Week 1
Bepaal voor beide diagonale krachten de waarden van de ontbonden horizontale en
verticale krachten.
= aan schuine krachten heb je niks dus recht maken door ontbinden:
1. Maak van alle schuine krachten afzonderlijk een rechthoekige driehoek
2. Pas SOSCASTOA toe met de gegevens die je al hebt om V en H te berekenen
Bepaal analytisch de resulterende kracht. Geef hierbij de waarde op en de richting.
= rekenen
1. Ontbind alle schuine krachten afzonderlijk door maken van rechthoekige driehoek en het
daarna toepassen van SOSCASTOA om zo alle V en H krachten apart te kunnen berekenen
(gebruik hierbij de driehoeken als je ze herkent > reken hoek om naar graden)
2. totaal horizontaal = zodat je Fres kan berekenen
3. totaal verticaal = zodat je Fres kan berekenen
hierbij houdt je geen rekening met de richting je doet groot – klein
4. Kracht FR berekenen met Pythagoras: √ h2 +v 2 = … kN
eerst binnen wortel, dan de wortel daarvan: ()2 + ()2
laat – weg als die er zijn
5. Richting = tan -1 (v / h) = …°
Bepaal grafisch de resulterende kracht. (hoefd wss niet)
1. Teken alle krachten achter elkaar (kop aan staart)
met juiste hoek en lengte
2. Teken verbindingslijn tussen de eerste en de laatste kracht
3. Meet deze op
Bepaal het resulterende moment en de draairichting t.o.v. het opgegeven punt
1. Som van de momenten: F x a + F x a …. (horizontaal en verticaal)
doe dit met tussenstappen
2. Richting = + of – bekijken
Bereken de positie van de werklijn en de richting conform het assenstelsel van
resulterende kracht SNAP
1. Resultante H en/of V berekenen door groot - klein = FR
2. Som momenten om gegeven punt met F x a
3. Positie van de werklijn afstand: M = F x a > a= M / F (= H of V)
4. Positie van de werklijn in assenstelsel = positief antwoord = V rechts en H boven
Negatief antwoord = V links en H
onder
5. Maak schets: met Fr op juiste plek en afstand van punt
dus M bereken je alleen om a te kunnen berekenen voor de resulterende kracht
Kijk wat je nodig hebt om het uiteindelijke te kunnen berekenen en bereken dat eerst
, Week 2 en 3
Schematiseer deze constructie
1. Teken de hoofdlijnen van de constructie als strepen (met eventuele maten)
2. Teken de benodigde opleggingen > kijk hierbij naar het plaatje
moet het bewegen? = rol
Teken in de figuur hierboven de richting van de te verwachten reactiekrachten
1. Teken over
2. Welke krachten zijn er nodig om gewenste positie te handhaven?
Bepaal de graad van statische onbepaaldheid en geef aan of de constructies stabiel of
instabiel zijn.
1. Bepaal per constructie statische onbepaaldheid met formule (o.p – 3 – s)
2. Geef per constructie aan of deze n zorgt voor een stabiele of instabiele constructie
Bepaal de reactiekrachten ter plaatse van de opleggingen. Gebruik de
evenwichtsvergelijkingen om je antwoorden te controleren.
= wat is er nodig voor evenwicht = 0 > geen 0 is krachten te veel of te weinig
1. Doe aannamen over reactiekrachten (V, H, M)
je gebruikt som M om andere onbekende te berekenen
1. Zet een aanwezige Q om naar F > q x l (x0,5)
(kan ook zo zijn dat je het moet opsplitsen in rechthoek en driehoek)
2. Som van de momenten rond ene punt (punt A of oplegging)
3. Som van de momenten rond andere punt (punt B of oplegging)
je gebruikt de gegeven momenten bij beide berekeningen
ook eerder berekende H/V krachten meenemen hierbij (die kan je dus eerder moeten
uitvoeren)
4. Som V ( moet op 0 uitkomen)
5. Som H (moet op 0 uitkomen)
som rond punt A doe je om Vb te berekenen
deze vraag kan op veel verschillende manieren gesteld worden, soms is som M niet nodig en
alleen som van
V en H. kijk dus wat je nodig hebt en kan gebruiken voor gewenste resultaat zoals:
- Bereken de waarde en richting conform het assenstelsel van de reactiekrachten … in …
- Bereken de waarde en richting conform het assenstelsel van het inklemmingsmoment… in
…
- Bereken de reactiekrachten in A en B geef ook de bijbehorende richting aan