Medische psychologie – Semester 2
Behandelingsmethoden en klinische vaardigheden
Inhoud
Algemene informatie ........................................................................................................................................ 2
WC 2: Cognitieve gedragstherapie deel 1 - Docent: Jannie Lockefeer ................................................................. 3
WC 3: Registratie, exposure, cognitieve training - Docent: Marianne Konings- de Vries...................................... 7
WC 4: Cognitieve gedragstherapie theorie: deel 2 - Docent: Jannie Lockefeer.................................................. 13
WC 5: Cognitieve gedragstherapie: verdieping - Docent: Jannie Lockefeer ....................................................... 19
WC 6: Acceptance and Commitment Therapy (ACT) - Docent: Lisette Visser .................................................... 30
WC 7: Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR) – Docent: Ingrid Ritmeijer ............................ 36
WC 8: Ontspanning en mindfulness - Docent: Dr. Ivan Nyklíček ....................................................................... 44
WC 9: Hypnotherapie bij kinderen/jongeren - Docent: Vera Wesel .................................................................. 51
WC10: Opstellen behandelplan - Docent: Prof. dr. Jolanda de Vries & dr. Meeke Hoedjes ............................... 55
WC 11: Somatisch onverklaarde lichamelijke klachten en het gevolgenmodel - Docent: Sanne Laurijssen ........ 59
WC 12: CGT toepassing: Pijn - Docent: Wiesje Pulles ....................................................................................... 70
WC 13: Psychologische patiëntenzorg in de oncologie - Docent: Monique van Limpt ....................................... 81
WC14: Eetstoornissen, obesitas en bariatrische chirurgie - Docent: Danny Tak ............................................... 89
Responsiecollege ............................................................................................................................................ 97
, Algemene informatie
m.hoedjes@uvt.nl = dr meeke hoedjes
Toetsing:
• Schriftelijk tentamen
• 5 open vragen met subvragen
• Casuïstiek
• Literatuur + college slides – focus vooral op colleges.
• Voorbeeld tentamenvragen tijdens responsiecollege.
• Schriftelijke opdracht
• 2 delen
• Moet alleen voldoende, geen cijfer.
• Deel 1 – registratie
• Deadline: 28-2
• Tweetal
• Ongewenste gewoonte van medestudent
• Ontwerp registratieformulier voor medestudent.
• Bijv. tijdstip, plaats, frequentie, activiteit, gedachtes, gevoelens.
• Laat medestudent deze periode ten minste 5 aaneengesloten voorkomen
ongewenste gewoonte te registreren mbv het formulier.
• Deel 2 – behandelplan
• Deadline: 15-5
• Op basis van registratieopdracht medestudent behandelplan uitwerken.
• Noem 4 passende interventies en leg uit hoe deze (ook in samenhang met elkaar) van
nut kunnen zijn bij het aanpakken van de ongewenste gewoonte van je medestudent
• Lente verslag: max 1 a4.
Schriftelijk tentamen vormt eindcijfer, maar alleen geregistreerd als schriftelijke opdracht voldoende en actieve
deelname practica
Online tentamen
o kwa inhoud niet heel anders dan afgelopen jaren
o 5 open vragen met subvragen
o kennis/begrip eruit → echt toepassen kennis op casuïstiek
o wel een online systeem → ze kijken naar de opties
2
, WC 2: Cognitieve gedragstherapie deel 1 - Docent: Jannie Lockefeer
Leerdoelen
→ Na afloop van de 3 colleges over CGT
a. heeft de student inzicht en basisvaardigheid in de cognitief gedragstherapeutische manier van denken;
b. kan de student het cognitief gedragstherapeutisch proces toepassen;
c. kan de student betekenisanalyses en functieanalyses opstellen;
d. kan de student op basis van diagnostiek, functie- en betekenisanalyses en hulpvraag vaststellen welke
basale cognitief gedragstherapeutische interventies geïndiceerd zijn.
Verplichte literatuur
• Dirk Hermans, Filip Raes en Hans Orlemans (2017). Inleiding tot de gedragstherapie. Bohn Stafleu van
Loghum.
• H1 Inleiding
• H2 Geschiedenis van de gedragstherapie
• H6 De empirische cyclus
• H8 De holistische theorie en de probleemselectie
Geschiedenis CGT
Behaviorisme
→ Psychologie wordt beschouwd als wetenschap, probleemstelling = vraag pt, hypothese, holistische theorie,
toetsen in behandeling
• Skinner, Watson, Pavlov belangrijke personen.
• Je komt op aarde als een: tabula rasa (onbeschreven blad): alles is aangeleerd.
• Het is een stroming waarin de psychologie beschouwd wordt als wetenschap.
• Belangrijk voor CGT, dit vormt de stramien voor wetenschappelijk onderzoek.
• Hulpvraag patiënt, hypothese, voorspelling, toetsen in behandeling. Op basis van resultaat
stel je behandeling bij (of ga je opnieuw informatie verzamelen).
• CGT. En behaviorisme zijn heel erg gefocust op wetenschappelijk proces
Klassieke conditionering
Aangeboren reflex (autonome processen) nodig waar 2 verschillende zaken aan elkaar koppelen, wordt ook wel
emotioneel leren genoemd: gaat over leren van betekenis.
• 2 verschillende zaken worden aan elkaar gekoppeld, omdat ze in de tijd (tegelijk, of vlak na elkaar
aangeboden worden).
• Er is een aangeboren reflex nodig. (Bijv.: speeksel, schrikreflex, maag-darm processen, zweten,
spierspanning: autonome processen).
• Bijv.: na trauma: aanranding in donkere straat > leren dat het gevaarlijk is om door een donkere straat
te lopen. Of verbrand aan hete pan > leren dat pannen heet zijn.
• Wordt ook wel emotioneel leren genoemd: het leren van betekenissen.
• Heeft niet met belonen/straffen te maken: dat is operant conditioneren. Operant conditioneren zegt
meer iets over gedrag.
Operant conditionering
Toe en afnemen gedrag, gaat niet over het leren van betekenis. Je leert een verband tussen bepaald gedrag en
bepaald gevolg. Zinvol en doelgericht omgaan met verworven betekenissen. Positieve psychologie. Eerst leren
dmv klassieke conditionering, in stand houden door operante principes.
• Straffen en belonen
• Verband leren tussen bepaald gedrag en bepaald gevolg.
• Aanleren van gedrag, niet het aanleren van betekenissen (dat is meer klassieke conditonering)
• Gedrag veranderd door consequeties.
• Bijv. het regent > je wordt nat > beter in het vervolg een paraplu meenemen > meenemen van paraplu
wordt beloond: je blijft droog: nieuw gedrag is aangeleerd.
• Zinvol en doelgericht omgaan met verworven betekenissen.
• Klassieke en operante conditionering volgen vaak wel.
3
, Cognitieve gedragstherapie - geschiedenis en basis
• Ontstaan
• In reactie op ontevredenheid op psychoanalyse
• In jaren. ’50.
• Vanuit experimentele psychologie
• Vanuit wetenschappelijk proces: Hulpvraag patiënt, hypothese, voorspelling, toetsen in behandeling.
Op basis van resultaat stel je behandeling bij (of ga je opnieuw informatie verzamelen).
• Grondleggers: Albert Ellis en Aaron Beck
• Ze merkte dat depressies zich niet zo makkelijk lieten behandelen door gedragstherapieën. Er
speelt zich veel af in het hoofd.
• Gedachten toetsen aan de werkelijkheid: mensen hebben vaak gedachten en cognities die niet
kloppen met de werkelijkheid.
• Is gericht om onjuiste cognities en processen te verbeteren. Deze moet je uitdagen en ontkrachten.
• Negatieve automatische gedachten uitdagen, hier onder zitten vaak de negatieve
kernovertuigingen.
• Kernovertuigingen ontwikkelen zich vroeg in het leven.
• Kernovertuiging: meest basale assumptie over je zelf en over de wereld.
Basiskenmerken CGT
• Aangrijpingspunt is het gedrag: dit is zichtbaar en observeerbaar.
o Op basis van het gedrag worden er dingen afgeleid over wat
patiënt voelt en denkt.
• Of je nou ingrijpt in gedrag, gevoel of gedrag: heeft invloed op de
andere 2.
• Gedrag is aangeleerd, je leert al vanaf geboorte, alle psychopathologie
is aangeleerd.
o We leren vanaf geboorte, niet alleen praten en lopen etc,
maar ook alle psychopathologie is
aangeleerd
o Experimentele modellen over ontstaan
van psychopathologie
• Wetenschappelijk fundament: een hele
behandeling wordt analoog vormgegeven aan
een wetenschappelijk onderzoek:
• Hypothese vormen, toetsen en
evalueren.
• Dit zie je terug in het gedragstherapeutisch
proces.
Diagnostiek/behandeling
• Je begint met heel veel diagnostiek, maar
eigenlijk begin je ook al een beetje met
behandelen: psychoeducatie, of doordat je
dingen uitvraagt ga je al structureren waardoor
patiënt meer inzicht kan krijgen
• In de loop van het proces neemt diagnostiek af
en behandeling toe
• Maar je blijft toetsen of je hypothese klopt, dus diagnostiek stopt ook nooit.
Diagnostiek
→ Informatie verzamelen:
• (Klachten)-anamnese
• Eventuele heteroanamese
• Observaties
• Vragenlijsten
• Registraties
4