Grasple Statistiek 3
Introductie
Variabelen
- Variabele – eigenschap met verschillende waarden
- Dataset – informatie over alle participanten en alle variabelen
Meetniveaus
- Categorische variabelen – gemeten in groepen/categorieën – nominaal en ordinaal
- Continue variabelen – gemeten op schaal – interval en ratio
- Nominaal – kwalitatieve classificatie zonder ordening
- Ordinaal – kwalitatieve classificatie met ordening
- Interval – gemeten op numerieke schaal, geen absoluut nulpunt
- Ratio – gemeten op numerieke schaal, wel een absoluut nulpunt
Populatie en steekproef
- Populatie – complete groep mensen waarover je informatie wil krijgen
o Populatie gemiddelde - µ
o Populatie standaarddeviatie -
- Steekproef – kleine groep mensen die deel is van de gehele populatie
o Steekproef gemiddelde -
o Steekproef standaarddeviatie – s
- Wanneer de steekproefgrootte gelijk is aan de populatiegrootte is spreek je van
beschrijvende statistiek.
- Wanneer de steekproefgrootte kleiner is dan de populatiegrootte spreek je van
inferentiële statistiek
Frequentietabel
- Absolute frequentie – aantal keer dat iets voorkomt
- Relatieve frequentie – het aantal keer dat iets voorkomt uitgedrukt in percentage
- Geldige frequentie – geldige antwoorden
- Cumulatieve relatieve frequentie – relatieve frequenties van een groep optellen bij
de percentages van de voorgaande groepen
Relatieve versus absolute percentages
- Relatief – de toename/afname ten opzichte van een ander percentage
- Absoluut – een deel van het geheel
Beschrijvende statistiek
Modus
- De waarde die het vaakst voorkomt
,Mean
- Het gemiddelde:
Mediaan
- Mediaan vinden in 4 stappen
o Zet alle waardes op volgorde van klein naar groot
o Tel hoeveel waardes er totaal zijn
o Deel het totaalaantal waardes door twee en rond af naar boven
o Tel vanaf het begin tot aan het getal uit stap 3 om zo de middelste waarde te
vinden
Gemiddelde
-
Bereik
- Verschil tussen de hoogste en de laagste waarde
- Bereik = maximum – minimum
Kwartielen
- IQR = Q3 – Q1
Standaarddeviatie
-
- Bereken de standaarddeviatie in 3 stappen:
- Sum of Squares berekenen
o Gemiddelde berekenen
o Van elke score het gemiddelde afhalen
o Elke verschilscore kwadrateren
o Al deze gekwadrateerde verschilscores bij elkaar optellen SS
Variantiecoëfficiënt
- - variantiecoëfficiënt is de standaard-deviatie gedeeld door het
gemiddelde
- Allen zinnig op ratio niveau!
, Grafieken en tabellen
Staafdiagram
- Staafdiagram gebruik je op nominaal ordinaal niveau
- Staafjes staan los van elkaar
Histogram
- Voor data op interval/ratio niveau
- Data verdelen in een aantal groepen met dezelfde grootte
- Balken staan tegen elkaar aan
Cirkeldiagram
- Dit maak je als je data nominaal of ordinaal is en je niet te veel groepen hebt
Lijngrafiek
- Verloop van een variabele over tijd laten zien
- Moet interval of ratio niveau zijn
Boxplot
- Boxplot bestaat uit drie delen
o Middelste streep – dit is de mediaan
o Box – de middelde 50% van de data
o Lijnen – geeft aan waar de rest van de data zit (minimum – maximum)
Spreidingsdiagram
- Spreidingsdiagram maken als je wil zien of er een relatie is tussen twee variabelen op
interval/ratio niveau
Geclusterde staafdiagrammen
- Meerdere staafdiagrammen in een plaatje
- Minstens een van de variabel moet op nominaal of ordinaal niveau zijn
Kruistabellen
- Frequentietabel voor de combinaties van twee variabelen
- Vooral voor data op nominaal/ordinaal niveau
Wanneer welke visualisatie?
- Zie bovenstaande verschillende grafieken en tabellen
Inferentiele statistiek
Steekproefvariantie
- Steekproefvariantie – variatie binnen de steekproef
- Steekproevenvariantie – variantie in de verdeling van steekproefgemiddeldes
Introductie
Variabelen
- Variabele – eigenschap met verschillende waarden
- Dataset – informatie over alle participanten en alle variabelen
Meetniveaus
- Categorische variabelen – gemeten in groepen/categorieën – nominaal en ordinaal
- Continue variabelen – gemeten op schaal – interval en ratio
- Nominaal – kwalitatieve classificatie zonder ordening
- Ordinaal – kwalitatieve classificatie met ordening
- Interval – gemeten op numerieke schaal, geen absoluut nulpunt
- Ratio – gemeten op numerieke schaal, wel een absoluut nulpunt
Populatie en steekproef
- Populatie – complete groep mensen waarover je informatie wil krijgen
o Populatie gemiddelde - µ
o Populatie standaarddeviatie -
- Steekproef – kleine groep mensen die deel is van de gehele populatie
o Steekproef gemiddelde -
o Steekproef standaarddeviatie – s
- Wanneer de steekproefgrootte gelijk is aan de populatiegrootte is spreek je van
beschrijvende statistiek.
- Wanneer de steekproefgrootte kleiner is dan de populatiegrootte spreek je van
inferentiële statistiek
Frequentietabel
- Absolute frequentie – aantal keer dat iets voorkomt
- Relatieve frequentie – het aantal keer dat iets voorkomt uitgedrukt in percentage
- Geldige frequentie – geldige antwoorden
- Cumulatieve relatieve frequentie – relatieve frequenties van een groep optellen bij
de percentages van de voorgaande groepen
Relatieve versus absolute percentages
- Relatief – de toename/afname ten opzichte van een ander percentage
- Absoluut – een deel van het geheel
Beschrijvende statistiek
Modus
- De waarde die het vaakst voorkomt
,Mean
- Het gemiddelde:
Mediaan
- Mediaan vinden in 4 stappen
o Zet alle waardes op volgorde van klein naar groot
o Tel hoeveel waardes er totaal zijn
o Deel het totaalaantal waardes door twee en rond af naar boven
o Tel vanaf het begin tot aan het getal uit stap 3 om zo de middelste waarde te
vinden
Gemiddelde
-
Bereik
- Verschil tussen de hoogste en de laagste waarde
- Bereik = maximum – minimum
Kwartielen
- IQR = Q3 – Q1
Standaarddeviatie
-
- Bereken de standaarddeviatie in 3 stappen:
- Sum of Squares berekenen
o Gemiddelde berekenen
o Van elke score het gemiddelde afhalen
o Elke verschilscore kwadrateren
o Al deze gekwadrateerde verschilscores bij elkaar optellen SS
Variantiecoëfficiënt
- - variantiecoëfficiënt is de standaard-deviatie gedeeld door het
gemiddelde
- Allen zinnig op ratio niveau!
, Grafieken en tabellen
Staafdiagram
- Staafdiagram gebruik je op nominaal ordinaal niveau
- Staafjes staan los van elkaar
Histogram
- Voor data op interval/ratio niveau
- Data verdelen in een aantal groepen met dezelfde grootte
- Balken staan tegen elkaar aan
Cirkeldiagram
- Dit maak je als je data nominaal of ordinaal is en je niet te veel groepen hebt
Lijngrafiek
- Verloop van een variabele over tijd laten zien
- Moet interval of ratio niveau zijn
Boxplot
- Boxplot bestaat uit drie delen
o Middelste streep – dit is de mediaan
o Box – de middelde 50% van de data
o Lijnen – geeft aan waar de rest van de data zit (minimum – maximum)
Spreidingsdiagram
- Spreidingsdiagram maken als je wil zien of er een relatie is tussen twee variabelen op
interval/ratio niveau
Geclusterde staafdiagrammen
- Meerdere staafdiagrammen in een plaatje
- Minstens een van de variabel moet op nominaal of ordinaal niveau zijn
Kruistabellen
- Frequentietabel voor de combinaties van twee variabelen
- Vooral voor data op nominaal/ordinaal niveau
Wanneer welke visualisatie?
- Zie bovenstaande verschillende grafieken en tabellen
Inferentiele statistiek
Steekproefvariantie
- Steekproefvariantie – variatie binnen de steekproef
- Steekproevenvariantie – variantie in de verdeling van steekproefgemiddeldes