Zintuigelijk geheugen = aantal seconden
Kortetermijngeheugen / werkgeheugen = minuten tot een half uur.
Langetermijngeheugen = dagen tot jaren.
Kortetermijngeheugen / werkgeheugen
Afhankelijk van omstandigheden zoals stress, vermoeidheid of voedingstoestand.
Herinneringen hierin gaan snel weg, tenzij je het herhaald.
- Werkgeheugen = de plek waar informatie uit alle richtingen verzameld worden voor
denkprocessen.
Door aandacht wordt info uit zintuigelijk geheugen doorgestuurd naar werkgeheugen.
Als de info belangrijk is: werkgeheugen → _langetermijngeheugen.
Werkgeheugen kan 5 tot 9 onderwerpen onthouden.
Langetermijngeheugen
Herinneringen die heel lang of voor altijd opgeslagen blijven.
DECLARATIEF GEHEUGEN
Bewuste herinneringen. Soms denk je dat je iets bent vergeten, maar dat is dan niet (door
hints ofzo weet je t weer).
- Episodisch geheugen = zaken die een duidelijke verbinding hebben met je eigen ervaringen
en gebeurtenissen (waar je was en met wie enz). emoties horen hier ook bij (geuren,
geluiden).
- Semantisch geheugen = feitelijke herinneringen of herinneringen over concepten waarvan
we niet meer weten wanneer ze zijn gemaakt (kennis).
NIET DECLARATIEF GEHEUGEN
- Motorisch / procedureel geheugen = automatisme, door leren tot stand te komen. Wordt
tijdens fysieke activiteiten gebruikt. Veel oefenen = beter worden. Je kunt het niet benoemen
of bewust terughalen.
- Klassiek conditioneren
Hoofdstuk 4: Cellulaire processen bij leren
Hersenen worden ook wel plastisch genoemd, want er is mogelijkheid van verandering in de
hersenen (als je iets leert bv).
Cellulaire plasticiteit: netwerken in de hersenen kunnen veranderen:
- Neurogenese = het ontstaan van nieuwe neuronen (neurale stamcellen delen zich en
differentiëren in neuronen). Vindt plaats in hippocampus → _verrijkte omgevingen en
beweging leiden tot versterkte neurogenese.
- Apoptose = celdood van neuronen.
- Synaptogenese = vormen van nieuwe synapsen tussen neuronen in de hersenen.
- Pruning = verbindingen tussen neuronen worden verbroken. Verbindingen tussen cellen die
niet relevant zijn worden verwijderd. netwerken van neuronen en synapsen verdwijnen.
- Myelinisatie = het proces waarbij myelineschede worden gevormd. Myline is een vetachtige
stof die de uitlopers van neuronen omgeven. Impulsoverdracht gaat veel sneller. Het is
isolatiemateriaal. Hoe meer, hoe beter en sneller de verbindingen tussen delen vd hersenen
zijn (volwassenen beter in verbanden leggen).
Long Term Potentiation (LTP) = een proces in het membraan van zenuwcellen dat kan
verklaren hoe het komt dat een zenuwcel na vele prikkels gevoeliger wordt voor die
prikkeling. Verbindingen tussen zenuwcellen worden versterkt.
, - Betrokken bij declaratieve geheugen en zorgt ervoor dat er associaties gemaakt worden.
- Trisynaptische circuit = drie groepen neuronen die belangrijk zijn voor vorming declaratieve
herinneringen:
De korrelcellen (granulen) van de gyrus dentatus.
Piramide cellen van de CA3 regio.
Piramide cellen van de CA1 regio.
Door LTP verandert de sterkte van de verbindingen in het trisynaptische circuit.
Voor alle herinneringen zijn associaties nodig (=het verbinden van twee factoren).
LTP is betrokkenheid het (declaratieve) geheugen en zorgt ervoor dat associaties worden
gemaakt.
- LTP kan het beste onderzocht worden in de hippocampus (want bouwt declaratieve
geheugen op).
Methodes om LTP aan te tonen (door individuele cellen te bestuderen):
- Het meten van de elektrische activiteit in zenuwcellen (elektrode in zenuwcel prikken) =
EEG denk ik.
- Clamp-technieken (onderzoek naar ionkanaaltjes in het celmembraan met micro-
elektrodes)