendige openbaring: Vanaf de dagvaarding is het dossier voor
iedereen toegankelijk.
o P;roportoneel en subsidiair: Het juiste middel.
het verschil aangeven tussen formeel en materieel strafrecht en deze begrippen
toepassen op een eenvoudige casus;
o Formeel: Wetboek van Strafvordering
o Materieel: Wetboek van Strafrecht.
Week 2
het begrip verdachte uitleggen en dit begrip toepassen op een eenvoudige casus;
o Art 27 Sv. Als verdachte wordt aangemerkt als uit feiten en omstandigheden
blijkt dat er sprake is van een redelijk vermoeden van schuld aan enig
strafbaar feit.
de rechten van de verdachte benoemen;
o Zwijgrecht > caute (art. 29 lid 2 Sv)
o Recht op rechtsbijstand (art. 28 e.v. Sv jo. Art 6 lid 3 sub c EVRM. Recht op
bijstand voorafgaand en tjdens het verhoorr
o Recht op inzage processtukken (art 30 e.v. Sv.) Kunnen tjdens voorbereiden
onderzoek deels worden afgeschermd.
uitleggen welke andere procesdeelnemers (naast de verdachte) in het strafproces
van belang zijn;
o Raadsman
o Slachtofer
o OM
o Opsporingsambtenaar
o Getuige
o Rechter
o Deskundige
het begrip dwangmiddel defniëren;
o De beperkingen van de vrijheid van een persoon die wordt onderzocht om
strafbare feiten op te sporen.
de vrijheidsbenemende dwangmiddelen te weten: staande houden, aanhouden,
ophouden voor verhoor en inverzekeringstelling, aan de hand van de wet
toelichten en toepassen op een eenvoudige casus;
Stel jezelf de volgende vragen bij elk dwangmiddel de antwoorden
staan gewoon in het artkel benoemd:
Door wie? Bevoegde functonaris
Tegen wie?
In welke gevallen? Welke strafbare feiten
Op welke gronden? Welke doelen
o Staande houden art. 52 Sv: opsporingsambtenaar (wie) om identteit vast te
stellen(welke gevallen) van de verdachte.(tegen wie)