100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting PSBK alles voor tentamen

Beoordeling
4,0
(2)
Verkocht
7
Pagina's
52
Geüpload op
03-04-2021
Geschreven in
2020/2021

Deze samenvatting bestaat uit alle literatuur die we moesten lezen uit Berns en Clarke. Daarnaast zijn de verplichte artikelen samengevat. En heb ik aantekeningen van de hoorcolleges toegevoegd. Alles staat op chronologische volgorde onder elkaar. Je kan deze gebruiken om vooraf te leren maar ook om tijdens het tentamen dingen snel en gemakkelijk op te zoeken! De samenvatting is in het Nederlands geschreven.

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

Hoorcollege 1

Empirisch-analytische benadering
- Empirisch: kennis ontstaat door het systematisch verzamelen van gegevens en deze via
statistische methoden analyseren
- Analytisch: reductie, de hele werkelijkheid is te complex om te onderzoeken
- Onderzoek moet repliceerbaar zijn; een ander moet het onderzoek kunnen herhalen,
het moet dus heel duidelijk beschreven zijn
- Theorie en kennis moet falsifieerbaar zijn, het moet dus mogelijk zijn om aan te tonen
dat de theorie of kennis niet waar is
- Niet normatief: de empirisch-analytische pedagogiek schrijft niet voor hoe de
opvoeding eruit moet zien

Normatieve pedagogiek staat tegenover de empirisch-analytische pedagogiek, normatieve
pedagogiek stelt vragen als: wat is een goede opvoeding?

Nederland is veranderd van normatieve naar empirisch-analytische pedagogiek

Langeveld stelt dat de mens een ‘animal educandam is’: een wezen dat opgevoed moet
worden met als doel: zelfverantwoordelijke zelfbepaling
 Een kind moet leren zich te ontwikkelen en als een mondige burger een plaats weten te
vinden

Grote methode strijd tussen:
- Langeveld: hekel aan empirisch-analytische benadering met zijn statistische
onderzoeken
- A.D. de groot: over individuele gevallen zijn geen wetenschappelijke verantwoorde
uitspraken te doen, evidence-based wetenschap

Visie De Winter
- Meer richten op de groei, sociaal en er voor zorgen dat de jeugd beter gedijt in rijke en
sociale netwerken, minder individueel
- Minder focus op problemen en meer focus op oplossingen.
- Jonge mensen hebben hoop en optimisme nodig omdat dit de motor vormt van de
persoonlijke ontwikkeling.
- Ook moet je kinderen van jongs af aan duidelijk maken dat ze bij de samenleving
horen -> motivatie.
- Kinderen moeten niet te vroeg worden opgesloten/gelabeld worden in een hokje ->
leidt tot pessimistisch gedrag vanuit het kind maar ook de omgeving

De Winter, contouren van hoopgevende sociale pedagogiek:
- Handelingsperspectieven cultiveren: met opvoeders gemeenschappelijk handelen
- Onderbreken van impulsieve oordelen en verlangens: nadenken voordat je iets
doet/zegt. Niet in eigen ‘ik’ hangen
- Optimisme: helpen reageren op nare gebeurtenissen
- Participatie bevorderen: actief meedoen met de samenleving + vreedzaam vechten
voor iedereen

,Hoorcollege 2

Door gedrag genetische onderzoeken, onderzoekt men hoe groot de invloed is van genen en
de gedeelde omgeving, eigenschappen als intelligentie of persoonlijkheid hebben sterke
genetische componenten

Judith Harris concludeerde: sterke effecten van erfelijkheid op uiteenlopende menselijke
eigenschappen en kleine invloed van de omgeving

Spoetnik effect
- Russen ontwikkelden spoetnik, Amerika reageert met een programma om IQ te
verhogen (Head Start): paar dagen per week, niet professioneel uitgevoerd -> head
start faalt
- Arthur Jensen stelt dat het niet kon slagen aangezien intelligentie niet veranderlijk is,
maar erfelijk

The bell-curve: als je intelligentie onderzoekt ontstaat er een verdeling: kleine groep met lage
en hoge IQ, grote middengroep

Bezwaren van het bio-socio-ecologische model
- Sterk effect van adoptie op het gemiddelde IQ en schoolprestaties
- Gemiddeld IQ populaties stijgt (Flynn-effect)
- Minder sterk effect van erfelijkheid in deelpopulaties met een lagere sociaal
economische status

Flynn effect: stijging gemiddeld IQ van populatie met 17 IQ punten in een periode van 30 jaar

IQ-paradox
- IQ is erfelijk (nature), maar ook afhankelijk van de omgeving (nurture)
- Hoe ondersteunender de omgeving, hoe hoger het IQ en hoe sterker het
erfelijkheidscomponent (= genen moeten tot expressie komen, en als de
omstandigheden daar voor beter zijn dan merk je daardoor verschillen)
- Woordenschat genetisch bepaald en afhankelijk van taalomgeving

Genetisch-neurobiologisch determinisme
- Gottlieb: deed onderzoek naar inprentingsgedrag (sterk genetisch bepaald), hij vond
dat sterk ingebouwd gedrag kan verdwijnen door bepaalde acties
- Probabilistische theorie: niet deterministisch, maar er is een kans. Hij verplaatste de
aandacht van relaties tussen genotypen of fenotypes naar de epigenese: hoe wordt
vanuit DNA een orgaan gevormd en vanuit dat orgaan gedrag bestuurt
- Gottlieb ’s theorie: op al die schakels in dat proces (genetische activiteit -> neurale
activiteit -> gedrag in omgeving) kunnen invloeden inwerken, waardoor proces het
andere kant op gaat
- Dus: als de omgeving precies hetzelfde is, en daarmee dezelfde consequenties heeft
voor de hersenontwikkeling, dan kun je individuele verschillen vinden

,Antisociale gedragsstoornis
- MAOA laag gen: risicofactor -> hyperactieve amygdala en hypo-reactieve profontale
regulering: flight response bias (agressie en impulsief geweld)
- Omgeving heeft een belangrijke rol: mishandeling en verwaarlozing vs. warmte en
ondersteuning

Bronfenbrenner model
- Individuele ontwikkeling en leren is een langdurig proces
- Process = person x tijd x context
- person: genetische basis van het individu, activiteiten, ervaringen van het
individu en groei over tijd
- context: fysieke, sociale en culturele omgevingen waarin het kind opgroeit,
zich ontwikkeld en kennis/vaardigheden verwerft
- tijd: de duur van micro-interactie van een persoon met object, de herhaling of
continuering van deze interactie, veranderingen in cultuur/samenleving op
grotere tijdschaal

Gaat hierbij over proximale processen (dichtbij, bijvoorbeeld de kwaliteit van de ouder-kind
relatie of interactie tussen leeftijdsgenootjes, deze hebben de grootste invloed op de
ontwikkeling)
- De interactie van een individu met zijn omgeving, deze kan je op drie manieren
karakteriseren:
- kwantiteit: kracht, duur, samenhang tussen verschillende contexten
- kwaliteit: mate van initiatief en sturing, wederkerigheid, responsiviteit
- inhoud: waardevolle persoonskenmerken, kennis, vaardigheden,
gedragsstijlen, identiteit

Veronderstellingen:
- Ontwikkeling en leren: steeds complexere interactie van het individu met fysieke,
sociale en symbolische informatiestructuren in de omgeving -> proximale processen
- Vorm, kracht en inhoud van proximale processen variëren als functie van personen en
omgeving
- regelmaat-samenhang-duur-structuur: vereist coördinatie tussen de
verschillende contexten van ontwikkeling en leren
- overeenstemming, afstemming en samenwerking tussen opvoeders,
leerkrachten etc.

Dysfunctie vs. competentie
- Dysfunctie: moeilijkheden die een persoon ervaart om aangepast gedrag te vertonen in
verschillende situaties
- kwaliteit van proximale processen vormt buffer tegen dysfunctionele
ontwikkeling
- risico-cumulatie, negatieve emoties en stress zijn indicatoren van dreigende
dysfunctionele ontwikkeling
- Competentie: verdere verweving en ontwikkeling van kennis en vaardigheden,
talentontwikkeling in brede zin
- inhoud van proximale processen bevorderd competentie ontwikkeling
- beschikbaarheid van hulpbronnen, toegang tot kwalitatief hoogwaardige
voorzieningen voor opvang, onderwijs, brede taalontwikkeling zijn indicatoren
van competentie ontwikkeling

, Hoorcollege 3

Bij zwangerschap zal het oestrogeen toenemen, ook progesteron en prolactine (stimuleert
melkproductie) nemen toe tot de geboorte

Geboorte
- Snelle daling in de productie oestrogeen en progesteron
- Productie prolactine blijft hoog als er geen borstvoeding (lactatie) wordt gegeven
- Productie oxytocine bij de moeder wordt gestimuleerd door het zuigen van de baby
- Oxytocine bevordert het toeschieten van melk, emotionele binding en zorggedrag ->
cyclisch (oxytocine tijdens het voeden en prolactine tussen het voeden door)

Oxytocine en vasopressine (neurohormonen)
- Herkennen van sociale partner
- Ontwikkeling van sociale band
- Beinvloeden ook het dopaminerge-systeem of beloningssysteem en opioïde systeem
(vrijmaken van endorfine bijvoorbeeld)
- Bevorderen van het sociale geheugen (koppeling sociale input aan het
beloningssysteem)

Kenmerken van de baby
- Gedrag en uiterlijk van de baby lokken zorggedrag uit en bevorderen het proces van
bonding (= hechting ouder en kind)
- cuteness = aantrekkelijkheid van de baby, geur
- vocalisaties = brabbelen
- huilen
- gezichtsexpressies

Active intermodal matching mechanism = dat baby’s kunnen imiteren

Constructivistische emotie theorie
- Lisa Barret: emoties zijn niet aangeboren en ook niet universeel
- emoties zijn niet af te leiden uit gezichtsexpressies als je de context niet kent
- emotie woorden, zoals angst en boosheid helpen ons de waargenomen
affectieve gevoelens te construeren aan de hand van de context en de eerdere
ervaringen
- als een baby honger heeft gaat die huilen, dat is een reflexmatig reactie op een
interne prikkel

Theorieën over emotionele ontwikkeling
- De ontwikkeling van emotionele expressies en ervaringen is afhankelijk van
cognitieve ontwikkeling en sociale omgeving
- Emoties zijn niet aangeboren, maar ontwikkelt zich door sociale interacties met
anderen
- Emoties zijn niet te scheiden van cognitieve processen

Documentinformatie

Geüpload op
3 april 2021
Aantal pagina's
52
Geschreven in
2020/2021
Type
SAMENVATTING

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 2 reviews worden weergegeven
3 jaar geleden

4 jaar geleden

4,0

2 beoordelingen

5
1
4
0
3
1
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
felinee18 Universiteit Utrecht
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
212
Lid sinds
7 jaar
Aantal volgers
183
Documenten
4
Laatst verkocht
3 maanden geleden

4,0

25 beoordelingen

5
6
4
15
3
2
2
1
1
1

Populaire documenten

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen