Microbiologie Hoorcolleges Propedeuse 2020 MZK
Micro-organismen zijn levenden organismen, zo klein dat ze niet met het blote oog te zien
zijn.
- virussen
- bacteriën
- schimmels
- parasieten
Virussen:
- 1/meer moleculen DNA/RNA omgeven door een eiwitmantel
- geen levenskenmerk buiten de gastheercel
- ze kunnen zichzelf niet voortplanten, replicatie is door mechanismen van gastheercel
- bestaan niet uit cellen
- eigenlijk geen micro-organismen omdat ze niet kunnen leven buiten de gastheercel
Bekende virussen:
- HIV
- Hepatitis B
- Ebola
- Adenovirus
- Influenza
- Bacteriophage
Schimmels:
-Eukaryoten(elke schimmel heeft een celkern)
- heterotroof → heeft koolstof nodig voor zijn opbouw en groei
- autotroof → Co2 als koolstofbron voor het voeden van hun
cellen(zonlicht)
- organische stoffen hebben H, C en O atoom
- celkern met erfelijk materiaal
- celwand om elke cel
2 vormen van voortplantingsstructuren:
- vertakkende hyfen met septa en meerdere kernen(vertakking kleine cellen
gescheiden door septa)
- eencellige gisten (eencellige cellen)
, ongeslachtelijke voortplanting(meest voorkomend) :
- grote hoeveelheden kleine sporen komen vrij
geslachtelijke voortplanting:
- hyfen samensmelten
- DNA verandert veel (makkelijk aanpassen aan omgeving)
Candida:
- schimmel/gist in de mond
- vooral jonge kinderen(spruw)
Bacteriën:
Prokaryoten(eencellige)
- genetische informatie ligt opgeslagen in een circulair gesloten dubbelstrengs DNA
molecuul
- DNA ligt vrij in het cytoplasma (er is geen kern)
- celwand om elke cel
Vermenigvuldiging van bacteriën:
- DNA splitst zich → DNA wordt gekopieerd
- er zijn nu dus ipv 1 nu 2 cluwen naast elkaar
- hieromheen sluit het celmembraan, ze worden dus 2 aparte cellen
- kan binnen 30 min optreden (van 1 naar 2 cellen)
- ze kunnen binnen 48 uur het volume van de aarde omvatten (sepsis, elke seconde
telt omdat hij zo snel verspreidt)
Micro-organismen zijn levenden organismen, zo klein dat ze niet met het blote oog te zien
zijn.
- virussen
- bacteriën
- schimmels
- parasieten
Virussen:
- 1/meer moleculen DNA/RNA omgeven door een eiwitmantel
- geen levenskenmerk buiten de gastheercel
- ze kunnen zichzelf niet voortplanten, replicatie is door mechanismen van gastheercel
- bestaan niet uit cellen
- eigenlijk geen micro-organismen omdat ze niet kunnen leven buiten de gastheercel
Bekende virussen:
- HIV
- Hepatitis B
- Ebola
- Adenovirus
- Influenza
- Bacteriophage
Schimmels:
-Eukaryoten(elke schimmel heeft een celkern)
- heterotroof → heeft koolstof nodig voor zijn opbouw en groei
- autotroof → Co2 als koolstofbron voor het voeden van hun
cellen(zonlicht)
- organische stoffen hebben H, C en O atoom
- celkern met erfelijk materiaal
- celwand om elke cel
2 vormen van voortplantingsstructuren:
- vertakkende hyfen met septa en meerdere kernen(vertakking kleine cellen
gescheiden door septa)
- eencellige gisten (eencellige cellen)
, ongeslachtelijke voortplanting(meest voorkomend) :
- grote hoeveelheden kleine sporen komen vrij
geslachtelijke voortplanting:
- hyfen samensmelten
- DNA verandert veel (makkelijk aanpassen aan omgeving)
Candida:
- schimmel/gist in de mond
- vooral jonge kinderen(spruw)
Bacteriën:
Prokaryoten(eencellige)
- genetische informatie ligt opgeslagen in een circulair gesloten dubbelstrengs DNA
molecuul
- DNA ligt vrij in het cytoplasma (er is geen kern)
- celwand om elke cel
Vermenigvuldiging van bacteriën:
- DNA splitst zich → DNA wordt gekopieerd
- er zijn nu dus ipv 1 nu 2 cluwen naast elkaar
- hieromheen sluit het celmembraan, ze worden dus 2 aparte cellen
- kan binnen 30 min optreden (van 1 naar 2 cellen)
- ze kunnen binnen 48 uur het volume van de aarde omvatten (sepsis, elke seconde
telt omdat hij zo snel verspreidt)