100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting 'Statistics for the behavioral science' (Gravetter & Wallnau) hst 1 t/m 11

Beoordeling
2,8
(4)
Verkocht
4
Pagina's
34
Geüpload op
29-01-2017
Geschreven in
2015/2016

Samenvatting van het boek 'Statistics for the behavioral science' (Gravetter & Wallnau). Het betreft de hoofdstukken 1 tot en met 11. Deze samenvatting kan gebruikt worden bij de vakken Methoden, Technieken en Statistiek 1 en 2 (voor sociale wetenschappen). De voorbeelden uit het boek zijn er ook in verwerkt, waardoor de stof makkelijker begrepen wordt. LET OP: er staan in het document op sommige plekken stukken lege witte vlakken. Dit zijn plekken waar vaak formules horen (deze heb ik niet altijd op de computer ingevoerd). Wanneer je de tekst in het boek volgt, kun je gemakkelijk zelf de formules erbij schrijven.

Meer zien Lees minder










Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Hoofdstukken 1 t/m 11
Geüpload op
29 januari 2017
Aantal pagina's
34
Geschreven in
2015/2016
Type
Samenvatting

Onderwerpen

  • mts1
  • methoden
  • mts2

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting ‘Statistics for the behavioral sience’ Gravetter & Wallnau (hst 1 t/m 11)

Hoofdstuk 1 – introduction to statistics

1.1 statistics, science and observations
Statistiek = een set van wiskundige procedures om informatie te organiseren, samenvatten en
interpreteren.

Twee redenen voor statistiek:
1. Om de informatie te organiseren en samenvatten, zodat er gezien kan worden wat er is
gebeurd in het onderzoek en de informatie naar anderen gecommuniceerd kan worden.
2. Helpen om de onderzoeksvraag te beantwoorden, door conclusies te trekken op basis van de
resultaten.

1.2 populatie en steekproef
Populatie (N) = de hele groep individuen die van belang zijn in het onderzoek (de hele groep die een
onderzoeker wenst te onderzoeken).
- Kan heel groot of klein zijn
- Vaak heel groot

Steekproef (n) = een groep individuen uit de populatie geselecteerd, om de populatie te
representeren.
- Wanneer niet heel de populatie bereikt kan worden
- De resultaten generaliseren naar de populatie

Variabele = een kenmerk of voorwaarde dat kan veranderen of verschillende waarden voor
verschillende individuen heeft.

Score = meetresultaat voor elk individu (datum / raw score)

Data (data set) = meetresultaten of observaties. Data set = verzameling van de meetresultaten of
observaties.

Parameter = een waarde (numeriek) die de populatie beschrijft. Afgeleid van de metingen van de
individuen in een populatie.

Statistic = een waarde (numeriek) die een steekproef beschrijft. Afgeleid van de metingen van de
individuen in een steekproef.

Elke parameter heeft een corresponderende statistic. Vaak worden de statistics (n) gebruikt om
vragen over de populatie (N) parameters te beantwoorden.

Statistische procedures verdeeld over twee categorieën:
- Beschrijvende statistiek = statistische procedures om data te samenvatten, organiseren en
te vereenvoudigen
 Ruwe data in tabellen / grafieken.
 Gemiddelde
- Inductieve statistiek = methoden om data van de steekproef te gebruiken om algemene
bevindingen over een populatie te kunnen maken
 Steekproef is representatief voor de populatie, maar geeft niet 100% een eerlijk
beeld.



Samenvatting ‘Statistics for the behavioral science’ (hst 1 t/m 11) Loes van den Bekerom

,Sampling error = de natuurlijk voorkomende fout of verschil, dat bestaat tussen de sample statistics
en de population parameter die daar bij hoort.
- Steekproef statistieken variëren van de ene tot een andere steekproef en zijn anders dan de
bijbehorende populatie parameter
- Verschil tussen sample is waarschijnlijk resultaat van random factoren.

1.3 data structuren, onderzoeksmethoden en statistiek
Data structuren (onderzoeksmethoden):
- Correlatie methode = twee verschillende variabelen observeren om te bepalen of er een
relatie tussen ze is.
 Apart per individu
 Patronen in data (tabel/grafiek)
 Kan relatie aangeven, maar geen verklaring (geen oorzaak-gevolg)
- Experimentele methode = één variabele is ‘bewerkt’ terwijl de andere variabele wordt
geobserveerd en gemeten. Om een oorzaak-gevolg verband aan te tonen, moet een
experiment alle andere variabelen controleren, zodat die de resultaten niet kunnen
beïnvloeden.
 Manipulatie: één variabele wordt aangepast in waarde van een andere variabele. De
2e variabele wordt gemeten om te kijken of de verandering invloed heeft.
 Controle: zodat andere variabelen geen invloed hebben op de relatie.
- Deelnemers variabele: leeftijd, geslacht (varieert van individu tot individu,
per groep hetzelfde)
- Milieu variabele: tijd dagen, weer (groep A en B moeten in dezelfde
omstandigheden getest worden)
 Manieren tot controle:
- Random assignment (willekeurig toewijzen)
- Matching (sorteren)
- Holding them constant (bv. Iedereen 10 jaar)
 Independent variabele = variabele die wordt veranderd door onderzoeker
(onafhankelijke variabele). Deze beinvloedt de afhankelijke variabele.
 Dependent variable = variabele die wordt beïnvloed door de onafhankelijke
 Controlegroep = er wordt niks aangepast.
 Experimentgroep = waar iets anders is.
- Niet-experimentele methode
 Ongelijke groepen (jongens/meisjes, 8-jarige/10-jarige)
 Pre-post (zelfde variabele 2x voor participant. VB: voor / na therapie. De variabele
kan ook met tijd veranderen)
 Independent variable = quasi-independent variable

Datastructuren (statistische methoden)
- Correlatiemethode
 Tabel / spreidingsdiagram
 Correlatie
 Geen numerieke waarden, maar categorieën
 Chi-square test
- Experimentele methode
 Beschrijvende statistiek
 Inductieve statistiek
 Gemiddelde
 Bij niet numerieke categorieën: proporties (percentages)




Samenvatting ‘Statistics for the behavioral science’ (hst 1 t/m 11) Loes van den Bekerom

, 1.4 Variabelen en metingen
Constructs (abstracte kenmerken) = kenmerken die niet gelijk observeerbaar zijn, maar nuttig voor
het beschrijven / verklaren van gedrag.
- Intelligentie, honger

Concrete variabelen = gelijk te meten / observeren
- Gewicht, lengte

Operational definition = definieert een construct in termen van extern gedrag dat wel gemeten kan
worden.
- VB voor intelligentie: intelligent gedrag
 Groep operations
 Definieert de construct in termen van de metingen

Discrete variabele = bestaat uit aparte, ondeelbare categorieën: geen waarden tussen categorieën.
- Kwalitatief
- Geslacht, beroep, opleiding

Doorlopende variabelen (continuous) = meerdere/oneindige waarden tussen geobserveerde
waarden: deelbaar (kommagetallen)
- Vaak onmogelijk om exact hetzelfde waarde te hebben
- Interval

Real limits = helft tussen scores (vaak 0,5)

X = 150  interval van:
- Lower limit: 149,5 (top interval)
- Upper limit: 150,5 (bodem interval)

Meetschalen door middel van categorieën:
- Nominaal: met namen
 Categorieën
 Opleiding (ASW, sociologie etc)
 Verschil zien
- Ordinaal
 Categorieën op volgorde
 Small, medium, large
 Verschil en richting verschil
 Geen maten tussen volgorde
- Interval
 Categorieën op volgorde, met vast verschil
 Temperatuur
 Verschil: richting en grootte
- Ratio
 Interval + 0-punt
 Nulpunt = afwezigheid variabele
 2x zoveel als..
 Hoogte, gewicht

1.5 statistische notatie
X en Y = variabelen N = populatie, n = steekproef ∑ = som ∑X



Samenvatting ‘Statistics for the behavioral science’ (hst 1 t/m 11) Loes van den Bekerom
€5,49
Krijg toegang tot het volledige document:
Gekocht door 4 studenten

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 4 reviews worden weergegeven
7 jaar geleden

8 jaar geleden

8 jaar geleden

8 jaar geleden

2,8

4 beoordelingen

5
0
4
2
3
0
2
1
1
1
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
loesvandenbekerom Universiteit Utrecht
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
190
Lid sinds
9 jaar
Aantal volgers
155
Documenten
27
Laatst verkocht
3 jaar geleden

3,8

56 beoordelingen

5
10
4
32
3
8
2
3
1
3

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen